Uitbundige beatmis van Arcade Fire

Arcade Fire. 29/8 HMH, Amsterdam-ZO. ****

Waag het niet om de blijven zitten bij een concert van Arcade Fire. Twee jaar geleden kreeg zanger Win Butler het aan de stok met de tribunezitters in de HMH, die hem de lust ontnamen om een energieke show neer te zetten. Butler begon maandag in dezelfde zaal met een betoog over rockshows die pas tot leven komen als het publiek meewerkt.

Arcade Fire ontwikkelde zich van een statige begrafenisband tot een steeds groter wordende groep mannen en vrouwen die uitbundig over het podium stuiteren met akoestische instrumenten, enthousiaste samenzang en dynamische licht- en filmbeelden. Ondanks de folky instrumentatie zijn ze er niet vies van om een vette elektronische beat door de ruimte te laten dreunen.

De groep uit Montreal is een gewilde festivalband geworden, die voldoende sterke songs heeft verzameld om ook het wat minder alternatieve poppubliek te behagen. I used to wait, de hit van hun derde, recente album The Suburbs, is een vurig pleidooi om alles bij het oude te houden. Vroeger stuurden we brieven, geen sms’jes.

Butler is een gangmaker met een religieuze drang om een zaal vol mensen naar zijn hand te zetten. Met het door kerkorgel ingeleide Intervention nam hij zijn publiek bijna letterlijk mee naar de kerk, waarna de sfeer van heiligheid overhoop werd gegooid door het Lust for life-ritme van Wake up. Wie op zijn stoel bleef zitten, pleegde een zonde tegen de flitsende beatmis die werd opgevoerd.