Man en werk en een geheim

F.B. Hotz (foto Vincent Metzel) Ruim vijftig jaar oud debuteerde Frits Hotz en hij was meteen een uniek schrijver. Wat ging er aan vooraf en hoe vreemd was Hotz? Een levendige en anekdotische biografie reikt antwoorden aan.

” Dat oeuvre van Hotz is stellig een oeuvre met een geheim, maar is het ook een biografisch geheim? Eerder ben je geneigd het te zoeken in zijn stijl of in zijn treurig-ironische wereldbeeld. Toch is er nu, elf jaar na de dood van Hotz, een biografie van 650 bladzijden dik. In haar inleiding schrijft Aleid Truijens (critica en columniste van De Volkskrant) dat er eigenlijk geen rationele afweging vooraf ging aan haar besluit om het leven van Hotz te boek te stellen, anders dan dat ze zo van zijn werk houdt. Geluk kan je alleen schilderen is in de eerste plaats een journalistieke biografie, steunend op een groot aantal mondelinge bronnen, die wil enthousiasmeren voor het werk van de schrijver.

Truijens koppelt de autobiografische verhalen van Hotz knap aan de voorvallen in diens leven. Dat maakt soms diepe afgronden zichtbaar achter vergelijkingen die op het oog onschuldig lijken. Dat laatste hangt samen met de omstandigheid die deze biografie voor het grootste deel voortdrijft: Frits Hotz was een man met een geheim: een grote gebeurtenis die hij niet aan de buitenwereld prijs wilde geven.

Los van dat geheim komt Hotz uit het boek naar voren als een merkwaardige man die een merkwaardig leven leidde. Hij was een van de twee kinderen van een ernstige onderwijzeres en een flierefluiten vertegenwoordiger in wijn. Als kind was hij diep gefascineerd door auto’s, trams en zeppelins. Hij vatte een diepe liefde op voor jazzmuziek uit de jaren twintig, wat later oud-blank zou gaat heten. Orkestleider Paul Whiteman was zijn held.”

De volledige bespreking van de biografie van F.B. Hotz kunt u hier lezen.

    • Arjen Fortuin