‘Megastallen moeten dierenwelzijn centraal stellen’

Een intensieve varkensboerderij in Haaren. Foto NRC / Merlin Daleman

Over acht jaar moet alle vlees in de winkels duurzaam zijn geproduceerd. Dat adviseert een commissie met landelijke politici aan de provincie Noord-Brabant. Daar woedt een discussie over nut en noodzaak van megastallen. Veehouders, diervoerbedrijven, dierenartsen, slachterijen en supermarkten moeten afspreken dat het welzijn van het dier voortaan centraal staat. Als dat gebeurt, doen de aantallen dieren en niet zo veel toe en kan de intensieve veehouderij zijn huidige belangrijke economische positie in Europa behouden, vindt de commissie.

Vanaf 1 januari komend jaar moet er in Brabant een verbod komen op het preventief gebruik van antibiotica, een jaar later moet al het vlees in de schappen al ‘antibioticagezond’ zijn. De veehouders moeten minimaal vier professionals in dienst hebben om het dierenwelzijn van het dier te kunnen garanderen. Het veevoer moet duurzaam geproduceerd zijn. De mest moet duurzaam worden verwerkt. En de bedrijven moeten zo worden gebouwd en ingepast in het landschap, dat omwonenden daar een ‘goed gevoel’ bij krijgen. Overheden moet de regels vastleggen, de Voedsel- en Warenautoriteit moet de praktijk toetsen, en ook burgers moeten inspraak krijgen.

Het advies is vandaag aangeboden aan de provincie Noord-Brabant. De politiek moet zich er nu over uitspreken. Wel hebben gisteren supermarkten, slachterijen, diervoederbedrijven, natuurorganisaties en veehouders alvast het Verbond van Den Bosch getekend over een duurzame vleesproductie. De commissie stond onder voorzitterschap van voormalig topman Daan van Doorn van vleesbedrijf Vion. Ook Pieter Winsemius, Felix Rottenberg en Marijke Vos zaten in de commissie.