André Kuipers? Die traint gewoon door

Ruimtevaart Het ruimtestation ISS is zo goed als af. En astronaut André Kuipers staat klaar om erheen te gaan. Om proeven te doen. En soms ineens te ervaren: ‘ik ben deel van het heelal’.

Margriet van der Heijden

Gaat hij wel? Of gaat hij niet? Het schema lag vast, astronaut André Kuipers (52) had zijn ruimtevoedsel – hoofdgerechten, toetjes – al uitgekozen en een deel van zijn persoonlijke spullen was zelfs al ‘boven’.

En toen plofte op 25 augustus kort na de lancering een Russische Sojoezraket neer. Aan boord een Progress-ruimtevrachtschip dat water, zuurstof en andere voorraden naar het internationale ruimtestation ISS moest brengen. Geen astronauten, en ook verder geen groot verlies. Maar: de plof zette het lanceerprogramma van de bemande ruimtevaart op zijn kop.

De Sojoezvlucht die eind september drie nieuwe astronauten had moeten afleveren bij het internationale ruimtestation ISS, is voorlopig uitgesteld tot midden november. En hoe het zal gaan met de vlucht die de Nederlandse Kuipers daarna omhoog moet brengen (oorspronkelijk eind november), is niet erg duidelijk.

Kuipers raakt er niet door van de kook. “De trainingen gaan gewoon door”, schreef hij dinsdag op zijn weblog. En tja, dat was natuurlijk te verwachten. Als je jaren getraind hebt voor een ruimtevlucht, raak je niet meteen van slag van een eventueel uitstel. Zorgen over zijn veiligheid lijkt Kuipers zich evenmin te maken. In het Russische ruimtevaartcentrum Sterrenstad bij Moskou heeft hij in de simulator vaak geoefend met de Sojoez. Ook met wat daarmee mis kan gaan: een kapotte motor, luchtdrukverlies, brand. “Het is een geruststellend gevoel dat je weet wat er mis kan gaan en wat je dan kan doen”, zei hij twee weken geleden, vóór het ongeluk, tijdens een interview via Skype.

Op zijn weblog voegde hij daar deze week aan toe dat de Sojoez over allerlei noodsystemen beschikt. “Je kunt in elke fase van de vlucht terugkeren naar de aarde, mocht dat nodig zijn. Dat de systemen hiervoor werken is zelfs al bewezen.”

Kuipers beschrijft hoe een Sojoezbemanning in 1975 in de problemen kwam toen de tweede rakettrap kort na de lancering niet loskwam van de derde. Maar: “Het Sojoez-ruimteschip werd losgekoppeld van die derde trap en maakte een zogenaamde ballistische terugkeer. De astronauten kregen veel G-krachten te verduren, maar landden uiteindelijk veilig op aarde.”

Er is kortom wel wat meer voor nodig om Kuipers uit zijn evenwicht te halen. En eigenlijk viel dat ook meteen op tijdens het Skype-interview: Kuipers is wat je je bij een astronaut voorstelt. Superenthousiast over zijn werk – het spatte van het beeldscherm af. Maar ook kalm, evenwichtig, opgewekt. En vooral: heel professioneel.

“Kijk”, zei hij, terwijl hij zijn laptop naar links en naar rechts draaide om het Russische interieur van zijn hotelkamer in Sterrenstad te laten zien. Stemmig gekleurd en met veel donker hout. “Een echte Russische kast.” Een lach en meteen daarna weer een geroutineerde uiteenzetting over ruimtevaart, experimenten en trainingen.

De Amerikaanse ruimtevaart inspireerde u toen u er alsjongen van droomde om astronaut te worden...

Kuipers: “Ja, ik wilde astronaut worden in de Koude Oorlog. De Russen zaten achter het IJzeren Gordijn, dus daar hoorde je weinig over. Ik had wel een oom die in ‘gekke’ landen als Cuba en Rusland was geweest en die me daarover vertelde. Maar dan dacht ik: dat zal wel. Alles was Amerika. De Space Shuttle verschafte mij plaatjes voor bij mijn jongensdromen.”

En nu vliegt u met de Sojoez.

“Zelf was ik ook een beetje verbaasd dat ik destijds aangewezen werd om met de Sojoez mee te gaan. Ik dacht: ik ben arts. Ik ben helemaal geen testpiloot. Maar de eisen werden toen net wat versoepeld en de Russen zeiden: ‘Nee hoor, we kunnen een arts ook wel opleiden en zelfs een Nederlandse arts als hij Russisch wil leren.’”

Dat aanvankelijk testpiloten de voorkeur hadden, is omdat de bemanning van een Sojoez veel zelf moet doen?

“Ja, het grote voordeel van de Sojoez is dat je zelf aan de knoppen kan zitten. Wat dat betreft is vliegen met de Sojoez leuker dan met een Space Shuttle. De Space Shuttle was wel weer comfortabeler en hij bood een prachtig uitzicht op het ruimtestation als je aankwam, weet ik van collega’s. In de Sojoez zit je helemaal opgepropt en door de zijraampjes zie je nauwelijks iets. Hij is veel oncomfortabeler. Maar: wel weer veel veiliger.”

Die uitspraak geldt nog steeds. Ook na het recente ongeluk met de onbemande Sojoez. De afgelopen veertig jaar is in het Sojoezprogramma geen bemanning verongelukt en krap 3 procent van de 745 lanceringen (onbemand en bemand) ging mis.

Kuipers zal tijdens de komende vlucht, die volgens hem “zeker doorgaat”, boordingenieur zijn. In ruimtevaarttermen: left seater. Je kunt ook zeggen: co-piloot. Als er iets mis gaat moet hij de nadering van het ruimtestation, de koppeling eraan en de terugkeer naar aarde ook in zijn eentje kunnen uitvoeren.

De trainingen die dat vergt, verklaren een deel van zijn overvolle programma. Maar Kuipers steekt ook veel tijd in voorbereidingen op het leven aan boord van het internationale ruimtestation ISS.

Dat station is nu nagenoeg af. Van buiten is het ruwweg zo groot als een voetbalveld. Van binnen is het te vergelijken met een groot passagiersvliegtuig – zo’n 1.200 kubieke meter. Alleen bestaat het ruimtestation uit verschillende aan elkaar gekoppelde modules die door de partners (VS, Rusland, Canada, Europa en Japan) zijn gebouwd.

Straks zal Kuipers hier een half jaar wonen – als alles volgens plan verloopt natuurlijk. Veel langer dan vorige keer dus. Toen logeerde hij er maar een week. “Nu wordt het mijn thuis”, zei hij twee weken geleden.

Hij krijgt ook veel meer taken dan tijdens zijn eerste vlucht. Hij moet meer experimenten uitvoeren. Hij moet een ruimtewandeling kunnen maken, in het geval er iets kapot gaat aan het ruimtestation. En hij moet de Canadese en Japanse robotarmen van het station kunnen bedienen. “Tijdens mijn verblijf zullen verschillende onbemande bevoorradingsschepen aankomen: een of twee commerciële, een Japanse en de Europese ATV 3. Die moeten we met die robotarm beetpakken en aan het ruimtestation koppelen. De trainingen daarvoor zijn ingewikkeld: je moet het ruimtestation en dat enorme vaartuig wel heel houden. ”

Al met al, zei Kuipers, heeft hij heel veel moeten leren – bij de Amerikanen in Houston, in het Canadese ruimtevaartcentrum in Montreal, in het Japanse ruimtevaartcentrum in Tsukuba in Japan, in Sterrenstad bij Moskou en natuurlijk in Keulen bij zijn werkgever, de Europese ruimtevaartorganisatie ESA.

Maar hoe knap ook de techniek, en hoe leuk ook de proefjes (volgens de een van wetenschappelijk belang en volgens de ander helemáál niet), uiteindelijk gaat het ook om iets anders. Om de magische gedachte dat je als mens de ruimte in kan vliegen.

Die ervaring, hoe het is in de ruimte, die zal niet gloednieuw meer zijn?

“Eh, nou, zeker in het begin weet ik nu wat er gaat komen. De eerste dagen zal ik me niet lekker voelen. De gewichtsloosheid zorgt er bijvoorbeeld voor dat de vloeistoffen die normaal in ons onderlijf zitten, niet meer naar beneden worden getrokken. Ze verdelen zich. Je krijgt een wat opgezwollen gezicht.

“Verder speelt slaapgebrek mee. De twee weken voor de lancering vanaf Baikonoer leefde je in de tijdzone van Kazachstan, in de Sojoez werk je dan met Moskoutijd en daarna in het ruimtestation met Greenwich Mean Time. Bovendien is het buiten telkens 50 minuten licht en 40 minuten donker doordat je in anderhalf uur om de aarde draait.

“Ik weet van mijn eerste vlucht dat ik een beetje verward en gedesoriënteerd was. En ik had een heel druk programma. Nauwelijks tijd om te beseffen waar ik was. Toen al dacht ik: dit is te kort. Ik wil veel meer ervaren hoe het is om in de ruimte te leven. Straks kan dat: vorige keer had ik mijn slaapzak gewoon ergens opgehangen, maar nu krijg ik mijn eigen slaapcabine, met mijn eigen spullen en mijn eigen laptop. Ik ga elke dag sporten en ik heb de weekends vrij.”

Wat doet u in die vrije tijd?

“Bellen, e-mailen, muziek luisteren, een dvd kijken, naar buiten kijken. Met collega’s wat eten of grappige dingetjes doen met gewichtloosheid. Ik zal me niet vervelen.”

Naar buiten kijken: dat is een van die zaken waar het om draait?

“Dat is natuurlijk een van de bijzondere dingen waarvoor ik de ruimte in wilde. Maar”, met nadruk, “het kan wedijveren met het gevoel van gewichtsloosheid.”

Want?

“Dat is gewoon heel aangenaam. In het begin niet. Dan word je er een beetje ziek van. Bovendien is het lastig om op één plek te blijven. Voor je het weet, zweef je weg. Je bent ook heel vaak spullen kwijt. Je legt even iets neer, en als je niet uitkijkt, is het alweer verdwenen. Tussen alle kabels en kasten is het dan vaak niet meer te vinden,”

U bedoelt dat dingen voorgoed kwijt raken?

“Ja. Tijdens mijn eerste vlucht was een foto van mijn dochters losgeraakt en weg gezweefd. Na een paar dagen kwam een collega naar me toe: ‘Hé, ik heb je dochters gevonden.’ Maar er zijn ook dingen die achter een instrument belanden. Die vind je niet meer.”

Nog even die gewichtloosheid: wat is er zo prettig aan?

“Als je er niet meer ziek van bent, voel je je als een vis in het water. Duik je? Dan heb je eenzelfde gevoel als wanneer je eenmaal rustig onder water hangt. In de ruimte is dat nog sterker. Dat is zo relaxed...

“Je voelt geen druk meer. Je kleding zit nooit verkeerd want die hangt om je heen. En je slaapt heerlijk. In het begin moet je even wennen, want je voelt geen matras en geen kussen. Maar het voordeel daarvan is: je hebt helemaal geen last van prikkels of drukpunten. Je hebt ook nooit vermoeide voeten.”

Wordt dit straks wel echt uw laatste vlucht?

“Ha, in theorie kunnen ze me nog een keer vragen. Alleen: er zijn nu bij ESA twaalf actieve astronauten en daaronder zijn zes nieuwe die natuurlijk graag gaan vliegen. Ik maak dus, denk ik, de komende jaren niet veel kans. Maar ik zal wel aangeven dat ik beschikbaar blijf.”

U zou zo weer gaan?

“Nou eh, het is óók een enorme aanslag op je gezinsleven en je sociale leven. Jarenlang ben je niet beschikbaar voor vrienden en familie. Mijn kinderen zijn drie, vijf, achttien en negentien jaar en vooral voor de kleintjes is het belangrijk dat ik af en toe thuis ben. Als ik in Rusland zit, ga ik in het weekeinde op een neer en ben ik één dag in de week papa. Maar als ik in Houston zit, lukt zelfs dat niet...”

Snappen ze wat u gaat doen?

“De oudsten natuurlijk wel. Niet zozeer tijdens mijn eerste vlucht, hoor. Toen waren ze elf en twaalf en vooral bezig met paardrijden. Pas op de Russische lanceerbasis in Baikonoer drong tot ze door dat ik echt in dat ding zou gaan zitten en vertrekken. Daarvoor klonk het vooral als een rare wereld. Ja, leuk papa. Voor de kleintjes is het nog veel lastiger zich er iets bij voor te stellen.”

En u, was de ruimte voor u wat u zich ervan had voorgesteld?

“Ach, je droomt van romantische bountyeilanden en vervolgens sta je op een prachtig wit strand vol zandvlooien te stikken van de hitte. Zoiets gold voor mij ook: toen ik als twaalfjarige en daarna van de ruimte droomde, dacht ik niet aan ruimteziekte, vermoeidheid of spullen kwijtraken.

“Maar toen ik eenmaal in training was, hield ik er wel rekening mee dat het ook geregeld saai, zwaar en vermoeiend zou zijn. Ik hoopte vooral dat het daarnaast óók zo bijzonder was als ik het me voorstelde.”

En?

“En ja, heel veel dagen ben je gewoon keihard aan het werk en heb je niet in de gaten waar je eigenlijk bent. Je moet er de tijd voor nemen om, in een onverlichte module, rustig naar buiten te kijken. En dan ineens dringt tot je door: Ja dit is wat ik zocht. Nu voel ik me alsof ik in de sciencefictionboekjes van vroeger ben, of in een sciencefictionfilm.

“Op die momenten dacht ik: nu ben ik echt van de aarde weg. Dan voel je dat je onderdeel bent van het heelal. En dat de aarde geen plat oppervlak is met een onbegrensde atmosfeer, zoals het lijkt wanneer je erop staat, maar dat het een bol is waar je langs en onderdoor kunt vliegen...

“Ik weet ook zeker dat na een half jaar de terugkeer naar aarde bitterzoet zal zijn. Omdat ik terug moet naar die vervelende zwaartekracht. En omdat ik dat uitzicht op die prachtige blauwe bol in het inktzwarte niets nooit meer zal zien.

“Maar ja, ik denk dat ik na een half jaar mijn kinderen, mijn vrouw en mijn vrienden ook wel weer eens wil zien... Het zal gemengd zijn.”

Dat was twee weken geleden. Toen iedereen nog aannam dat André Kuipers over drie maanden ‘boven’ zou zijn. En dat hij ‘boven’ tot ‘thuis’ zou maken – met een eigen slaapcabine.

Nu zoeken de Russen naarstig naar de oorzaak van het ongeluk dat een deuk sloeg in hun ruimtevaartprestige. En de Amerikanen, die voor astronautenvervoer van de Russen afhankelijk zijn, speculeerden deze week al dat het ruimtestation ISS een tijdje onbemand zal zijn. Het is nog maar de vraag, zeiden zij, of er tijdig nieuwe astronauten omhoog kunnenom de huidige ISS-bemanning te vervangen. Die zes astronauten moeten in oktober en november naar aarde terugkeren – met de twee Sojoezcapsules die nu nog aan het ruimtestation hangen.

En Kuipers zelf? Die traint door. Voorlopig, zeggen hijzelf en de Europese ruimtevaartorganisatie ESA, gaan we uit van hooguit een paar weken vertraging.