Even is het in je hoofd complete chaos

Wim Kok was premier ten tijde van 11 september 2001. Hij kijkt terug op een roerige periode in Den Haag, Nederland en de wereld. „Met een zo koel mogelijk hoofd ga je de zaken bespreken die nodig zijn.”

Willem ( Wim ) KOK (1938) Nederlandse politicus, voormalig vakbondsbestuurder en van 1994 tot 2002 minister-president van Nederland. foto VINCENT MENTZEL . Nederland. Amsterdam, 26 augustus 2011
Willem ( Wim ) KOK (1938) Nederlandse politicus, voormalig vakbondsbestuurder en van 1994 tot 2002 minister-president van Nederland. foto VINCENT MENTZEL . Nederland. Amsterdam, 26 augustus 2011

Ook in het Torentje kwam de klap op 11 september 2001 hard aan. Bij Wim Kok, zeven jaar de broodnuchtere premier van Nederland, leidden de terreuraanslagen tegen de symbolen van de Amerikaanse macht in New York en Washington tot gevoelens van ongeloof, angst en verwarring.

Het was de tweede dinsdag van september, een week voor Prinsjesdag. Het leek in Den Haag „een dinsdag als alle dinsdagen” te worden, zegt Kok bijna tien jaar later. Hij spreekt over de aanslagen, hoe hij ze persoonlijk beleefde en wat voor gevolgen ze hadden voor Nederland – dat een jaar van grote politieke onrust en zelfs een politieke moord inging. Tussen 1994 en 2002 leidde Kok (PvdA) twee paarse kabinetten, van PvdA, VVD en D66.

„Ik was net voor het vragenuurtje in de Kamer geweest, stak het Binnenhof over en in mijn werkkamer zette ik Teletekst aan om te zien of er nog iets gebeurd was. Zo viel ik er middenin. Ik heb mijn secretaresse erbij gehaald en de kamerbewaarder, die voor koffie zorgt en voor de stukken die binnengebracht en weggehaald moeten worden. Met hen heb ik mijn eerste schrik gedeeld toen we zagen hoe het tweede vliegtuig het World Trade Center in vloog.”

Een terreuraanval op supermacht Amerika was in volle gang. „In je hoofd is het even complete chaos. Want je weet niet wat er nog meer komt. En ook niet wat de impact ervan zal zijn. Zoals iedereen verbijsterd en in totale verwarring was, was ik dat natuurlijk ook.

„Maar als je verantwoordelijkheid draagt weet je dat het daar niet bij kan blijven. Er is altijd een zintuig dat zegt: wacht eens even, je bent misschien wel even radeloos als ieder ander, maar er moet wél een aantal dingen gedaan worden. En je bent ook in een positie dat je dingen kúnt doen. De meeste mensen zitten dan verslagen op de bank en denken: wat nu? Als premier hangt het onder meer van jou af wat er gebeurt.”

Kok (72) is de afgelopen jaren weinig in de publiciteit getreden. In 2002 trok hij zich terug uit de politiek, waarna hij een aantal commissariaten en bestuursfuncties aanvaardde. Inmiddels heeft hij de meeste daarvan weer afgebouwd. Het kantoor in Amsterdam-Zuid waar hij de afgelopen jaren werkte heeft hij opgezegd. In de tuin van zijn huis in Amsterdam-Slotervaart, waar hij woont met zijn vrouw Rita, is deze zomer een houten huisje verrezen. „Mijn kakelverse werkruimte”, zegt hij tevreden als hij de verslaggever ontvangt in de modern vormgegeven studeerkamer met uitzicht op het van de regen druipende groen en de keukendeur vijf stevige stappen verderop. Op het vierkante bureau van de man die als premier niet bleek te weten hoe de muis van een computer werkt, liggen een BlackBerry en een iPad binnen handbereik. Maar afgezien van deze moderne hulpmiddelen is er aan Kok weinig veranderd sinds zijn jaren in het Torentje.

„Mijn eerste gedachte was”, zegt hij terugdenkend aan 9/11, „hier wordt de Verenigde Staten en de Amerikanen iets onaanvaardbaars aangedaan, dit heeft enorme impact. Met een zo koel mogelijk hoofd ga je de zaken bespreken die nodig zijn om een adequate reactie te geven.

„Drie dingen sprongen meteen op de voorgrond. Eerst: wat wordt de internationale reactie, en vooral die van de Amerikanen? Daar was ik van het begin af aan bezorgd over, al stond steun voor de Amerikanen voor mij buiten kijf. Het tweede was: wat gaat dit betekenen voor de binnenlandse veiligheid? Wat daar gebeurt, kan ook hier gebeuren. Alle plannen voor veiligheid en preventie werden meteen opnieuw tegen het licht gehouden. Het derde: wat kunnen de gevolgen zijn voor de manier waarop bevolkingsgroepen hier met elkaar omgaan?

„Daarover begint dan de communicatie met medewerkers en tussen de bewindslieden. Het kringetje waar je direct contact mee hebt, is vrij beperkt: je secretaris-generaal, het hoofd van de RVD voor de voorlichtingskant, de raadadviseur buitenland voor de directe contacten met Amerika en Buitenlandse Zaken, en de raadadviseur voor binnenlandse veiligheid en terrorismebestrijding.

„Het klinkt allemaal heel overzichtelijk, maar zo verliep het natuurlijk niet. Terwijl je druk bezig bent zit je met één oog naar de tv te kijken, waar de situatie zich blijft ontwikkelen: er vloog ook een vliegtuig tegen het Pentagon, een ander toestel stortte neer bij Pittsburgh. Het duurde ook nog een tijdje voor de torens instortten. Je valt van de ene emotie in de andere. Het angstige is dat je het nog niet kunt plaatsen. De achtergronden, de wijze waarop de actie is beraamd en door wie, dat weet je allemaal nog niet. En wie zegt dat het hiermee afgelopen is?”

Was er tijd om even de deur dicht te doen en na te denken over uw reactie?

„Zo’n moment van bezinning is er eigenlijk vooral in telefoontjes. Al pratend maak je een paar reflecterende opmerkingen en krijg je wat rust in je hoofd. Telefoongesprekken kunnen een geweldig verhelderend effect hebben, al pratend orden je je gedachten.

„Vrij snel in de middag heb ik ook contact opgenomen met de koningin. Dat doe je normaal niet zomaar op een dinsdagmiddag. Maar dit was het soort situatie waarin je als premier voelt: hierover moet ik echt contact hebben met het staatshoofd.”

Sprak u met haar over de gevolgen voor Nederland?

„Het is meer een reflex: dit is iets van de hoogste urgentie, er heeft een ramp plaatsgevonden, net als het jaar daarop met de moord op Pim Fortuyn – al was dat natuurlijk van een heel andere orde.”

Had u steun aan dat gesprek met de koningin?

„Ja, ik heb het gevoel dat het van twee kanten buitengewoon werd gewaardeerd, zonder dat er nou operationele conclusies uit werden getrokken. Het was gewoon: mensen, beiden in een verantwoordelijke positie, die even een emotie delen.”

Nadat de ministerraad in spoedzitting bijeen was gekomen legde Kok ’s avonds voor de camera’s een verklaring af, waarop hij later door VVD-leider Bolkestein werd aangevallen. „Ik heb twee dingen uitgedrukt in die verklaring”, zegt Kok. „Allereerst diepe betrokkenheid bij de slachtoffers en solidariteit met de Verenigde Staten over de afschuwelijke gevolgen van deze terreurdaden. Tegelijk zei ik, en dat kwam recht uit het hart: laten we alsjeblieft in de gaten houden dat dit niet leidt tot een escalatie die onherstelbare brokken veroorzaakt. Dat was meer een emotionele verzuchting dan dat het politieke betekenis had.”

U sprak ‘de vurige wens uit dat het Amerikaanse volk in waardigheid zou reageren’. En ‘op een manier die recht doet aan de waarden die wij gezamenlijk in onze democratie vertegenwoordigen’. Daar kwam kritiek op.

„Sommigen zeiden dat het afbreuk deed aan de solidariteit met de VS. Maar dat is absoluut niet mijn bedoeling geweest.”

Bolkestein verweet u ‘gemekker aan de zijlijn’.

„Ik vond het geen gemekker. En ik vond het ook geen zijlijn. Het was een paar uur na de aanslag, je hebt geen 24 uur de tijd om over zoiets na te denken. Misschien paste mijn woordkeuze niet bij de emotie van het moment. Maar ik sta er nog steeds achter.”

Andere regeringsleiders sloegen een veel strijdlustiger toon aan. Maar legde u niet toen al de vinger op de gevoelige plek, zoals later bleek met de invasie van Irak, Guantánamo Bay en het martelen van gevangenen?

„Nou, zo’n geweldig voorspellende kwaliteit had ik niet, hoor.”

Maar uw bezorgdheid had een reden. Het was toch geen gril?

„Natuurlijk niet. Het is moeilijk voorstelbaar hoe zo’n groot en machtig land, zo’n schier onaantastbaar land, op zo’n vernederende aanval zal reageren. Het was een enorme slag in het gezicht. Mijn intuïtie zei me dat het heel moeilijk zou zijn de reactie specifiek te richten op de plegers van de aanslagen, en niet onnodig te verbreden.

„Terugkijkend moet je vaststellen dat de Amerikanen de proportionaliteit, vooral met de invasie van Irak, uit het oog hebben verloren. En de VS hanteerden argumenten die later onjuist bleken, met name dat Irak massavernietigingswapens had.”

Een paar dagen na 9/11 zei u dat ook Nederland in oorlog was. Wás dat zo?

„Geen oorlog van het ene land tegen het andere. Het was een oorlogsverklaring van de terroristen aan Amerika en aan de waarden waar een democratische en vrije samenleving als de Amerikaanse voor staat – en dat zijn ook onze waarden. Op basis van die gedeelde waarden hebben we tenslotte een bondgenootschap. De NAVO verklaarde de dag na 11 september artikel 5 van toepassing, waarin staat dat een aanval op één lidstaat beschouwd zal worden als een aanval op alle lidstaten.”

Kort vóór 9/11 had u uw vertrek als politiek leider van de PvdA aangekondigd. Heeft u na de aanslagen ooit gemijmerd: als ik dat niet had gedaan zou ik sterker staan in deze stormachtige tijd?

„Ik had een zorgvuldige afweging gemaakt voor ik mijn vertrek aankondigde. Ik had me ervan vergewist dat de continuïteit voldoende verzekerd was. Wat er op 11 september zou gebeuren wist ik natuurlijk niet. Als ik voor 9/11 niet gezegd had dat ik wegging, zou ik erna waarschijnlijk heel veel moeite hebben gehad om het alsnog te doen. Dat heeft meer te maken met verantwoordelijkheidsbesef dan met een illusie van onmisbaarheid. Na 9/11 had ik die breuk in het leiderschap niet meer voor mijn rekening durven nemen.

„Dat ik sinds augustus de vertrekkende man was heeft me internationaal, bij de NAVO en de Europese Unie, geen parten gespeeld. Het zorgde er wel voor dat ik geen gelijkwaardige tegenspeler meer was van Pim Fortuyn, die toen sterk opkwam. Dijkstal, Melkert en Balkenende, die de lijsttrekkers waren voor de komende verkiezingen, moesten met Fortuyn knokken. Ik had mezelf uitgeschakeld.”

In de zomer van 2001 leek Nederland nog goed op koers te liggen. Volgens opiniepeilingen kon het kabinet rekenen op brede waardering, hetzelfde gold voor de premier. Merkte hijzelf al iets van de onderhuidse onrust, die snel heel groot zou blijken?

„Er was een groeiend maatschappelijk onbehagen, dat niet precies kon worden geduid. Al voor de zomer van 2001 was daar regelmatig discussie over, ook in het kabinet. Paul Scheffer bond de kat de bel aan door over ‘het multiculturele drama’ te spreken. Dat maakte veel los.

„Er was een groeiend besef dat sociaal-economische onvrede over ongelijkheid, slechte woonomstandigheden en toenemende onveiligheid, zich mengde met een sociaal-culturele component, vooral in de meer divers samengestelde stadswijken. We hadden net een aantal jaren achter de rug met lage werkloosheid, en nu kwam de tegenstelling tussen private welvaart, vooral van degenen die het extreem goed hadden, en publieke armoede schrijnend aan het licht. Je zag journalistieke reportages over de slechte kwaliteit van voorzieningen in ziekenhuizen, bejaarden die onvoldoende vaak gewassen werden, schoollokalen die afbladderden.

„Wat verder speelde was dat Paars was uitgeregeerd. De twee grote partijen in de coalitie, de PvdA en de VVD, hadden allebei de uitstraling: voortzetting van Paars ligt niet voor de hand. Dat schiep een sfeer van onbestendigheid. PvdA en VVD dachten te lang dat de een of de ander de premier zou leveren. Daardoor is onbedoeld een zekere vanzelfsprekendheid doorgeklonken, zo van: die twee maken het onderling uit. Fortuyn heeft zich buitengewoon handig van dat klimaat meester gemaakt.”

Maar was de onvrede over immigratie en gebrekkige integratie niet de hoofdfactor, als je ziet hoeveel vaart dat thema kreeg?

„Het is moeilijk dat nu terug te vertalen naar toen. Met het grotestedenbeleid van minister Van Boxtel hadden we erg veel aandacht gegeven aan de verbetering van de kwaliteit van leven in de oude wijken. Er werd ook veel gedaan aan de dialoog tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Ik denk niet dat het thema verwaarloosd werd. Maar het is heel goed mogelijk dat we de onderliggende ontwikkelingen en emoties niet scherp genoeg in het vizier hadden.”

Terwijl Pim Fortuyn daarover toch al enige tijd krachtige uitspraken deed.

„Hij begon duidelijk al op stoom te komen. Maar 9/11 heeft zijn ideeën vleugels gegeven. Na 9/11 waren generaliserende uitlatingen over het achterlijke karakter van de islam, en daarmee impliciet ook van de belijders van die godsdienst, mogelijk op een wijze die daarvoor niet kón.

„Na de aanslagen waren er ontoelaatbare uitlatingen van Marokkaanse jongeren die juichend de straat op gingen. Uit opiniepeilingen bleek dat een vrij hoog percentage moslims in het land de aanslagen weliswaar niet steunde, maar er wel een begripvolle houding tegenover aannam. Dat gold overigens niet voor de leiders van islamitische groeperingen.

„Maar er waren dus wel redenen voor escalatie van de binnenlandse verhoudingen te vrezen. We hebben veel gedaan om dat te kanaliseren.”

Paars werd niet alleen verworpen, er ontstond virulente afkeer van.

„Het vertaalde zich niet in een sterke afname van de waardering voor mij. Ik was alleen niet relevant meer.”

Het moet bitter zijn geweest voor u. Paars werd synoniem voor wat er allemaal mis was in Nederland.

„Fortuyn is er in geslaagd met die verschillende uitingen van onvrede een karikatuur van Paars te maken, de puinhopen van Paars, die hem vleugels gaf. Ik ben natuurlijk niet geheel objectief, maar je kunt in alle redelijkheid toch niet volhouden dat acht jaar samenwerking van PvdA, VVD en D66 Nederland aan de rand van de afgrond heeft gebracht. Als je ziet waar Nederland in 2002 stond, mogen we ons gelukkig prijzen dat we het land zo ver hebben gebracht, mede door een paars beleid.”

Toch waren er nogal wat PvdA-kiezers die zich, door de integratiekwestie, niet meer door uw partij vertegenwoordigd voelden. Ze gingen Fortuyn stemmen.

„Veel mensen die lang PvdA hadden gestemd waren driekwart jaar later al weer terug. En de VVD heeft in 2002 trouwens ook genadeloos verloren.”

Zijn de terroristen er op 9/11 in geslaagd een botsing van culturen te veroorzaken?

„In zekere zin wel, maar het is moeilijk alles terug te voeren op 9/11. Niet alles wat zich sindsdien maatschappelijk heeft voltrokken is daartoe te herleiden. Bevolkingen realiseren zich dat we misschien een tijd ingaan van economische stagnatie of magere groei. Europa en Amerika zitten in een diepe schuldencrisis, hun economische kracht is afgenomen ten opzichte van Azië. Het gaat nu veel meer om behoud van wat je hebt dan om het creëren van nieuwe welvaart.

„Dat alles leidt tot sterke gerichtheid naar binnen; het buitenland wordt de rug toegekeerd, patriottisme en populisme zijn aan de winnende hand. Maar dat kun je niet allemaal terugvoeren op 9/11.

„Na de moord op Fortuyn was Nederland van zijn ankers geslagen. Opnieuw probeerde ik een zekere rust te creëren. Ik gaf uiting aan mijn diepste gevoelens van afschuw en medeleven, en tegelijk probeerde ik dezelfde nacht nog in gesprek te raken met de partijgenoten van Fortuyn. Het is storm in je hoofd, storm in je lijf. Je kunt verontwaardigd worden over beschuldigingen die je in de schoenen geschoven krijgt, maar je moet je kalmte bewaren.”

Is er sinds 9/11 ook vooruitgang geboekt in de verhouding tussen autochtonen en moslims?

„Ik weet niet of de hoop nu de vader van mijn gedachte is, maar ik denk dat er een kentering komt. Mensen beseffen steeds meer dat onze welvaart in hoge mate afhankelijk is van de vraag of we een succes maken van dat samenzijn hier. In de zorg zie je al hoe groot het percentage mensen van allochtone afkomst is.

„Natuurlijk is integratie nodig. Ik woon zelf in een buurt, Slotervaart, waar heel veel allochtonen wonen en werken. Je hoort vaak over hardwerkende Nederlanders, maar ik zie ook heel veel hardwerkende Turken en hardwerkende Marokkanen. Ik ben dus niet somber.”