Zachtmoedige Opendenaar is tot alles in staat

Driekwart van Nederland is platteland, een op de drie Nederlanders woont er. Daarom deze zomer: de wereld van het dorp Opende. Vandaag: een moordverhaal.

Straatbeeld van Opende. Brave mensen wonen er, maar je moet ze niet tarten. Foto Sake Elzinga Nederland - Opende - ( Groningen ) - 04-07-2011 Provinciale weg. Foto: Sake Elzinga

Dit is het verhaal van IJje Wijkstra. Het is ook het verhaal van Opende. Vrijwel iedereen kent het. Iedereen herkent de dorpsaard. Welk dorp vereenzelvigt zich met een moordenaar?

IJje was de jongste van zeven kinderen. Hij leefde in de eerste helft van de vorige eeuw. Zijn moeder was gereformeerd, zijn vader hervormd, ze hadden altijd slaande ruzie over het geloof. Zelf ging hij nooit naar de kerk. Hij was wars van gezag.

Toen zijn vader overleed, bleef hij als enige bij zijn moeder wonen. „De liefheid en goedheid zelve”, zoals hij haar later omschreef. Hij verdiende de kost met metselen. Hij stroopte als hobby. Aan vrouwen deed hij niet.

Totdat Aaltje Wobbes hem verleidde terwijl haar man in de gevangenis zat. Veertien dagen en nachten bleef hij bij haar. Haar zes kinderen liet ze stikken. Ze trok bij hem in.

„Toen hebben we samen in het hooi gelegen”, noteerde hij later. „Ik kan natuurlijk niet alle bijzonderheden opschrijven. Ik had deze vrouw moeten weerstaan maar dat kon juist niet door mijn zwakte en liederlijkheid.”

Achttien graden vroor het op die 18de januari 1929 toen vier veldwachters Aaltje kwamen halen. „Een geweldige drift en woede welt in me op”, schreef hij later. Met een karabijn doodde hij alle vier de veldwachters, een voor een. Hij sneed ze ook de keel nog door.

Niemand weet wat er van Aaltje geworden is, noch van haar zes kinderen. IJje overleed aan tbc in een Rijkskrankzinnigengesticht.

Plaatselijk raadslid Van der Velde vertelt een moderne versie van dit lijdensverhaal.

De telefoon gaat. Iemand uit het dorp. Het raadslid moet komen. Nu. Niet morgen, niet straks. Nu. Anders begaat hij een ongeluk.

De man heeft een stal gebouwd. Met vergunning. Een ambtenaar van de gemeente kwam controleren. Zegt de ambtenaar: „De wc in uw stal heeft geen mechanische ventilatie.” Dat hoeft niet, reageert de man. „Als de wc aan een buitenmuur ligt, is een raampje volgens de voorschriften genoeg.”

De ambtenaar weer: „Ik kan dit niet goedkeuren. Op de tekening staat dat het raam rechtsdraaiend is, terwijl het in werkelijkheid linksdraaiend is.” De man ontploft.

„In die stal staat het paard van mijn dochter”, vertelt de man. „Ik heb er een wc in gebouwd omdat ik niet wil dat ze met haar laarzen door het huis loopt. Hoe vaak rijdt ze paard? Misschien één keer per week. Hoe vaak gaat ze naar de wc? Misschien één keer per maand. En dan al die heisa om een wc in de stal. Als die ambtenaar weer komt, breng ik hem om.”

De boodschap? Maak ze niet gek. Schrijf ze de wet niet voor, die zachtmoedige mensen in Opende. Ze zijn tot alles in staat.

Dick Wittenberg