Burgemeester van nu toont empathie

Een grote brand in de gemeente? Een ernstige zedenzaak? Dan moet een moderne burgemeester er staan. „De bevolking verwacht op zulke momenten één leider, met een gezicht.”

Gisteren zou Milly Boele veertien jaar zijn geworden. Burgemeester Arno Brok van Dordrecht heeft de datum thuis op de kalender staan. Vorig jaar werd het meisje om het leven gebracht door buurman Sander V., nadat ze door hem was misbruikt. De zaak kreeg ongekende media-aandacht. Er kwam direct kritiek op het optreden van de politie. Die zou Sander V. eerder als verdachte hebben moeten aanmerken. Emoties liepen hoog op toen bleek dat V. zelf bij de politie werkte.

Arno Brok twijfelde geen seconde over zijn belangrijkste taak als burgemeester, zegt hij: de ouders tot steun proberen te zijn. „Er is geen protocol dat zegt dat dat moet, elke zaak is anders.” Hij nam contact met ze op en ging langs. Tijdens de stille tocht voor Boele sloot hij zich aan, aan het einde. „Het is zaak dat je jezelf niet een te grote rol aanmeet.”

De moderne burgemeester moet bij rampen en incidenten de schijnwerpers aankunnen. En hij moet de impact van incidenten kunnen inschatten: een zedendelinquent die terugkeert, een chemische fabriek die vlam vat. Van de burgemeester wordt actie verwacht, zeggen bestuurskundigen. Hij moet empathie tonen maar ook hard ingrijpen. Hij mag in elk geval niet werkeloos toekijken. Bij elk incident in zijn gemeente doet een burgemeester opnieuw examen.

De Utrechtse burgemeester Aleid Wolfsen zakte deze week. De gemeenteraad verweet hem dat hij klachten van een homostel dat de buurt uit was gepest, niet serieus had genomen. „Buikpijn” had hij ervan, zei hij in de raad. Maar optreden tegen de jongens die het stel wegpestten – dat had hij niet gedaan.

In 2008 voelde Wolfsen de maatschappelijke onrust wel aan toen hij voorkwam dat een veroordeelde pedoseksueel weer ging wonen in het flatgebouw van zijn slachtoffer.

Het is niet altijd nodig meteen in te grijpen, zegt bestuurskundige Marcel Boogers van de Universiteit Tilburg. Soms wil men alleen zien dat je iets signaleert. „Wolfsen had met één tijdige persverklaring kunnen laten zien dat hij in control was”, zegt Boogers. „Al had hij maar gezegd: ik weet dat het homostel bedreigd wordt en we proberen er wat aan te doen.”

Toen vijftien jaar geleden een drama in het Gelderse dorp Ochten aan het licht kwam, waren er nog geen beleidsprotocollen voor zedenzaken of buurtrellen. En dus ging burgemeester Henk Zomerdijk op zijn gevoel af, toen bekend werd dat een 17-jarige inwoner 21 dorpskinderen ernstig had misbruikt. Hij had ze verkracht en naakt van de glijbaan geduwd. Het dorp stond op zijn kop. Ouders waren woedend, onderwijzers ook. Zomerdijk liet de verdachte in de cel zetten – voor diens eigen veiligheid – en hield contact met de slachtoffers en hun ouders. „Je moet meteen beslissen”, zegt hij. „Bemoei ik me hiermee of laat ik het over aan het Openbaar Ministerie, wat ook kan. Informeer ik pers en publiek? Sommige collega’s brandden hun vingers er liever niet aan.”

Onrust gaat vaak over angst: zedendelinquenten, schietpartijen (Baflo, Alphen), huiselijk geweld (Zierikzee, Hoofddorp) en lastige Marokkaanse jongens (Gouda, Amsterdam, Utrecht).

Ook burgemeester Ton Rombouts was modern toen hij in 2009 Den Bosch informeerde over zwemleraar Benno L., die leerlingen had misbruikt. Idem de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan, toen hij vorig jaar het schokkende nieuws mededeelde over crèchemedewerker Robert M. En burgemeester Rob van Gijzel, die een gebiedsverbod instelde tegen de Eindhovense pedoseksueel Sytze van der V. De rechter gaf hem ongelijk, maar de bewoners niet.

De burgemeester gaat over openbare orde en veiligheid. In de praktijk uit zich dat steeds vaker in empathie bij incidenten, constateert de Leidse politicoloog Jouke de Vries. „De bevolking verwacht op zulke momenten één leider, één gezicht. Vroeger waren wethouders belangrijk, nu zijn burgemeesters dat. En veel burgemeesters blijken die rol graag te spelen.”

De burgemeester van Moerdijk, Wim Denie, haalde het examen crisisleiderschap niet. Hij vertelde op de avond van de brand dat er geen gevaarlijke stoffen in de lucht waren gekomen. Dat was voorbarig. Burgemeester Brok van Dordrecht zegt zich altijd tot de feiten te beperken. „Nooit meer zeggen dan je weet.” Daags na de brand in Moerdijk kon híj niet veel meer doen dan de meetrapporten oplezen.

Volgens Boogers is onvoorspelbaar hoe de bevolking de burgemeester zal waarderen. In Enschede, waar in 2000 bij de vuurwerkramp 23 mensen omkwamen, kreeg toenmalig burgemeester Jan Mans aanvankelijk kritische vragen van landelijke media over de rol van de gemeente. „Maar na verloop van tijd vond de Enschede bevolking: laat onze burgemeester met rust. Hij spande zich erg in voor de bevolking tijdens de nasleep van de ramp.”

Een bestuurscrisis – zoals die zich heeft afgespeeld onder de inmiddels afgetreden burgemeester Verver in Schiedam – zal de bevolking een burgemeester minder aanrekenen, zegt Boogers. Illustratief is het lot van burgemeester Leers in Maastricht (nu minister van Immigratie en Asiel). De gemeenteraad zegde het vertrouwen in hem op omdat hij privé- en zakelijke belangen had verstrengeld. Maar de bevolking droeg hem op handen. Hij had de overlast van drugstoeristen bestreden. Dát vond de bevolking relevant.