Bloed is bloed, dood is dood

Het hedendaags terrorisme is geweldsporno en zal ons steeds meer gaan vervelen. Volgens Arnon Grunberg heeft dat terrorisme op 9/11 zijn hoogtepunt bereikt, maar is het niet meer van deze tijd.

FILE - In this Tuesday, Sept. 11, 2001 file picture, a person falls headfirst from the north tower of New York's World Trade Center. (AP Photo/Richard Drew)
FILE - In this Tuesday, Sept. 11, 2001 file picture, a person falls headfirst from the north tower of New York's World Trade Center. (AP Photo/Richard Drew) AP

De discussie in Nederland over het rituele slachten toonde aan dat, hoewel het bij het rituele slachten niet om een offer aan een opperwezen gaat, wij heden ten dage een god wensen die niet alleen geen mensenbloed maar ook geen dierenbloed meer wil zien vloeien. Met het voortschrijdende beschavingsproces in de westerse wereld is de veganistische god in zicht gekomen, het slachten is verbannen naar de periferie. Wat dieren betreft zijn de slachthuizen onzichtbaar en qua mensen vinden de slachtingen daar plaats waar wij ze niet hoeven te zien en waar zij ook onze productieprocessen niet in gevaar brengen: de fabrieken van Apple staan in China en onze callcenters in India en Bangladesh.

Het hedendaagse terrorisme heeft een boodschap, die overigens nauwelijks overeenkomt met de officiële boodschappen van het versplinterde leiderschap binnen terroristische groeperingen en tussen de diverse terroristische groeperingen onderling. Jullie veganistische opperwezen is een hoogmoedige illusie, zeggen de terroristen. Jullie hebben niet alleen jullie fabrieken en jullie callcenters verbannen naar die landen waar de lonen laag zijn, maar jullie hebben ook de destructie uitbesteed aan die regio’s waar het leven goedkoop is.

Maar wee u, een onderdrukt verlangen blijft een verlangen, ook in jullie woedt nog steeds de destructie. Aan de veganistische god kleeft hetzelfde bloed dat altijd aan de goden heeft gekleefd.

En zo keerde met 9/11 het geweld terug op die plek waar wij dachten alles succesvol getemd te hebben, zowel natuur als mens. Dit was geen Delhi, Mumbai of Jeruzalem, dit was de plek waar iedereen in het Westen weleens heen wilde of is geweest. Onze achtertuin.

Na 1945 is de illusie van veiligheid in het Westen geleidelijk aan veranderd in de gedachte dat veiligheid een vaststaand gegeven is, een grondrecht. Wij konden ons niet voorstellen dat ons eigen uitbestede geweld, dat wij aanzagen voor redelijkheid, niet toegejuicht zou worden door de rest van de wereld. Wij dachten: als het geweld onzichtbaar is, dan bestaat het niet.

Dat terroristen moordenaars zijn, staat vast, wat wij moeten onderzoeken is waarom zij menen het recht te hebben te doden. Welke macht geeft hun dit recht? En hoe overtuigd mogen wij zijn van de machten die ons het recht geven onze vijanden te doden?

Uiteraard konden we ons nooit verdwenen verlangen naar geweld bevredigen met het symbolische geweld van de horrorfilm, de misdaadserie en de gewelddadige computergame, een stap vooruit in het beschavingsproces, maar van sommigen mocht zelfs dat niet eens.

Wanneer wij in films mensen zien sterven of gemarteld zien worden, weten wij dat wij met acteurs te maken hebben, ze hebben geen werkelijke pijn geleden, misschien voor een enkeling teleurstellend. Tegenwoordig wordt bij de aftiteling van de meeste films melding gemaakt van het feit dat ook de dieren die in de desbetreffende film voorkwamen goed zijn behandeld en niet geleden hebben. Op deze manier kunnen we het geweld consumeren met een gevoel van opluchting en een schoon geweten.

Voor alle duidelijkheid, gewelddadige films of games zijn niet per definitie schadelijk en afkeurenswaardig. Integendeel, uit onderzoek is bijvoorbeeld gebleken dat het aantal moorden in Amerika afneemt als een gewelddadige film dat weekend in première gaat. Geweld in kunst – ik denk dat wij ook games als kunst moeten beschouwen – kan een positieve maatschappelijke functie vervullen.

Schadelijk is de veronderstelling dat de mens zijn agressieve en destructieve behoeftes niet alleen onderdrukt heeft maar volledig overwonnen heeft.

Het verontrustende, wat tegelijkertijd het spannende is aan zogenaamde snuff movies – voor zover die films echt bestaan en de snuff movie geen mythe is, ik heb er nog nooit een gezien – is dat acteurs, eigenlijk kun je niet meer van acteurs spreken, werkelijk om het leven worden gebracht. Wij kijken niet meer naar een enscenering, een metafoor, iets volstrekt kunstmatigs dat de illusie van het reële moet oproepen, maar naar het reële zelf.

Iets soortgelijks kan worden beweerd inzake pornografie: normaliter wordt de penetratie in film en theater slechts gesuggereerd, in porno vindt zij werkelijk plaats. Wat we zien, is echt gebeurd.

Het hedendaagse terrorisme, waarvan 9/11 een historisch hoogtepunt was, hoewel ‘historisch hoogtepunt’ hier wat cynisch klinkt, moet worden beschouwd als gewelddadige pornografie.

Pornografie bestaat bij de gratie van het feit dat wij weten dat wij kijken naar iets wat wij normaliter niet zien en niet mogen zien. Daarnaast hebben we zoals gezegd de illusie rechtstreeks contact te hebben met de naakte werkelijkheid.

Wat pornografie onderscheidt van kunst is dat zij voorbij alle interpretatie is. Zij zegt: ik ben tegelijkertijd het beeld en het verbeelde, u kunt mij niet verkeerd begrijpen. Wat normaal gesproken onzichtbaar blijft, is nu zichtbaar voor eenieder die daar behoefte aan heeft.

Er bestaat eveneens, met name in Japan, geanimeerde pornografie, maar het is de vraag of deze animaties, hoe gewelddadig en expliciet zij ook zijn, niet veeleer erotische kunst zijn, juist omdat zij de pretentie hebben laten varen direct toegang te bieden tot het reële: een tekening is abstracter dan een filmbeeld. Wie naar een tekening kijkt, ziet direct dat hij met de werkelijkheid in contact staat via een afbeelding.

Beelden van een terroristische aanslag komen daarentegen recht in ons gezicht; ze zijn voor ons, de kijker, bedoeld, en tonen ons wat we niet mochten zien of wat afwezig leek, werkelijke en niet gespeelde destructie en vernietiging. Dat is de essentie van de terroristische aanslag zoals wij hem op tv zien, eindeloos herhaald: wij kunnen hem niet verkeerd begrijpen: bloed is bloed, dood is dood. De herhaling is niet alleen bedoeld als rechtvaardiging voor het reclameblok dat tussen de beelden van destructie en vernietiging is geprogrammeerd, maar dient ons ook verslaafd te maken aan de beelden. Het gruwelijke en het sublieme liggen in elkaars verlengde.

De componist Karlheinz Stockhausen noemde de aanslagen van 11 september het grootste kunstwerk aller tijden en daarmee gaf hij aan cynisch te zijn ten opzichte van mensenleed, maar ook het verschil tussen kunst en pornografie niet te kennen, of hij wilde ermee te zeggen dat in deze tijden dat onderscheid is weggevallen.

Hoe dan ook, geen enkele hedendaagse terroristische beweging vormt een reële bedreiging voor de staat of staten die de bewegingen wensen omver te werpen of radicaal te hervormen. Als de terroristische beweging het gevoel van veiligheid van westerse burgers ondermijnt, is die ondermijning gebaseerd op een sentiment, niet op een reëel gevaar. Zoals genoegzaam bekend is, zijn de kansen om getroffen te worden door een terroristische aanslag verwaarloosbaar. Op het hoogtepunt van een terroristische golf in Israël zei een Israëlische minister dat het verkeernog altijd een grotere bedreiging was voor de volksgezondheid in zijn land dan het terrorisme. Een bewering die klopte, maar die hem uiteraard niet in dank werd afgenomen.

Ondanks het betrekkelijke ‘succes’ van de aanslagen van 9/11 heeft Bin Laden in de Arabische wereld nooit een massabeweging op gang weten te brengen. In de westerse pers doken weliswaar berichten op dat Osama in bepaalde landen opeens een populaire naam was en ondanks dat sommige moslims al dan niet stilzwijgend de acties van Bin Laden goedkeurden, heeft een grootschalige beweging zich niet gemanifesteerd. Sterker nog, Bin Laden en Al-Qaeda waren afwezig toen de ‘Arabische lente’ uitbrak en Bin Ladens dood, een paar maanden na het begin van die lente, mag worden opgevat als een teken dat de geschiedenis niet alleen gevoel heeft voor ironie, maar, als een volleerd acteur, ook voor timing.

De terroristische bewegingen komen doorgaans voort uit massabewegingen, denk aan de RAF in Duitsland en de Tupac Amaru in Peru, maar zodra ze zich verwijderen van de massa, zich opsplitsen in cellen, ondergronds gaan en zich toeleggen op het gebruik van ongericht geweld brokkelt de steun van de massa af. Staten leggen er dan ook de nadruk op dat het terrorisme geen steun verdient; denk aan het woord ‘terrorisme’ zelf en hoe het wordt gebruikt.

De reële effecten van terroristische aanslagen, hoe gruwelijk ze ook zijn voor de slachtoffers en hun nabestaanden, blijven het zaaien van paniek en ironisch genoeg het legitimeren van de almacht van de staat die de terroristen wensen te ondermijnen. In wezen versterken zij die staat, een gegeven dat dikwijls gefundenes Fressen is voor liefhebbers van samenzweringstheorieën.

De verspreiding op wereldschaal van de theatrale effecten van 9/11 – niet voor niets zeiden omstanders en kijkers telkens weer dat het net een film leek – konden alleen worden bereikt dankzij massamedia. Bin Laden boekte een wereldsucces met de uitentreuren herhaalde beelden van zijn orkestratie.

Dat moet Stockhausen nagegeven worden, dat de beelden van 9/11 inderdaad een bijna iconische waarde hebben gekregen. Het laat de orkestratie wellicht boven geweldsporno uitstijgen, maar dit moet vooral worden geweten aan het feit dat tegenwoordig het verschil tussen informatie en vermaak nagenoeg is verdwenen.

Geen grotere triomf voor Bin Laden dan de gedachte dat na 9/11 de wereld niet meer hetzelfde zou zijn, een idee dat door diverse lieden, zowel rechtse als linkse, tot op de dag van vandaag wordt herhaald.

Terroristen hebben zich aangepast aan de wetten van de moderne kapitalistische economie, alleen al daarom zijn zij niet revolutionair en geen werkelijke bedreiging voor onze manier van leven. Er is behoefte aan gewelddadige pornografie en zij leveren die. Dat zij daarvoor teruggrijpen op de anachronistische methode van het mensenoffer – zij zijn bereid hun eigen bloed en dat van andere mensen te vergieten – bewijst hooguit dat het ouderwetse vermaak nog altijd werkt.

Een radicale economie, en de kapitalistische economie is een radicale economie, vraagt om vernieuwingen, al zal er altijd ook weer gebruik worden gemaakt van vertrouwde middelen. De aanslagen van 9/11 waren een vernieuwing van het product terrorisme, zoals de iPhone een vernieuwing was van het product mobiele telefoon.

Omdat producten steeds weer en steeds sneller vernieuwd moeten worden vermoed ik dat het terrorisme zoals wij dat kennen hard op weg is een soort van faxmachine te worden: overbodig en niet van deze tijd.

Het traditionele terrorisme zal ons meer en meer gaan vervelen. Nieuwe mensen en groepen zullen ons met originelere spektakels verrassen en onze verlangens vervullen waarvan wij niet eens wisten dat wij die hadden.