Langzame planten

Op de westelijke Veluwe ligt De Hessenhof, de biologische kwekerij van Hans en Miranda Kramer, die dit weekeinde 30 jaar bestaat. ‘Hier kweken we slow plants.’

Op de kwekerij
Op de kwekerij

De westelijke Veluwe, tussen Lunteren en Ede. De zon schijnt, het geurt naar nazomer, een tractor verbreekt de stilte. Elf uur ’s ochtends op kwekerij De Hessenhof. Eigenaar Hans Kramer (51) springt van zijn trekker , zet koffie voor zijn bezoek en neemt plaats op het royale terras. Waar je hier ook kijkt, het is overweldigend kleurrijk. Op De Hessenhof worden allerlei meerjarige sierplanten gekweekt, waaronder veelgeprezen Helleborussen (kerstrozen).

De kwekerij viert in het weekend van 3 en 4 september zijn dertigjarig bestaan. Kramer is er vol van. Hij stelde een veelzijdig programma samen met fora en beroemde sprekers, zoals Fergus Garrett, hoofdtuinier van het prachtige Great Dixter in Northiam, Engeland.

Kramer vertelt over de enorme ommezwaai die hij maakte: zijn kwekerij werd drie jaar geleden volledig biologisch. Kramer: „We waren al geen gifspuiters, maar sindsdien komt er geen druppel het terrein op. En dan zeggen klanten tegen me: ‘Maar ik éét die Helleborus toch niet?’ Als je wilt dat je planten een gezond en lang leven leiden, dan is er maar één weg. We zijn sinds juli 2010 officieel SKAL-gecertifieerd, voorzien van het biologisch keurmerk.”

We lopen rond over de kwekerij. De twee hectaren van De Hessenhof zijn handig naar grondsoort ingericht. Juist deze weken („Dit is onze toptijd”) staan de bedden tjokvol planten, van varens tot kruiden, van siergrassen tot aromatische planten, van half winterharde kuipplanten tot wilde planten. We zien het lilablauw van Aster thompsonii, het ijle zwart-wit van Baptisia ‘White Smoke’, het felroze van de kleinbloemige Echinacea ‘Rozenrad’, plus duizenden andere bloeiers, in alle kleuren van de regenboog.

Van de zon stappen we de warme nevel in: in de grote kas geeft Kramers echtgenote Miranda water aan jong kweekgoed. Ook kweken doen ze op hun eigen wijze. Na de keuze om biologisch te werken besloten de Kramers alle gekloonde planten te weren. Zulke planten komen uit het laboratorium: van één uitgangsplant worden zoveel mogelijk okselknoppen en groeipunten op kweek gezet. Dankzij suikers, hormonen en chemicaliën wint het lab in hoog tempo een onvoorstelbare hoeveelheid mini-nazaten.

Kramer: „Klonen is de laatste jaren bijna usance geworden in de kwekerswereld. Je koopt bij het lab duizenden identieke Hosta’s, Salvia’s of varens in, mini-plantjes die je verder opkweekt. Zulke planten blinken slechts uit door massa en uniformiteit. Weliswaar geef je de tuin met dat spul snel een fleurig aanzien, maar de planten zijn doorgaans geen lang leven beschoren.”

Kramer besloot alle klonen eruit te gooien en weer te telen op de traditionele wijze: de gezondste planten selecteren om er zaad van op te vangen, stekken van te nemen of de plant in delen te scheuren, op het juiste moment in de ontwikkeling- of rijpingsfase. Op die langzamer manier, telend in de beste aarde, brengt hij ze naar volwassenheid. „We noemen ze wel eens slow plants, naar analogie van slow food. Zulke planten kunnen een stootje velen, zijn nauwelijks gevoelig voor een voorbijwaaiende plaag en gaan echt lang mee, soms wel twintig of dertig jaar. Het is natuurlijk wel een methode die tijd, zorg en aandacht vraagt.”

Nul kunstmest

Hans en Miranda Kramer hebben hun keus gemaakt. Geen gekloon, geen gespuit, nul kunstmest en ook geen turf meer, dat allerwegen en masse wordt gebruikt voor het oppotten van jong plantgoed. Kramer maakt zijn eigen oppotmengsels, samengesteld uit bergen compost, bladaarde en gespecialiseerde biologische mest. Ook brouwt hij liters en liters eigengemaakte compostthee, waarmee de planten worden besproeid.

Hans Kramer was amper twintig toen hij zijn eigen bedrijf oprichtte. „Ik ben hier, op de voormalige boerderij van mijn grootouders, opgegroeid. Aan de overkant van de weg woonde een oude kweker van geneeskrachtige planten. Op mijn veertiende ben ik hem ’s zaterdags gaan helpen. Hij leerde me allerlei Latijnse namen en als ik ze na een week nog wist, kreeg ik een plantstuk van hem mee, om zelf door te kweken. Zijn kennis en kunde veranderden mijn wereld..”

Kramer volgde de middelbare tuinbouwschool, had het geluk er geweldige docenten te treffen, die nog immer, als bedaarde oude heren, op De Hessenhof komen, en startte in de crisisjaren tachtig zijn bedrijfje. Kramer: „Het was buffelen. Nog heel lang heb ik ’s avonds en in de weekends tuintjes opgeknapt om bij te verdienen. Mede dankzij de komst van Miranda, die als stagiaire begon en gelukkig nooit meer is weggegaan, konden we uitbreiden en professionaliseren. Nu geef ik in de wintermaanden lezingen en cursussen en is Miranda vooral aan het zaaien en stekken, dat kan zij veel beter.”

Hij is een gretig verteller, Hans Kramer, en ook een gretig schrijver. De omvang van het sortiment ten spijt (‘Ik ben een verzamelaar’) introduceert hij in zijn catalogi de zesduizend planten van De Hessenhof alsof het vrienden zijn, die hij dagelijks ontmoet en door en door kent. Hij wijst subtiel op verkeerd naamgebruik, geeft royaal advies over de juiste verzorging. Ook is hij doodeerlijk. Bij Echinacea purpurea ‘Fragant Angel’ noteert hij: „Grote vlakke bloemen met twee rijen witte bloemblaadjes contrasteren met het grote oranje hart. Het woord ‘Fragrant’ ligt natuurlijk commercieel goed, maar vergeet het maar. Deze geurt niet. Koop hem om de warmwitte tint.”