Kunstenaars moeten naar publiek luisteren

NRC Handelsblad ondervroeg Nederlanders over het belang van cultuur. Zij beschouwen het vooral als ‘vermaak’. En de kunstsector moet zich meer richten op de markt.

Den Haag, 22-10-03. Doek voor de voorstelling "Cyrano de Bergerac" regie Franz Marijnen bij Het Nationale Toneel. Foto Leo van Velzen NrcHb.
Den Haag, 22-10-03. Doek voor de voorstelling "Cyrano de Bergerac" regie Franz Marijnen bij Het Nationale Toneel. Foto Leo van Velzen NrcHb.

De omslag in het cultuurbeleid die staatssecretaris Zijlstra (Cultuur, VVD) heeft ingezet leidde tot een verontwaardigde schreeuw uit de kunstwereld, maar kan tegelijkertijd rekenen op de stilzwijgende steun van veel Nederlanders. Nadat het Rijk jarenlang meer geld had uitgetrokken voor cultuur, besloot dit kabinet fors te bezuinigen en de kunstwereld door te verwijzen naar de markt. Met name dat laatste kan rekenen op grote steun van de bevolking.

Bijna zes op de tien Nederlanders zijn het eens met het kabinet dat kunstenaars en kunstinstellingen zich meer op het publiek en de markt moeten richten. Eén op de tien is het daar niet mee eens, zo blijkt uit een enquête die deze krant liet uitvoeren door onderzoeksbureau Intomart GfK. Aan het onderzoek deden meer dan 500 mensen mee, bijna evenveel mannen als vrouwen. Mannen vinden vaker dan vrouwen dat de cultuursector zich meer op het publiek en de markt moeten richten.

Het kabinet vindt dat publieksbereik meer moet meewegen bij het toekennen van subsidie. De ondervraagden steunen deze gedachte: bijna 60 procent vindt dat de overheid films, concerten of voorstellingen waar nauwelijks publiek op af komt, niet moet steunen met subsidie. Ruim 15 procent vindt dat de overheid dat wel moet doen.

Uit de enquête blijkt verder dat er meer voor- dan tegenstanders zijn van de bezuinigingen op kunst en cultuur. Bijna 40 procent van de Nederlanders steunt het besluit om de rijkssubsidie terug te brengen van 900 miljoen euro per jaar naar 700 miljoen. Ruim 30 procent is het er niet mee eens. Mannen zijn het vaker eens met het korten op de subsidies dan vrouwen.

Weinig mensen (nog geen 10 procent) zijn bereid meer belasting te betalen om kunst- en cultuursubsidies op peil te houden. Het betalen van duurdere kaartjes voor musea, theater- en muziekvoorstellingen kan op meer steun rekenen: eenderde is bereid die te betalen. Aan de deelnemers werd ook gevraagd welke sector zij zouden ontzien als zij regeringsleider zouden zijn. Nog geen 10 procent kiest voor de culturele sector. Meer dan 65 procent spaart liever de zorg.

De regering wil dat burgers kunst en cultuur meer rechtstreeks gaan steunen, door meer te betalen voor entreekaartjes en door zelf geldschieter (mecenas) te worden van kunstenaars of cultuurinstellingen. Ongeveer eenderde van de ondervraagden is het daarmee eens, eenderde niet en nog eens eenderde heeft er geen mening over. Mannen zijn het er vaker mee eens dan vrouwen.

Ongeveer de helft van de ondervraagden wil zelf wel als mecenas optreden. In de top-10 van kunstenaars en instellingen waaraan mensen zouden willen schenken, staat ‘museum’ op de eerste plaats, gevolgd door ‘muziekinstelling’ en ‘theater’. Ook zijn er mensen die liever direct aan kunstenaars willen schenken. Daarbij is de categorie theatermaker/acteur/danser het populairst – die voorkeur is sterker bij vrouwen dan bij mannen – gevolgd door cabaretier en klassieke musicus. Daarop volgen beeldend kunstenaar, popmuzikant en filmer. Eén geënquêteerde geeft aan jong talent te willen steunen.

Van de ondervraagden zou eenderde maximaal 50 euro willen schenken, één op de tien gaat tot 100 euro, en nog geen een op de honderd heeft er meer dan 500 euro voor over. De helft van de ondervraagden wil niets geven. Het merendeel van de mensen die meededen aan de enquête (bijna 60 procent) vindt dat de overheid schenkingen aan kunstenaars en cultuurinstellingen meer moet stimuleren met belastingmaatregelen, zoals aftrekposten.

In het onderzoek is ook gevraagd naar de eigen cultuurconsumptie. De meeste deelnemers gaven aan dat zij in de afgelopen drie maanden een of meer cultuuruitingen hadden bezocht.

De bioscoop kwam op de eerste plaats, daarna kwam museum/galerie, gevolgd door theater/toneel/dans. Bioscoopbezoek is even populair bij mannen als bij vrouwen. Maar vrouwen doen significant meer aan museum- en theaterbezoek. Een enkeling gaf aan onlangs nog de kathedraal van Mechelen te hebben bezocht, een ander ging naar ijssculpturen en eenderde bezocht onlangs nog de Mayatempels in Mexico. Ruim eenderde van de ondervraagden bezocht in de afgelopen drie maanden geen enkele cultuuruiting.

Op de vraag wat kunst en cultuur voor hen betekenen, antwoordde bijna 40 procent ‘vermaak’ en 20 procent ‘erfgoed’. Dat laatste sluit aan bij het regeringsbeleid dat erop is gericht erfgoed te sparen bij de bezuinigingen.

Een minderheid van de ondervraagden ziet kunst en cultuur als ‘bron van hoger inzicht in mens en emoties’ (13 procent) of als ‘spiegel van de samenleving’ (12 procent). Dat laatste wordt significant vaker geantwoord door de groep 65-plus. Een enkeling noemt cultuur „een broedmachine voor nieuwe inzichten en ontwikkeling” of „een stukje educatie”. Voor bijna 12 procent van de ondervraagden betekenen kunst en cultuur ‘niets’.

Veel mensen verwachten wel dat de bezuinigingen van het kabinet negatieve gevolgen zullen hebben voor de Nederlandse kunst en cultuur. Meer dan 60 procent denkt dat die zonder rijkssubsidie deels zullen verdwijnen. Nog geen 5 procent verwacht dat er van de kunstsector niets zal overblijven zonder rijksgeld. Bijna 30 procent denkt dat de sector intact blijft, ook al zou er geen cent van het Rijk naar toe gaan. Ouderen verwachten geen grote gevolgen.