Niet iedereen kan googelen

Het logo van Google op het hoofdkantoor van het internetbedrijf in Mountain View, California. Foto AFP / Kimihiro Hoshino

Iedereen kan googelen. Dat denkt iedereen althans graag, maar dat was niet helemaal de ervaring van taalhistoricus en journalist Ewoud Sanders (tevens taalcolumnist voor NRC Handelsblad). Het viel hem op dat studenten en promovendi helemaal niet zo veel weten over slim googelen of zoeken in databanken.

Dus nam hij het initiatief om er een boekje over te maken. Dat is er nu; vanaf maandag wordt Eerste Hulp Bij e-Onderzoek uitgedeeld aan 5.000 eerstejaars studenten geesteswetenschappen in Leiden en Amsterdam en is gratis te downloaden.

Sanders begint met een opsomming van de belangrijkste websites die hij zelf vaak gebruikt– sites met historische literaire teksten en secundaire literatuur, kranten en woordenboeken bijvoorbeeld. Vervolgens legt hij uit hoe je:

  • wildcards als ? en * kunt gebruiken.
  • operatoren als ‘site:’ kunt gebruiken om met Google alleen binnen bepaalde websites te zoeken, of ‘filetype:’ om bepaalde bestandstypen te vinden (bijvoorbeeld alleen pdf-jes).
  • moet kijken of de url-structuur van een site systematisch is opgebouwd, op datumbasis bijvoorbeeld, zodat je snel door de pagina’s heen kunt lopen door in de url (de regel op het scherm die meestal met http:// begint) steeds hooguit een paar cijfertjes te veranderen.

Voor wie ermee bekend is, is dat allemaal simpel – maar de meeste studenten en academici die Sanders tegenkwam wisten er weinig van.