Koningin wint makkelijk de presidentsverkiezingen van 2011

Het gaat ons niet om de persoon, voor wie wij respect hebben, maar om het ambt. Door die uitspraak illustreert Geert Wilders dat hij niet veel begrijpt van het huidige koningschap. Hij wil het in stand houden maar richt het te gronde. Zelfs zonder meerderheid in het parlement. Het vak geschiedenis is door opeenvolgende modes

Het gaat ons niet om de persoon, voor wie wij respect hebben, maar om het ambt. Door die uitspraak illustreert Geert Wilders dat hij niet veel begrijpt van het huidige koningschap. Hij wil het in stand houden maar richt het te gronde. Zelfs zonder meerderheid in het parlement.

Het vak geschiedenis is door opeenvolgende modes en ministers goeddeels verjaagd uit het onderwijs. Het koningschap wordt in veel discussies als een soap besproken. The Family is welkom op Prinsjes- en Koninginnedag, even een fotoshoot met de kleinkinderen op de piste. En dan weer een tijdje dimmen. Geen ruikeluisverhalen uit Mozambique graag.

Deze week kwam de PVV met een uitgewerkt voorstel om de Grondwet zo te veranderen dat de Koning verdwijnt uit de regering en de Raad van State. Hij mag zich niet meer bemoeien met kabinetsformaties. De leden Elissen en Helder hebben hard geblokt in de bibliotheek. Toch leest hun Memorie van Toelichting als een staatsstuk opgesteld door Google.

Zonder meer dan vaag anekdotisch bewijs wordt uitgegaan van de politieke invloed van de koning. Natuurlijk is het voor een bewoner van de 21e eeuw curieus dat het staatshoofd uit de bek van een ooievaar komt vallen. Of het is een operetterol, en dan kan dat sprookje er nog wel bij. Of zo’n koning heeft reële macht, en dat deugt niet. Weg ermee. Maar het is niet persoonlijk bedoeld.

Daar zit de kern van het misverstand. De koningin zit daar niet persoonlijk. Zeker, zij leest, denkt en drinkt op z’n tijd een glaasje wijn. Maar zij geeft gestalte aan de institutie van het koningschap. Zij spreekt regelmatig met ministers en Kamerleden, ambassadeurs en wie al niet. Zij doet al jaren haar huiswerk en stelt wel eens een vraag. Maar niet als mevrouw Van Oranje van de Bezuidenhoutseweg.

Nederland was altijd een verzameling minderheden, die met gepaste argwaan een paar afspraken maakten. Samen de dijken, maar ieder z’n eigen school, z’n ziekenhuis, z’n vakbond. En Oranje als baldakijn erboven. Willem I was de laatste die men echt liet regeren.

Het koningschap was voortaan symbool van de wankele lotsverbondenheid. De politiek bleef daar van af. Net als van de oorlog. Zo nodig repareerde zelfs een socialist, Den Uyl, het koningschap - na de Lockheed-strapatsen van Prins Bernhard. Het Hof als republikeins bindingstoneel.

De eenheid van de natie wordt belichaamd door de vorst, politiek in bedwang gehouden door middel van de ministeriële verantwoordelijkheid. Degenen die de koning uit de regering willen halen en daarmee de politieke controle willen afschaffen, beseffen niet dat een koning die als vrije elektron door de media zweeft veel meer macht kan vergaren dan in de huidige situatie.

Een ongebonden lintenknipper kan hoog stijgen in de publicitaire dagkoersen door joviaal mee te deinen met sportevenementen, handelsreizen en tv-babbelzones. Ook de huidige koning wordt graag gezien aan de eindstreep van de Elfstedentocht en bij de slachtoffers van vuurwerk- en watersnoodrampen. Maar keuze en maatvoering wordt, als iedereen zijn rol vervult, vastgesteld in nauw overleg met de premier en zijn collega’s.

Dat geeft de koning misschien invloed, maar geen macht. Invloed op grond van opgebouwd gezag. Niet in strijd met het beleid van het democratisch gekozen landsbestuur. Wie denkt dat de ‘ongekozen’ koning ongehoorde kansen op machtsuitoefening heeft, moet eens denken aan al die andere ongekozen functionarissen.

De secretaris-generaal van een ministerie heeft veel meer invloed dan de koning; hij zit de hele dag in de keuken en weet alles. Maar ook daar geldt: hij heeft net zo veel macht als de eigenlijke machthebber toestaat. Een minister die de oren laat hangen naar de koning geeft het staatshoofd daarmee macht. De koning neemt alleen waar niemand grenzen stelt. Daarom is deze discussie vooral zelfkritiek van de politieke klasse.

Het belangrijkste voorstel waar een meerderheid voor opdoemt in de Kamer is het schrappen van de koning uit de kabinetsformatie. De PvdA, die vorige week met een rapport kwam over het koningschap, wil dat ook, net als D66, GroenLinks,  SP en de Partij voor de Dieren. Maar dat kan al. In de motie-Kolfschoten (1971) heeft de Kamer zich voorgenomen de eigen voor- en hoofdwas te doen.

Toch heeft men het nooit gedurfd. Geert Wilders heeft zich tijdens de laatste kabinetsformatie ingeprent dat de koningin haar eigen voorkeur voor een paarse variant probeerde door te drukken door haar vertrouwelingen Tjeenk Willink en Lubbers als informateur te benoemen. Maar hun taak was expliciet vast te stellen wat een meerderheid van de Kamer wilde, om te voorkomen dat het staatshoofd achteraf kon worden beticht van eigenwijsheid. Zij kan niet werken met  de laatste aflevering van Nieuwsuur.

Mooi als de Kamer voortaan zonder gespreksleider wil formeren. Formeren in Nederland is een proces van afstrepen, waarin velen in de eerste ronde niet hun beste kaart op tafel leggen. Het afbreukrisico van de eerste formateur, de leider van de grootste fractie, is daarom groot. De koning verzachtte dat.

En overigens, nu ingrijpende bezuinigingen en de vergrijzing de solidariteit onder druk zetten, de euro wankelt en de economie hapert, is de monarchie het meest acuut? Voor echte republikeinen wel. Voor de overigen, de meerderheid, zou je denken: het is september, het speelkwartier is voorbij.

Trouwens, als het moest zou de Koningin de presidentsverkiezingen 2011 zo winnen. Zij is de beste van het veld. Maar daar gaat het niet om.