Radicalen Algerije op hun retour

Bab el Oued is vandaag vol oproerpolitie. Boze buurtbewoners hebben er het verkeer geblokkeerd uit protest tegen een turfoorlog tussen drugsbendes. Dat er precies in Bab el Oued een drugsoorlog woedt, is opmerkelijk. De wijk was in de jaren ’90 – Algerijes ‘zwarte decennium’ – immers dé machtsbasis van de radicale islamitische partij, het FIS.

„De mensen hier hebben niets meer met het FIS”, zegt Dhaliz (34) vanachter een donkere zonnebril.

Zelf is hij pas recent tot de islam gekomen. „Vroeger dronk ik alcohol, rookte ik jointjes. Maar ik doe dit voor mijzelf. Ik dring niemand iets op.” God, zo weet Dhaliz, houdt niet van politieke spelletjes, ook niet van die van het FIS.

Hij vertelt hoe de jongeren in januari FIS-leider Ali Belhadj wegjoegen, toen die hier tijdens de rellen opdook. Het incident leek de Franse onderzoeker Olivier Roy gelijk te geven, die zegt dat de Algerijnen in een ‘post-fundamentalistische fase’ zitten: ze weten waar het moslimextremisme toe kan leiden en ze laten zich niet meer vangen door de slogans.

Wishful thinking? Het hangt ervan af aan wie je het vraagt. „Het was een kleine minderheid die Belhadj heeft uitgejouwd”, zegt Hamid, een 51-jarige postbode. „De meeste mensen hier staan nog altijd pal achter het FIS. Als er straks opnieuw verkiezingen zijn en het FIS mag meedoen, dan wint het gegarandeerd.”

Maar zijn tienerzoon zegt dat hij maar van één ding droomt: zo snel mogelijk in Frankrijk geraken.

Ook Nasser Meghennine van de hulporganisatie SOS Culture is het grotendeels eens met de analyse dat het FIS hier heeft afgedaan. „Geloof mij: het was geen minderheid die Belhadj heeft uitgejouwd, het was iedereen. De jongeren geloven niet meer in de oplossingen die het FIS voorstelt. Als je tussen de 18 en 25 jaar oud bent in Bab el Oued, dan wil je maar één ding en dat is naar Europa emigreren.”