'Ik bouw dromen'

Bij een broodje tonijn vertelt botenbouwer Tako van Ineveld over zijn superjachten voor superrijken. ‘Dit soort boten trekt fanaten aan.’

Tako van Ineveld had best zo iemand kunnen zijn die je weleens ziet op foto’s in societyrubrieken; glas champagne in de ene hand, de andere hand stevig op de schouder van een rijke, potentiële klant. Menig autoverkoper, interieurontwerper en kapper is op die manier zelf bekend, en vaak ook rijk geworden. Tako van Ineveld (39) – ‘Taak’ voor de werknemers – is dat niet. Hij is de eigenaar van Holland Jachtbouw in Zaandam, waar superjachten voor superrijken worden gebouwd. En eigenlijk lijkt hij nogal nuchter. Hij kan zich over een schaalmodel van een motorjacht buigen en zeggen: „Wát een dikke bak.” Een handgetimmerde houten stuurhut noemt hij net

zo makkelijk een hondenhok en hij weet ook wel dat mensen die een superjacht kopen dat heus niet van hun „allerlaatste centjes doen”.

Wat hij gemeen lijkt te hebben met zijn klanten is niet het geld. Hij deelt hun droom. „Want daar begint het mee. Iemand droomt van een boot. Weet precies hoe die eruit moet zien en wat die moet kunnen.” En dat bouwt Tako van Ineveld dan. Daarvoor hoef je, zegt hij, geen vlotte jongen te zijn (wat hij wel is). Want zelfs de beste autoverkoper in het mooiste Italiaanse maatpak kan niet wat hij doet. Echt begrijpen waarom iemand, van kiel tot mast, helemaal zijn eigen boot wil bedenken.

De eerste daad na de droom is naar een ‘naval architect’ gaan, daar zijn er niet zoveel van in de wereld, een paar in Nederland, in Engeland, een enkele Amerikaan. Tako van Ineveld kent ze allemaal wel zo’n beetje. „Dat proces van tekenen en weer aanpassen kan wel een jaar duren.” Vaak is het de architect die weet welke werf het papieren ontwerp het best kan bouwen. De kans dat de keus op Holland Jacht Bouw valt, is best groot. „Op de wereld zijn er maar vier werven voor superzeiljachten, drie daarvan zitten in Nederland, en één daarvan zijn wij.”

Tako van Ineveld bouwt het soort motor- en zeiljachten dat je niet zult zien op de Hiswa komende week in IJmuiden. Daar komen zijn kopers niet. De boten daar zijn mooi hoor, daar niet van, en hij gaat er zeker even kijken, al was het maar vanwege de goede sfeer. Maar een superjacht is echt wat anders. Die zie je op de Monaco Yacht Show, of op de boatshow van Fort Lauderdale of Düsseldorf. Jachten tussen de 30 en 60 meter lang, met speciaal ontworpen techniek, navigatie- en boordsystemen, alles met de hand geïnstalleerd en afgewerkt. Voor een bedrag tussen de 10 en 25 miljoen euro heb je een uniek exemplaar.

Rainbow

Voor we gaan lunchen hebben we afgesproken op de werf in Zaandam. Dan kan ik zien wat er wordt bedoeld met superjacht. In een van de loodsen ligt een joekel. Rainbow is haar naam. Een zeiljacht van bijna veertig meter, een replica van het origineel uit 1934. Hoogglans zwart gelakt, met in de uitsparing in de romp straks een bladgouden biesje. Op en onder haar houten dek werken een handvol mannen en een enkel meisje. Het uiterlijk en de inrichting mag klassiek zijn, alle techniek binnenin is hypermodern. Tako van Ineveld begint over hybride voortstuwingssystemen, maar schakelt subtiel terug naar de eenvoudige uitleg als hij merkt dat er weinig respons komt. „Het wordt zeg maar een Toyota Prius te water. Dit jacht kan varen op de brandstofmotor én op elektriciteit.”

Naast het jacht is de werkplaats van drie verdiepingen hoog. Vanaf elke etage kun je zo de boot oplopen. Tako van Ineveld hupt de trappen op en de gangen door. Op elke verdieping is het stil en brandschoon, bij elke werktafel en kast hebben de technici bordjes gehangen: ‘Hou het netjes’, ‘Alles moet terug op z’n plek’. „Soms moeten de mannen een beetje afgeremd. Dat ze niet over élk losliggend moertje moeilijk doen.”

Net waren we al even bij de timmerlieden, die zitten in een aparte loods. Ze waren de mahoniehouten opbouw van het schip aan het maken, met van die ouderwetse houtverbindingen waar geen spijker aan te pas komt. „Dit soort boten trekt fanaten aan. Vakidioten. Van die mannen die bouwtekeningen het liefst meteen weggooien, want ze weten zelf beter hoe ze zoiets moeten maken.”

En Tako van Ineveld begrijpt dat best. „Ik was acht toen ik precies zo’n zeiljacht als deze in de haven van Den Helder zag varen. De Endeavour, het origineel uit 1934 was net in Nederland gerestaureerd. Dát was mooi werk. Dat begreep ik als jochie ook wel.”

Over een paar maanden, in maart 2012, gaat de Rainbow die nu in de loods staat te water. En dan gaat een vijfentwintigkoppige bemanning er een maand lang mee trainen voor de race bij het Zuid-Engelse Falmouth. Een oceaanrace tegen de zeven andere jachten van dit type die er bestaan. Tako van Ineveld gaat ook mee.

Hij kan zich niet herinneren dat hij ooit heeft leren zeilen. Hij is een zeiler. Zijn ouders ook. „Ken je het televisieprogramma Het roer om”, vraagt hij. Van de ene op de andere dag zegden zijn ouders hun baan op (ze waren allebei etaleur), kochten een zeilboot, verbouwden die samen en gingen erop wonen en bleven dat een jaar of 18 doen. Met Tako en zijn vier jaar oudere zus. „Ze hebben zichzelf leren zeilen. Ik werd in een optimistje gezet en afgeduwd.” De zeilboot werd verhuurd als charter. In de weekeinden en vakanties konden gasten tegen betaling meezeilen, mee-eten en slapen aan boord. Ja hoor, dat vond Tako van Ineveld gezellig, zegt hij. „Ik vind bezoek nog steeds leuk.”

De basisschool en middelbare school volgde hij grotendeels vanaf het water. „Ik kreeg een stapeltje huiswerk mee. En in de winter, als we aan wal lagen, volgde ik wat meer lessen.” Of hij dan wel vriendjes had? Vast niet zoveel, denkt hij. Ja, een beetje krap was het wel aan boord zo met z’n allen, maar vervelend was dat niet. „Pas toen ik ging studeren had ik voor het eerst weer een huis met een voordeur.” Nu woont hij in Enkhuizen met zijn vrouw en twee dochters. In een 300 jaar oud monument.

Vette jaren

Al met al heeft de Rainbow straks twee jaar op de werf in Zaandam gelegen. Zo lang duurt het om van een droom een boot te maken. Als het goed gaat, levert Holland Jachtbouw er elk jaar één af. Maar de vette jaren in de jachtbouw zijn een beetje voorbij. „Vier jaar geleden zaten we altijd vol, maar nu is de crisis voelbaar.” Holland Jachtbouw heeft dit jaar 12 man moeten ontslaan, er zijn er nu nog veertig over. Denk niet dat je van boten bouwen rijk wordt. „Supermarktmarges”, noemt Tako van Ineveld het. „We maken geen dertig procent op een jacht. We mogen blij zijn met vier.”

We stappen in zijn auto, een BMW-stationwagon, om te lunchen bij de IJ-kantine op het terrein van de NDSM, de Amsterdamse scheepswerf die in 1980 failliet ging. De baanloze scheepsbouwers namen destijds het gebouw in gebruik als biljartzaal en kantine. Nu is het een restaurant. Ik had al twee keer heel terloops gevraagd wie toch de eigenaar is van die Rainbow daar op de werf. Nu vraag ik het nog maar eens. Een Nederlander, dat is alles wat Tako van Ineveld erover wil zeggen. Namen noemen, dat doe je niet. „In april won een motorjacht dat wij hebben gebouwd de World Super Yacht Award, een soort Oscar. Er was een hele feestavond om de prijsuitreiking heen gebouwd, maar no way dat de eigenaar daarbij wil zijn.” Meer dan ooit gaan klanten exposure uit de weg. „Best vervelend als je net 3.000 van je 10.000 werknemers hebt ontslagen en bekend wordt dat je zelf een jacht voor 20 miljoen hebt laten bouwen.”

Een boot kopen is één, een boot houden is een tweede. „De runningkosten zijn 8 of 10 procent van de bouwprijs per jaar. Zeg ik even snel. En dan heb je niks geks gedaan.” Wat je dan hebt gedaan, is je boot in een haven parkeren. Het personeel, met de kapitein, de machinisten en de stewards al snel een man of tien, blijft permanent aan boord.

Het lijkt hem niks, het jachtleven. „Het lijkt leuk en vrij.” Maar er zit een complete wereld achter, van managementbureaus die precies uitstippelen wanneer er getankt en voedsel gebunkerd moet worden. „De ijskasten die wij aan boord bouwen, daar kun je doorheen lopen.” Vakbondsregels die bepalen hoe groot de hutten van het personeel moeten zijn. „De helft van de boot is bemanningsverblijf.” En hoe lang er gewerkt mag worden. „Je mag pas naar bed als de laatste gast gaat slapen, en bent als eerste op.”

Aandeelhouder en klant

Bij het broodje tonijn op het terras van de IJ-kantine valt eindelijk de naam van een eigenaar: Chris Gongriep, vastgoedinvesteerder en zo’n zeilfanaat dat hij twintig jaar geleden zijn eigen werf begon, Holland Jachtbouw. „Hij is eigenaar, aandeelhouder en klant. Dat levert soms leuke besprekingen op.” Tako van Ineveld leerde hem kennen toen hij scheepsbouwkunde studeerde. „Ik had eerst de Zeevaartschool gedaan. Maar in de koopvaardij had ik geen zin. Zit je op je brug met 300 containers voor je. Dat leek me niks.” Als scheepsbouwstudent moest hij een overall-stage doen (werken op een werf) en een witteboordenstage. Hij kwam terecht bij een managementbureau dat, kort gezegd, het bouwen van boten begeleidt. En hij hielp Chris Gongriep met de bouw van zijn 30 meter lange zeiljacht Sapphire. Gongriep kocht vervolgens het managementbureau met Tako van Ineveld erbij. Op zijn dertigste werd hij er commercieel directeur en sinds 2006 heeft hij, net als de derde directeur Arjen Zijlmans een deel van de aandelen.

Hij kijkt op zijn horloge om te illustreren dat als er nu een klant belt, hij nu weg gaat. Het hoeft niet meteen om een nieuwe order te gaan, met een refit is hij ook blij. „Voor een likje verf en een nieuwe generator moet je niet bij ons zijn. Een complete verbouwing is mooi werk.”

Tako van Ineveld hoeft zich niet te gedragen als een superjachtbouwer, als hij al zou weten hoe dat moest. De mensen die hem moeten kennen, kennen hem al. En hij weet precies wie hij nog wil leren kennen, zegt hij. Het zijn vooral de boten die zijn interesse wekken. Gewoon, omdat ze mooi zijn of omdat de eigenaar ervan er straks misschien nog één wil. Zelf hoeft hij niet zo nodig. „Laat mij maar zeilen met mijn bootje van 36 voet.” Zonder personeel en zijn bemanning leidt hij zelf wel op. „Ze zijn vijf en zeven.”