Nederlandse componisten vieren eeuwfeest

Veel recente Nederlandse muziek wordt nooit gespeeld, uit angst voor het onbekende. Het Genootschap Nederlandse Componisten viert eeuwfeest met een (her)ontdekkingsreis.

Vervreemdend zal het zijn, vanavond in het Concertgebouw. Een eeuw Nederlandse symfonische muziek, samengebald in één concert. Waar hoor je nog een symfonie van Lex van Delden, een concertino van Henriëtte Bosmans? En wat te denken van Mayke Nas? Het werk van Van Delden en Bosmans werd in eigen tijd nog breed uitgevoerd. Maar componisten nu moeten het veelal doen met uitvoeringen door gespecialiseerde ensembles, bezocht door een select liefhebberspubliek.

„Veel Nederlandse muziek is weinig geliefd”, zegt Jeff Hamburg, voorzitter van het Genootschap Nederlandse Componisten, GeNeCo. Precies een eeuw nu behartigt Ge-NeCo de belangen van Nederlandse componisten in eigen land. „Als een Deens orkest op tournee gaat, neemt het een Deens stuk mee. In Nederland staan publiek en componist verder uit elkaar. Terwijl nieuwe muziek juist tot bloei komt als er een binding is tussen de componist en zijn directe leefomgeving. Nieuwe Nederlandse muziek zou juist in eigen land moeten klinken.”

De kloof tussen het concertleven en de Nederlandse muziek ontstond in de jaren ’60, toen componisten muziek begonnen te schrijven die in hun vernieuwingsdrift „een ravijn creëerde tussen publiek en componist”, aldus pianist Ralph van Raat, solist in Bosmans concert en verantwoordelijk voor veel cd-opnames van Nederlandse muziek – van Escher tot Andriessen. „Nu nog steeds heerst het onjuiste idee dat bijna alle nieuwe muziek zo vervreemdend klinkt als de radicale avant-garde destijds.”

Nieuwe muziek, ook nieuwe Nederlandse, verkoopt moeilijker, weet Sven Arne Tepl, artistiek manager van het Nederlands Philharmonisch Orkest. „Als wij onbekende muziek introduceren merken we het meteen aan de verkoopcijfers. Jammer, want veel nieuwe stukken zijn in een bepaald opzicht vernieuwend, maar in andere opzichten traditioneel. Het liefst zou ik alle labels vergeten en kiezen voor kwaliteit.”

Dat lijkt wel steeds meer te gebeuren. „Concertbezoekers worden gelukkig ook meer omnivoor,” signaleert Niels Veenhuijzen, directeur van het Residentie Orkest – van oudsher voorvechter van Nederlandse muziek. Komend seizoen voert het orkest werk van twaalf Nederlandse componisten uit.

Maar voor de nieuwste muziek bestaan er toch zorgen voor de toekomst. Orkesten en ensembles die opdrachten aan componisten verstrekken, moeten straks bezuinigen. Hamburg: „Wij stimuleren componisten nu bewust om meer zelfstandig te ondernemen. Ook als componist kun je aan zelfpromotie doen.”

Jubileum GeNeCo, 3 sept Concertgebouw. Inl.:100jaargeneco.nl