De funberg

WFA33T:DIE BERG KOMT ER WEL:UTRECHT;30AUG2011-Die berg komt er wel presentatie bedenkerWFA/wh/str.Wim Hendriks
WFA33T:DIE BERG KOMT ER WEL:UTRECHT;30AUG2011-Die berg komt er wel presentatie bedenkerWFA/wh/str.Wim Hendriks WFA WIM HENDRIKS

Ergens tegen het einde van de vorige eeuw besloot het Amsterdamse gemeentebestuur dat het Museumplein ‘op de schop’ moest. Radicaal veranderd. Hoe? Dat wisten we nog niet precies. Deze krant heeft toen een prijsvraag uitgeschreven. Maak een ontwerp voor het nieuwe Museumplein. Een van de inzenders stelde voor er een vuurspugende berg aan te leggen, een vulkaan die van tijd tot tijd automatisch rookwolken losliet en een onheilspellend gerommel liet horen. Nederland had een groot gebrek aan vulkanen. Deze permanent rokende berg zou in dit manco voorzien.

We weten wat er is gebeurd. De landschapsarchitect Andersen, bijgenaamd de Deense Tuinkabouter, werd met de herinrichting belast en meer dan tien jaar later is het plein wel radicaal veranderd, maar het blijft een rommeltje. Dat is vorig weekeind op de Uitmarkt weer onweersprekelijk bewezen.

Maar het denkbeeld om in ons vlakke land een berg neer te zetten is blijven hangen. En nu, afgelopen week, heeft zich iemand aangediend die in Flevoland een berg van tweeduizend meter wil oprichten, bij wijze van attractie. Ik zag het op het televisienieuws. Een indrukwekkend gevaarte met een sneeuwkap. Overal ter wereld worden de bergen langzaam lager, door de erosie. Behalve in Nederland. Daar wordt er juist een opgericht. Een demonstratie tegen de slijtage van onze planeet. Van overal stromen de toeristen toe om dit nieuwste wereldwonder te bekijken.

Ik ging op nader digitaal onderzoek. Degene die het bedacht heeft is Thijs Zonneveld, vroeger wielrenner en nu columnist en visionair. We weten nog niet hoe groot het basisoppervlak van zo’n twee kilometer hoge reus zou moeten. Waarschijnlijk tussen de tien en twintig vierkante kilometer, dat moet nader worden berekend. Het zal wel in orde komen.

We moeten ons nu eerst laten verleiden door het panorama van de voordelen. De aanleg zal om te beginnen de werkgelegenheid krachtig bevorderen. En dan, als het gevaarte eenmaal klaar is, volgt eerst de feestelijke opening. Als Nederland dan nog een monarchie is, knipt de koning het lint door, en zijn we een republiek geworden, dan doet de president het. Wie zou dat kunnen zijn? Die vraag laten we onbeantwoord. In ieder geval moet het gevaarte worden gedoopt, ongeveer als een schip dat te water wordt gelaten.

Daarna begint het pas goed. De polderberg trekt van overal ter wereld toeristen. China is intussen het machtigste land geworden. Onderschat hun energie nooit. Met miljoenen komen de Chinezen kijken. De internationale belangstelling wordt nog gestimuleerd door wat je allemaal op de berg kunt doen. Wintersporten: er is een bobsleebaan. En ’s zomers wielrennen, door de haarspeldbochten razen. Niet ondenkbaar dat de Tour de France er een keer van start zal gaan. Toeristische attractie is zwak uitgedrukt. Dit wordt een magneet.

Deze berg wordt aangelegd in de polder, het grootste stuk kunstmatig land in Europa. Aan de zee ontrukt, zoals de dichter zegt. Waarom zouden we dan daar niet de grootste berg ter wereld oprichten, zegt Zonneveld. Dit vind ik zijn sterkste argument. Een ander begrijp ik niet: het project zou ook helpen bij het bestrijden van de vergrijzing. Ik kan me daarbij alleen voorstellen dat bejaarden eerder in een afgrond vallen. Onwillekeurig dacht ik even aan Zonnevelds voorganger Wim van Est. Het is misschien wel een halve eeuw geleden. In een bergetappe lag hij op kop, verzuimde een bocht te nemen en kwam in het ravijn terecht. Daar zou hij gezegd hebben: „Mijn hart stond stil, maar mijn Pontiac liep.” Horlogefabrikant Pontiac was de ploegsponsor.

En nu is het de vraag of we het denkbeeld van Zonneveld serieus moeten nemen. Ik denk het wel. Het is in overeenstemming met de geest van de tijd. De modernste mens wordt uiteindelijk beheerst door twee verlangens. Hij wil zo uitzonderlijk mogelijk zijn, zich op alle mogelijke manieren profileren, en hij wil vermaakt worden, fun hebben, met entertainment bediend worden, liefst onophoudelijk. Daaraan hebben we de niet eindigende stroom van evenementen te danken, de dancefeesten, uitmarkten, het voetballen, de Olympische Spelen, wereldkampioenschappen, 24 uur televisie. Om hem nog beter op zijn wenken te bedienen, bouwen we steeds grotere stadions. Er komen nog meer radio- en televisiezenders en behalve nog veel meer is internet de permanente leverancier van alle mogelijke soorten fun.

Een twee kilometer hoge berg in de Flevopolder mag in eerste instantie absurd lijken, maar dat leek het REM-eiland ook. In 1963 even buiten de territoriale wateren neergezet op initiatief van Cornelis Verolme, Sydney van den Bergh en Reinder Zwolsman, om het Nederlandse volk te bedienen met de vrolijke programma’s die in Hilversum niet gemaakt werden. Daaruit is ten slotte de TROS voortgekomen. Het entertainment hoort nu tot de meest imperialistische krachten op aarde. Misschien kan het, zoals Zonneveld zei, ook bergen neerzetten. Sluit niets meer uit.