Hotel Regelmaat

Gescheiden, ontslagen, overwerkt? Een steeds jonger publiek laaft zich aan de kloosterregels van centra als kasteel Slangenburg. ‘Ik geef hier mezelf bloot.’

voor Lux bijlage NRC handelsblad, stuk Freek Schravesande & fotografie Ana•s Lopez 03-09-2011
voor Lux bijlage NRC handelsblad, stuk Freek Schravesande & fotografie Ana•s Lopez 03-09-2011

Ze zit in haar eentje aan het hoofd van een lange antieke tafel, met voor zich een blanco schrijfblok en een balpen. De eerste twee dagen vond Laila Porcu (35) afleiding in de andere gasten. Nu zoekt ze tijd om dingen op papier te zetten. Ze wil zichzelf herontdekken, iets wat thuis met twee kleine kinderen niet goed lukt. En ze bereidt een cursus voor.

„Oké”, zegt Porcu, en ze legt vastberaden haar pen neer. „Nu de echte reden. Ik zit hier om een relatiebreuk.”

Zelf klopte ik enkele jaren geleden ook aan op de deur van kasteel Slangenburg in Doetinchem. De gastheer, een vrolijke vrijwilliger met Brabants accent, deed open. Hij overhandigde een grote gouden sleutel en begeleidde me over krakende vloeren langs wanden vol zeventiende-eeuwse muurschilderingen naar een kamer zonder tv of wifi. ‘Alleen Noodoproepen’, reageerde mijn telefoon.

Toen wist ik nog niet dat kasteel Slangenburg een van de eerste hits is als je googlet op ‘rust en klooster’. Ook wist ik niet dat steeds meer mensen googlen op ‘rust’. En evenmin dat veel mensen ‘rust’ intikken na een periode van onrust.

Slangenburg bleek een bonte verzamelplaats van dames van middelbare leeftijd, promovendi en jonge stedelingen die op een kruispunt in hun leven waren beland. Ze waren hier om na te denken: wel of niet scheiden, wel of geen studie. Sommigen waren ‘in between jobs’.

Ze zochten er rust, net als ik, maar belandden nog rond het middaguur gezamenlijk aan een lange tafel voor warm eten. Je diende een stapel borden door te geven, van links naar rechts. Op tafel verschenen zilveren schalen met sukadelapjes, aardappelen, boontjes en jus. Je deelde het eten en begon een gesprek met wildvreemden. ’s Avonds kregen die gesprekken een vervolg onder antieke schemerlampen in de leeszaal. Een enkeling zonderde zich af.

Slangenburg, ontdekte ik, bleek een soort huiskamer van Nederland. Of op z’n minst de keukentafel. Met jaarlijks tweeduizend strangers on a train.

Gastheren

Nu ben ik terug, als journalist, en word ik ontvangen door enkele gastheren en -vrouwen, vrijwilligers die in wisseldiensten de gasten verzorgen en vragen of je je biertje enkel, dubbel of triple wilt. „Wat wordt de insteek?”, willen ze graag weten.

Een eerdere beschrijving van het kasteel zorgde voor klandizie met verkeerde verwachtingen. Gasten die dachten dat het allemaal wat vromer was. Dames in avondkleding op zoek naar „glamour”. Sommigen haakten voortijdig af.

De fout is snel gemaakt. In kasteel Slangenburg heten kamers Witte Toren, Rijzende Zon en Musica. Plafonds zijn vier meter hoog, openhaarden drie meter breed. ’s Winters heb je uitzicht op een wit tapijt van bosanemoon, ’s zomers fladderen verdwaalde jonge vleermuizen op de eerste verdieping door het kasteel. De romantiek spat er inderdaad van af. Totdat je ’s ochtends de koude gang op moet voor de douche en om negen uur tegenover een vreemde zit aan het ontbijt.

Het verblijf op Slangenburg, gastenverblijf van de nabijgelegen Sint Willibrords Abdij, is geïnspireerd op de regels van het klooster. In het bijzonder die van Benedictus, een Italiaanse heilige die in de zesde eeuw een dagritme opstelde voor kloosterlingen. Het strikte rooster, te beginnen om 6.15 uur, gaat uit van een gezond leefritme: op vaste tijden eten, bidden, werken en recreëren. De bijna 30.000 benedictijnen wereldwijd die zich eraan houden, worden er flink oud mee. Het zou Alzheimer vertragen.

In kasteel Slangenburg gaat het er een stuk gematigder aan toe: driemaal daags een maaltijd, tussendoor wat facultatieve koffiemomenten en om elf uur naar bed. Religie niet verplicht, pastor wel aanwezig. Minimaal verblijf: drie nachten. Nodig om het ritme te ervaren.

De structuur hielp vaste gast Marianne uit Utrecht haar proefschrift op Slangenburg te schrijven. „Thuis dient zich altijd wel wat aan”, zegt ze met een wijntje in de leeszaal. „De ene keer moet je helpen je schoonvader te verhuizen, dan weer miauwt de poes.”

Marianne is zeker niet de enige. Terwijl de kerken leegstromen schuiven de kloosters banken bij. De vraag naar retraiteweekenden stijgt, mindfulnesscentra schieten uit de grond. En ook kasteel Slangenburg is na een kleine dip meestal weer volgeboekt. Met steeds jonger publiek.

Ook ik zocht stilte toen ik enkele jaren geleden op Slangenburg verbleef. Ik was moe. Ik zag mezelf zuchten in een stilstaande treincoupé, lunchen voor de computer en sms’end een Albert Heijn 10-minutenstamppot bereiden. Tijd is niet het probleem, zo bleek op Slangenburg, maar het gebrek aan vastigheden. Het kasteel zorgt voor structuur. Als daar de bel rinkelt, omdat het koffietijd is, de lunch wordt geserveerd of het theetijd is, moet je verplicht je bezigheden neerleggen. Dat is wel zo prettig.

Prikkels

De behoefte aan rust en regelmaat in de samenleving neemt toe, constateert ook psycholoog Ivan Nyklicek, stressonderzoeker aan de Universiteit Tilburg. „Er zijn meer prikkels en er is meer noodzaak tot prestatie en efficiëntie: zo veel mogelijk willen doen in zo kort mogelijke tijd. Dat leidt tot een gevoel van controleverlies, een belangrijke stressfactor. In retraite heb je weer even het idee dat het leven voorspelbaar en overzichtelijk is.”

Nu het proefschrift af is, is Marianne gebleven. Voor de rust, maar ook voor het gezelschap. „Er gebeuren soms best bijzondere dingen aan tafel. Er kwam een keer een oude dame, net weduwe, door haar kinderen gebracht. Ze ging aan tafel zitten en zei: ‘Nu ben ik helemaal alleen.’ ‘Nee hoor’, reageerde iedereen.”

„Je krijgt hier een stukje verdieping, hè”, zegt Lies Bierenbroodspot op ironische toon. Zingeving, spiritualiteit, ze vindt het gauw zweverig klinken. Maar de waarheid is: ze heeft er wel behoefte aan. „Nu de kinderen uit huis zijn heb ik andere levensvragen dan vroeger. Hier kun je reflecteren op het dagelijks leven. In stilte, maar liever nog met anderen.”

Bierenbroodspot kreeg het verblijf cadeau van een vriendin. Eerder was ze in spiritueel centrum De Voorde. „Daar moet je meedoen aan het programma, hier is het allemaal wat vrijblijvender.”

Laila Porcu heeft haar poging tot schrijven even gestaakt. Ze verruilt de blauwe salon voor een wandeling. Normaal, zegt ze, is ze meer een saunabezoeker. Maar een verblijf op Slangenburg is net zoiets. „Ik geef hier mezelf bloot, op een andere manier.” Als ze wil, kan ze heel goed praten zonder iets te zeggen. Maar nu heeft Porcu al een paar mensen over haar breuk verteld. Ongekend wat voor goed gevoel dat geeft. „Terwijl ik eigenlijk voor de stilte kwam.”