Bijna eng, de macht van de commentator

SIMON: Ik weet dat je een moeilijke zomer hebt gehad. Je bent zeker blij dat er weer wordt gevoetbald?

DAVID: Heel blij. Afgezien dan van de commentatoren.

SIMON: Wat is nu weer het probleem?

DAVID: Je kent toch de commentatoren die onafgebroken schreeuwen, en emoties veinzen bij waardeloze wedstrijden?

SIMON: Niet jouw ding?

DAVID: Ik kijk liever wedstrijden met het geluid uit.

SIMON: Jij en Johan Cruijff. Ik hoorde eens van wat Nederlanders die bij hem thuis in Barcelona Ajax-Feyenoord mochten kijken. Zodra de wedstrijd begon, zette Cruijff het geluid uit en leverde zelf 90 minuten commentaar.

DAVID: Ik had toch liever commentaar in het Chinees gehad.

SIMON: Spreek je Chinees?

DAVID: Nee. Daarom heb ik liever commentaar in het Chinees.

SIMON: Wacht even – jij zit vaak thuis Chinees voetbalcommentaar op internet te luisteren?

DAVID: Ja. Wat doe jij met je vrije tijd?

SIMON: Ik heb geen vrije tijd.

DAVID: Chinees is goed omdat ik zo de toeschouwers kan horen, en de emoties van de commentator. Maar zijn meningen hoef ik niet te horen. Ik heb liever mijn eigen meningen.

SIMON: In Zuid-Amerika zou je het niet lang uithouden. Daar zitten fans met hun radio’s op de tribune om de mening van de commentator te horen.

DAVID: Niet altijd een goed idee. Toen River Plate laatst in Argentinië degradeerde, werden de River-fans gek en sloegen ze Buenos Aires in puin. Dat kwam deels door de radiocommentator, die in de laatste minuten van de beslissende wedstrijd de gemoederen had gesust door de bestuurders van River voor ‘ratten’, ‘dieven’ en ‘hijos de putas’ uit te maken. Geef mij dan de commentatoren van vroeger. Die konden de volksemoties verwoorden zonder te schreeuwen of rellen te veroorzaken.

SIMON: Zoals Kenneth Wolstenholme van de BBC toen Engeland het WK won: ‘Some people are on the pitch. They think it’s all over….’

DAVID: ‘It is now!’ Of Herman Kuiphof, nadat Gerd Müller in de finale van ’74 scoort: ‘Zijn we er toch nog ingetuind?’

SIMON: De echo van 1940.

DAVID: En Jack van Gelder die na het doelpunt van Bergkamp tegen Argentinië gaat jodelen.

SIMON: Ik keek die dag in mijn eentje in een hotelkamer in Lyon. Ik heb ook gejodeld.

DAVID: Maar de mooiste was Herbert Zimmermann, toen Duitsland in 1954 wereldkampioen werd.

SIMON: ‘Rahn schiesst ...TOR! TOR! TOR! TOR! ... Halten Sie mich für verrückt! Halten Sie mich für übergeschnappt!’

DAVID: Onovertroffen?

SIMON: Waarschijnlijk wel. Zimmermann was een stijve oude majoor, die tankkommandant aan het Russische front was geweest. In het begin van de wedstrijd is hij nog erg formeel. Aan het einde houdt hij het niet meer.

DAVID: Heel gek: als je nu het commentaar hoort, wil je dat Hongarije wint, maar toch krijg je tranen in je ogen van Zimmermann. Geen wonder dat Fassbinder het commentaar gebruikte in de climax van zijn Maria Braun film, als zij in de gasexplosie sterft: ‘Aus! Aus! Das Spiel ist aus!’

SIMON: Ze zeggen dat Zimmermann met zijn vreugde het naoorlogse Duitsland inluidde.

DAVID: Zijn commentaar is bijna even groot geworden als de wedstrijd zelf.

SIMON: Nog groter. Het commentaar van Zimmermann is de legende. De macht van commentatoren is bijna eng.

DAVID: Hoezo?

SIMON: Ronald Reagan bijvoorbeeld, ooit honkbalcommentator. In de jaren dertig versloeg hij Chicago Cubs-wedstrijden zonder ze te zien.

DAVID: Hij volgde ze op internet?

SIMON: Reagan zat in een radiostudio in Iowa. Via de telegraaf ontving hij steeds korte meldingen van wat er in de wedstrijd gebeurde: ‘Vangbal – centrefield – uit.’ Vervolgens verzon hij er een dramatisch commentaar bij.

DAVID: Een goede voorbereiding op zijn presidentschap.

SIMON: Inderdaad. Zijn biograaf Garry Wills zegt dat Reagan nadien altijd moeite had om fictie van werkelijkheid te onderscheiden.

DAVID: Fascinerend. Nou, ik moet gaan.

SIMON: ‘They think it’s all over?’

DAVID: ‘It is now!’

David Winner en Simon Kuper

David Winner en Simon Kuper zijn Britse journalisten met een voorliefde voor Nederlands voetbal.