'Stevie Wonder komt niet zomaar naar je festival'

Voor de tweede maal organiseert zakenman Gregory Elias het North Sea Jazz Festival op Curaçao. Kosten noch moeite worden gespaard. „Bezoekers moeten zich in droomland wanen.”

North Sea Jazz op Curaçao, vorig jaar tijdens de eerste editie. Foto's Andreas Terlaak Curacao, 03-09-2010. Op de achtergrond het hoofdpodium van North Sea Jazz Curacao, rechts een soort boulevard met allerlei drink en eet tentjes. Foto: Andreas Terlaak
North Sea Jazz op Curaçao, vorig jaar tijdens de eerste editie. Foto's Andreas Terlaak Curacao, 03-09-2010. Op de achtergrond het hoofdpodium van North Sea Jazz Curacao, rechts een soort boulevard met allerlei drink en eet tentjes. Foto: Andreas Terlaak

Exorbitant zijn de bedragen die de Curaçaose zakenman Gregory Elias kan neerleggen voor wereldsterren op zijn Curaçao North Sea Jazz Festival. Hij drijft er concertorganisator Mojo Concerts, dat zich liever aan de internationaal gangbare artiestengages houdt, mee tot het uiterste. „Dat moet dan maar”, stelt Gregory Elias laconiek. „Als je niet mee kunt, moet je niet mee doen met ome Greg. Ik klim net als de fietsers in de Tour de France stug door.”

Dus zegt hij rustig tegen Mojo dat het niveau nog hoger moet. Dat er toiletten te weinig zijn – hup zet er maar veertig erbij. Niemand mag in de rij staan en het sanitair moet blinken. Kleinere bussen die de rotondes sneller doorkomen dan vorig jaar. „Ja, ik overdrijf en trek alle registers open”, zegt Elias. „Alles zodat bezoekers zich in droomland wanen.”

Komend weekend is de tweede editie van North Sea Jazz op Curaçao – een uitverkocht tweedaags muziekspektakel, met tienduizend mensen op vrijdag en elfduizend zaterdag. Publiek uit de Antillen, maar ook uit Venezuela, Suriname en Nederland. Artiesten als Stevie Wonder, Sting, Earth, Wind & Fire, Sharon Jones, Chic, Branford Marsalis en Dionne Warwick vliegen ervoor in.

Maar de man die met zijn stichting Fundashon Bon Intenshon alle financiële risico’s draagt, zul je niet op het festivalterrein treffen. Gregory Elias houdt niet van de mensenmassa’s in en rond het WTC net buiten Willemstad. De gastheer hoeft niet in de schijnwerpers. Liever blijft hij backstage, waar hij een eigen kamer heeft om mensen te ontvangen. Alleen het concert van Stevie Wonder gaat hij bijwonen. Om zich ervan te gewissen dat Wonder, de ‘master blaster’, echt naar zijn eiland is gekomen.

De op Curaçao geboren succesvolle zakenman Gregory Elias ontvangt in landhuis Joonchi in Willemstad. Een geel-wit kantoorpand voorzien van een achttiende-eeuwse marmeren vloer, met een oprijlaan en omringd door een forse tuin. De huisvesting van zijn financiële dienstverleningsfirma United, die op Curaçao 71 werknemers en wereldwijd 200 in dienst heeft, noemt hij gekscherend zijn tweede huis. Hij brengt hier zes dagen van de week door. Fortuin maakte Elias als medeaandeelhouder van de Intertrustgroep die als beheerder en adviseur optrad van trustfondsen – fiscaal aantrekkelijke regelingen waar multinationals en rijken hun geld in beleggen. Als een wat excentrieke, flegmatische weldoener probeert hij Curaçao al jaren in een positief daglicht te zetten. Paginagrote krantenadvertenties in Nederlandse dagbladen moesten de beeldvorming over Antilliaanse jongeren in Nederland bijsturen. Want: „Om hoeveel stouterikjes ging het nu werkelijk, de balans sloeg helemaal door. Alles wat die kinderen deden werd uitvergroot.”

Met zijn stichting Fundashon Bon Intenshon geeft Elias ruimhartig aan goede doelen. Ze weten hem te vinden – 75 verzoeken om geld per week. Elias bouwde tehuizen in Zuid-Afrika, Brazilië en Haïti voor hiv-patiënten, ouderen en daklozen. De Nijmeegse voetbalclub NEC heeft een paar jaar met het eiland Curaçao als sponsor op het shirt gelopen.

Met North Sea Jazz is Elias uit op een internationaal positief cultuurbeeld. Aanvankelijk dacht hij aan een paar gratis concerten met grote namen per jaar. Het werden zestien acts over twee dagen, waarvoor hij de Hollandse concertorganisator Mojo vroeg als uitvoerend expert. Elias was bekend met het werk van de overleden North Sea Jazz-oprichter Paul Acket. „Na de vorige editie hing er een deken van positivisme en euforie boven Curaçao. Men was verlamd: zoiets was nog niet eerder voorgekomen, het was mooi en zo verbonden allemaal.”

Elias’ werkkamer ziet uit op de tuin. Achter zijn bureau hangen schilderijtjes gemaakt door Herman van Veen. „Een afschuwelijk talent die man”, wijst Elias. „Ik heb zijn plannen voor The Miracle in Zuid-Afrika gesteund: kindertheater in Soweto. Prachtplan.” Ook ingelijst: de festivalposter van Curaçao North Sea Jazz met Stevie Wonder. „Een levende legende, grootheid in de muziek. Hondsmoeilijk zo iemand te boeken. Die komt niet zomaar. Zeker niet voor een kereltje op een of ander festival in de Caraïben. Geld opent deuren, maar ach, alleen al aan royalty’s krijgt Wonder dagelijks een fortuin binnen. Elke drie minuten komt er in Amerika wel een Wonderliedje voorbij.”

De onderhandelingen met Stevie Wonder duurden en duurden. Hij zal het maar zeggen: op zijn balkon sprak hij ’s avonds tot de hemel, eigenlijk tot zijn overleden idool Sam Cooke, naar wie hij een van de festivalpodia noemde. „Laat me niet zitten, Sam. Stevie moet komen.” Het is dan ook zijn Sam Cooke-stage, dat voor Stevie de doorslag gaf, denkt hij. Immers: „Cooke schreef A Change is Gonna Come, voor de civil rights-beweging van Martin Luther King. Stevie Wonder schreef Happy Birthday om te vieren dat Luther King van de Amerikaanse regering een nationale feestdag kreeg.”

Trouwens, over dat Sam Cooke-podium gesproken. Het door Elias aangekochte massief grote buitenpodium (30 × 30 × 10 meter) kwam vorig jaar uit Nederland gevaren voor de eerste editie van het festival in de tropen. „Stel dat een topartiest van het niveau Prince komt; die moet je iets kunnen bieden. Dat kon Curaçao tot nog toe niet.” Daarnaast kocht hij de grootste vleugel die er is. Hij is, goed verzekerd, in bruikleen bij een muziekschool. „Investeringen voor de lange termijn”, zegt Elias.

Gregory Elias heeft veel gezichten. Vanaf zijn twaalfde woonde hij achttien jaar in Nederland. Hij had ooit een eigen band, was drummer en schreef hitsongs als Why tell me why voor artiesten als Anita Meijer onder contract bij Willem van Kooten. Terug op Curaçao zou hij notaris worden. En ontmoette bij toeval zijn latere partner in het trustvak. Elias blijkt een gepassioneerde verteller als het gaat over het werk van zijn stichting, muziek en het Amerikaanse platenlabel Top Stop Music waarvan hij ook nog eens mede-eigenaar is. Onbenaderbaar is hij echter voor media als het gaat over zijn dagelijkse, financiële zaken. „Dat is gewoon werk”, wuift Elias weg.

Hij praat niet over geld. Laat staan over wiens geldstroom hij beheert. „Er zijn veel van dit soort kantoren. Niet interessant. Ik heb nog een bank ook. Is dat nou zo bijzonder? Ik ben vennootschapsrechtelijk en fiscaaltechnisch goed onderlegd, ja. Dat spreekt mensen aan. Verder is het gewoon zoals Ray Davis zingt: „Cause he gets up in the morning. And he goes to work at nine. And he comes back home at five-thirty...”

Recentelijk werd bekend dat Elias zijn zinnen heeft gezet op, wederom, een prominent Nederlands festival. In 2012 heeft het International Film Festival Rotterdam (IFFR) een vierdaagse editie op Curaçao. Fundashon Bon Intenshon is bovendien de vierde grote sponsor geworden van het IFFR in Rotterdam, voor ten minste drie jaar. „Er kwam mij ter ore dat het festival, net als zoveel culturele organisaties in Nederland, te lijden had onder de bezuinigingen. Het is een mooi evenement. Dat die meneer Rutte niet snapt dat wanneer je bezuinigt op cultuur, je bezuinigt op uitingen die jouw samenleving helpen z’n problemen te dragen. Je moet een uitlaatklep hebben – zeker een dichtbevolkt land als Nederland. Enfin, ik zei tegen mijn broer Mike, die voor mij altijd verkennende gesprekken voert in Nederland: ga met ze praten.”

Elias hoopt op een jaarlijks terugkerend evenement. Een ontmoetingsplaats voor filmmakers en producenten uit het Caraïbisch gebied en Latijns-Amerika. Het IFFR heeft de artistieke invulling, Elias organiseert. „Een sprookjesplein rondom The Cinemas, een nieuw filmcomplex in Otrobanda, nabij het Riffort”, ziet Elias voor zich. Veel banners, lichtjes, en een kinderorkest dat filmscores uitvoert. „Als het een succes is, betrek ik meer van Willemstad erbij, met bioscoop de Movies in Punda. Een week lang een filmfeest met Caraïbische uitstraling.”

Maar één ding onderstreepte hij: in de naam van de samenwerking moet het woord Curaçao weer prominent. „Het IFFR aarzelde natuurlijk. Maar voor mij was het glashelder: conditio sine qua non. De haven van Willemstad en de haven van Rotterdam. Ik wil die brug slaan tussen die twee steden, de nieuwe wereld en de oude wereld. Anders zie ik er geen toegevoegde waarde in en wend ik mijn middelen liever aan voor andere doelen.”

Voorzichtig onthult hij dat er ook „een mooi voetbalproject aankomt dat onderdeel wordt van de ‘Ajax-academie’. En zo dienen zich steeds weer avonturen aan. Maar eerst de ‘Djez’ zoals het festival op het eiland wordt genoemd. „Sam Cooke kijkt mee dit weekend”, weet hij. Luther King ook, evenals John Lennon, Gandhi. „De mooie mensen van de mensheid kijken mee. Dat is misschien fantasie, maar wat geeft het.”

Curaçao North Sea Jazz, 2 & 3 september. Inl: www.curacaonorthseajazz.com