Langzaam Londen

In een serie over de stad en het water wandelt Titia Ketelaar langs Londens echte waterverrassing: Regent’s Canal. Het is Londen in het trage tempo van de narrow boats.

Prachtig, de Theems. Met haar mistige oevers op een vroege lenteochtend als de eerste forensen zich slaperig over haar beroemde bruggen bewegen. Met het vakantiegevoel dat ze je geeft op een warme zomerse middag in een van de vele pubs langs de waterkant. Met haar grijsblauwe watermassa die in de winter de kleur van de gebouwen lijkt aan te nemen. En niet te vergeten met de panorama’s op Londen. Zie vanaf Waterloo Bridge: de Big Ben, het parlement en het reuzenrad. En aan de andere kant: St Paul’s Cathedral, de Gerkin, het augurkvormige kantoorgebouw van architect Norman Foster, en op een heldere dag de torens van Canary Wharf.

Over de Theems wordt gezongen, gedicht en ge-schreven. Maar de Theems kan je ook niet mislopen.

De echte waterverrassing van Londen is Regent’s Canal, dat in 1820 werd geopend om de Theems te verbinden met het Grand Junction Canal dat naar de mijnsteden in mid-Engeland liep. De 14 kilometer lange waterweg loopt van oost naar west, door rijke en arme wijken, langs parken, natuurgebieden en een dierentuin, langs industrie, vergane glorie en moderne, soms gewaagde architectuur.

Het jaagpad voert van Limehouse, op steenworp afstand van Canary Wharf, naar Little Venice achter Paddington Station (of andersom). Het is in een dag te wandelen, met een kleine speurtocht als het kanaal bij Islington een 886 meter lange tunnel in gaat. Maar wie iets langer de tijd heeft, en dus ook af en toe van het pad kan afdwalen, ontdekt een bijzondere kant van Londen.

Sta voor je aan de wandeling begint even stil, en luister. Je hoort de kreten van een meerkoet, snaterende eenden, fluitende vogels. De voetstappen van de talloze joggers die het kanaal als hun persoonlijke gymzaal gebruiken, en fietsbellen van de vele fietsers. Het zachte gesnor van de generator van een narrow boat, de smalle woonbootjes die langs het kanaal liggen en vroeger met kolen en bouwmateriaal naar het noorden voeren. Geen auto’s of treinen, tenzij het jaagpad onder een brug loopt en er iets boven je hoofd dendert.

Dit is Londen, maar niet met de drukte die je elders ervaart. Langzaam Londen, waar je je aanpast aan het ritme van het water en het trage tempo van de narrow boats. Onthaasten in de grote stad.

Hippiemarkt

Alleen de in alle toeristengidsen genoemde en daardoor drukbezochte wijk Camden Lock vormt een uitzondering: hier ervaar je niet de rust van de rest van het kanaal. Natuurlijk, het is er charmant met de drie sluizen die door de toeristenrondvaartboten voortdurend in gebruik zijn. Maar de etensgeuren, de rondhangende tieners op hun eerste zelfstandige drankgevulde uitje en de hippiemarkt zijn niet wat Regent’s Canal zo bijzonder maakt.

Loop daarvoor liever een paar kilometer noordelijker richting Regent’s Park. Oorspronkelijk wilde architect John Nash Regent’s Canal dwars door het park graven. Maar hij werd door welgestelde bewoners van de wijk overtuigd de waterweg om het park heen te leggen, naar verluidt omdat zij het gevloek van de navvies, de scheepsjongens, niet wilden horen tijdens het flaneren.

Het jaagpad voert langs elegante, wit bepleisterde negentiende-eeuwse huizen, vaak met eigen aanlegsteiger. Kijk bij de scherpe bocht even naar rechts naar het drijvende Chinese restaurant. Het dok liep oorspronkelijk door tot Euston Station, maar werd na de Tweede Wereldoorlog gevuld met het puin dat was veroorzaakt door de vele bombardementen op Londen.

Bij St Mark’s Church loopt een pad omhoog naar London Zoo of naar Primrose Hill, dat op een zonnige dag een prachtig uitzicht over Londen geeft (en waar vaak Bekende Britten zijn te spotten die hun honden uitlaten).

Terug bij het kanaal hangt de indrukwekkende Snowdon-volière (1965) van de dierentuin deels over het jaagpad. Dat loopt vervolgens langs grote, ook door Nash ontworpen villa’s en de London Central Mosque, langs de prettig begroeide (en gewilde, want er is elektriciteit) ankerplaats voor narrow boats bij Blomfield Road, tot aan Little Venice.

Dat was de naam die dichter Robert Browning aan dit dok gaf. Helaas is er weinig romantisch meer aan de vijver, waar treurige eendjes in een dikke krooslaag dobberen en lunchende kantoorklerken hun vuil achterlaten. Het enige dat de moeite waard is, is het drijvende poppentheater dat in de wintermaanden hier aanlegt.

Ten zuiden van Camden Lock speelt zich meer waterleven af. Hier varen tot eind september de Floating Cinema en de broodboot Sandwich Barge, en wie geluk heeft (of de website van te voren bestudeert) kan ook een van de twee aangename boekenboten tegenkomen: de Boat Barge of Words on the Water.

Het jaagpad gaat via ietwat groezelige (pak)huizen langs het Pancras Lock met nog een functionerend sluiswachtershuisje en een droogdok voor de narrow boats, en het Camley Street-natuurreservaat. Bij King’s Cross is nog het indrukwek-kende geraamte van een negentiende-eeuwse gasfabriek te zien. Het wordt verbouwd tot een amfitheater. En let goed op: Regent’s Canal is hier even een aquaduct en loopt dus over het spoor heen.

Scheepsjongens

Bij Islington verdwijnt het kanaal in een donkere tunnel. Vroeger ‘liepen’ de scheepsjongens erdoorheen, door op het voorsteven op hun zij te gaan liggen en zich met hun voeten tegen de muur af te zetten. De trekpaarden werden ververst in wat nu City Road Basin is en waar Pickford (nu een verhuisbedrijf) zijn vloot had liggen. Het verder teleurstellende London Canal Museum organiseert af en toe boottochtjes door de tunnel.

De tot gewilde moderne appartementen omgebouwde pakhuizen wisselen nu af met sociale woningbouw, variërend van treurige betonnen blokken tot gedurfde constructies die oud en nieuw verbinden. Op de plek waar nu de Gainsborough-flat staat, stonden de beroemde filmstudio’s waar Alfred Hitchcock The Lady Vanishes maakte. Dit is ook de plek waar veel kunstenaars wonen en werken, zie de bordjes naar galeries op Andrews Road en Vyner Street nabij de leuke Broadway Market.

Nu volgt een heerlijk groen stukje, met links van het jaagpad eerst Victoria Park, Londens oudste gemeentelijke park, dat in 1842 net als Hyde Park een Speaker’s Corner had, en nog steeds een prachtige Engelse bloementuin en een vijver heeft. Dan komt Mile End Park, een van de nieuwste parken, aangelegd in een oude bomkrater. Kijk af en toe naar de horizon: nu zijn de torens van Canary Wharf te zien.

Nog wat laatste sluizen – het kanaal is inmiddels 26 meter gezakt sinds Paddington – en het kanaal bereikt Limehouse Basin en de Theems. Ja, weer die Theems.