Een hartenkreet voor werkende armen

Titel: Voor jou tien anderen – Uitbuiting aan de onderkant van de arbeidsmarktAuteur: Will TinnemansUitgeverij: Nieuw AmsterdamISBN: 9789046810354, 96 blz. € 9,95

Stevent Nederland af op een groeiend leger van werkende armen omdat het kabinet-Rutte mensen van een uitkering naar werk wil loodsen? Accepteren we dat aan de onderkant van de arbeidsmarkt steeds meer mensen door het bestaansminimum zakken? Willen we de prijs betalen van een kloof tussen arm en rijk, omdat de ongeremde vrije-markteconomie meer welvaart en vrijheid oplevert?

In de wereld van Will Tinnemans mag het zover niet komen. Met Voor jou tien anderen heeft hij een sociaal pamflet geschreven tegen uitbuiting aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Het is een terrein waarmee de schrijver, van oorsprong journalist, goed bekend is.

Nog geen twee jaar geleden zette Tinnemans met Onzeker bestaan de loep op een voor Nederland onbekend fenomeen: werkende armen. Dat zijn mensen met een laag betaalde baan, die desondanks in armoede verkeren. Een sociale werkelijkheid die vooral uit de Verenigde Staten bekend is, waar mensen twee of drie banen nodig hebben om een inkomen bij elkaar te scharrelen. Het ontbreken van deze kwetsbare groep onderscheidde nu juist het Rijnlandse kapitalisme van het Angelsaksische, zoals de Franse econoom Michel Albert in Capitalisme contre capitalisme treffend heeft beschreven.

Aan de hand van vraaggesprekken met alleenstaande ouders, immigranten, lager opgeleiden en oudere werknemers gaf Tinnemans de groep werkende armen in Nederland een gezicht. Ze verdienen vaak met kleine, tijdelijke banen een mager loon bij elkaar – in de schoonmaak, de vleesindustrie, de thuiszorg of bij de post.

In Voor jou tien anderen zoekt Tinnemans antwoord op de vraag hoe het zover kon komen dat Nederland nu zo’n 250.000 tot 300.000 werkende armen telt, onder wie zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel). Een groep die, zo vreest Tinnemans, zal groeien zodra het kabinetsplan wordt uitgevoerd om van de 1,4 miljoen mensen met een uitkering er 500.000 aan het werk te krijgen.

Maar in zijn zoektocht laat Tinnemans zich meeslepen door zijn eigen ideologische vooringenomenheid. Voor jou tien anderen is een J’Accuse waarin hij ten strijde trekt tegen de protagonisten van de vrije markt, zoals filosofe Ayn Rand en economen Friedrich Hayek en Milton Friedman, die de Amerikaanse president Reagan en de Britse premier Thatcher de munitie leverden om in de jaren tachtig de ‘verzorgingsstaat te ontmantelen’ en de deur open te zetten voor het ‘aandeelhouderskapitalisme’.

Nu betwist na de kredietcrisis van 2008 nauwelijks nog iemand dat het kapitalisme is doorgeschoten naar een egoïsteneconomie en dat er ‘remmen’ nodig zijn. Maar Tinnemans vergeet te analyseren en stapt met zevenmijlslaarzen over de diepere oorzaken van de economische en sociale crises van de jaren tachtig heen. Reaganomics, Thatcherisme, neoliberalisme, Lubbers, Kok en Balkenende: het is voor hem allemaal één pot nat.

Hij ontkent de positieve kanten van de vele hervormingen, die ertoe hebben geleid dat de werkloosheid in Nederland tot de laagste in de wereld hoort.

Een regelrecht pamflet is Tinnemans’ cri de coeur daarom zeker geworden. Maar eigenlijk is dat jammer, want de problematiek van een groeiende schare ‘working poor’ is een diepgaande analyse meer dan waard.

Michèle de Waard