Rechter bepaalt wat mag

Wat is fatsoenlijk en wat net niet? De journalist moet handelen zoals hij zelf wil worden behandeld, stelt een boek over mediarecht van de NVJ. De rechter bepaalt.

‘Journalist en recht’ is een handig boekje dat beter ‘Journalist en mediarecht’ had kunnen heten. De belofte dat „de verschillende aspecten van het Nederlands rechtssysteem” worden behandeld wordt bijvoorbeeld niet ingelost. In de passage waarin de gerechten ‘op een rij’ worden gezet ontbreken het EU Hof in Luxemburg en het College van beroep voor het bedrijfsleven. Misschien niet de belangrijkste bronnen voor het mediarecht, maar wie een rij belooft moet volledig zijn.

Ook laat het boekje niet zien hoe de journalist met het recht „op de slimste manier” kan omgaan, zoals beloofd. Dat weet namelijk niemand. En dat is ook wel fijn, want op een handleiding ‘winkelen in mediaregels’ zit niemand te wachten. Voor journalisten gelden weinig harde regels en wetten, maar veel codes, leidraden en vooral veel rechterlijke uitspraken. Daarin wordt per casus beslist hoever de betreffende journalist te ver is gegaan.

Mediarecht is vooral rechtersrecht dat in ontwikkeling is. Wat fatsoenlijk is en wat net niet, wordt doorgaans achteraf vastgesteld, meestal door de rechter die daarbij de oordelen van Raad voor de Journalistiek laat meewegen. De journalist moet het dus hebben van zijn eigen ethiek. Hij dient de andere partij vooral zo te behandelen als hij zelf behandeld zou willen worden. Eerst zelf nadenken – dat is pas slim. Dat kun je ook zonder dit boekje, waarin het vrij veel over gewoon fatsoen gaat.

Soms oordelen de rechter en de Raad voor de Journalistiek verschillend – daar wordt het boek écht interessant. De Raad blijkt strengere eisen te stellen aan de plicht om wederhoor te vragen dan de echte rechter. De Raad eist wederhoor als iemand wordt gediskwalificeerd, ook als dat slechts zijdelings is. En ook als dat in een openbare bijeenkomst gebeurt. De ‘echte’ rechter eist dat de journalist deugdelijk onderzoek doet, maar dat hoeft niet altijd in de vorm van wederhoor. De Raad verbiedt op zijn beurt journalisten het rechtstreeks overnemen van aantijgingen uit andere media. De rechter vindt dat het herpubliceren van aantijgingen uit andere media journalisten niet verplicht om die opnieuw te verifiëren.

Ook bij de eisen aan letterlijk citeren lopen rechter en Raad uiteen. Daar is de Raad weer milder en de rechter strenger. De rechter vindt dat citeren tussen aanhalingstekens de journalist verplicht tot zo letterlijk mogen citeren. De Raad accepteert het bijschaven van citaten tot ‘schrijftaal’. Waarmee dus het zwakste punt van het journalistenrecht is omschreven – er is geen rechtseenheid.

Folkert Jensma

Journalist en recht. Boom/Lemma, NVJ. Red. Arthur Maandag. € 24,50

    • Folkert Jensma