'Protesteren is dom en kortzichtig, want dan gaat de boel potdicht'

De Nederlandse schrijvers en uitgevers zijn eregast op de boekenbeurs van Peking. Ze willen boeken verkopen en zijn er niet om te protesteren. „Niet dat vingertje.”

Veel belangstelling op de boekenbeurs van Peking is er voor de aangwezigheid van kinderboekenschrijfster en prinses Laurentien van Oranje. Foto Ruben Lundgren

Dat Amnesty-speldje met The Empty Chair, waarmee een drager kan protesteren tegen de gevangenhouding van de Chinese Nobelprijswinnaar en literator Liu Xiaobo, heeft Bernlef niet eens meegenomen naar Peking.

„Ik doe niet mee aan dat soort nogal domme acties, ik laat me niet vertellen wat ik moet dragen, ik ben geen kind’’, zegt de schrijver, die samen met dertig collega’s en zeventig uitgevers prominent aanwezig is op de Boekenbeurs van Peking.

Op de 18de editie van het evenement in het nieuwe, kolossale expositiecomplex in noordoostelijk Peking is Nederland onder het motto ‘Open landschap-Open boek’ gastland. Reden voor Amnesty International om schrijvers te vragen extra aandacht te besteden aan de gevangenhouding van Chinese auteurs en de literaire wetenschapper Lui Xiaobo in het bijzonder. Voor zijn democratisch pamflet Charta 08 kreeg hij in China 11 jaar gevangenisstraf en in Noorwegen de Nobelprijs voor de Vrede, waar bij de uitreiking een stoel leeg werd gehouden.

Maar tijdens de galavond in het eivormige nationale theater aan het Tiananmenplein en vandaag bij de opening van de boekenbeurs gaf niemand gehoor aan die oproep. „Laten we nou eens ophouden met altijd dat Nederlandse morele vingertje opsteken, het is zo dom en kortzichtig, want je weet ook meteen dat in een land als China dan meteen de boel potdicht gaat, al die herrie leidt ertoe dat we nu niemand meer kunnen ontmoeten”, bromde de oude communist. Bernlef heeft de Amnestyverklaring wel ondertekend, „maar kom, dat was 2,5 maand geleden”. Natuurlijk keurt hij de veroordeling van literator Liu en anderen niet goed, maar „mag ik zelf even bepalen wat ik daarmee wel of niet wil doen”. Ook de andere aanwezige ondertekenaar, de bevlogen dichter Ramsey Nasr is niet van plan The Empty Chair op zijn revers te spelden.

Schrijver en programmamaker Adriaan van Dis, een ervaren China-ganger, vatte de stemming onder de Nederlandse auteurs als volgt samen: „Ach zo’n verklaring, zo’n speldje, wat een onzin allemaal. Beetje de held uithangen in Nederland, het is zo makkelijk.”

De metamorfose die Peking heeft ondergaan sinds zijn Barbaar in China-reis van 1986 heeft Van Dis met stomheid geslagen. „Dit is geen land dat je kan besturen zoals Nederland, dit is een land dat alleen maar krachtig geleid kan worden.”

Andere schrijvers gebruiken de beurs voor een kennismaking met China. „Ik ben hier net als de meeste anderen voor het eerst, ik wil kijken, ruiken, voelen en indrukken opdoen. Dat lukt niet als ik ook nog actie moet voeren’’, zegt Herman Koch. Midas Dekkers, ook voor het eerst in China: „Ik ben hier voor een paar professionele kunstjes, maar ook om mij vol te zuigen met informatie over een land dat heel belangrijk aan het worden is.” Als Amnesty een verklaring over de schending van dierenrechten had opgesteld, had hij die vermoedelijk wel getekend, zegt hij.

In een reactie benadrukt Amnesty International dat het iedereen vrij staat om de speld op te doen. „Bovendien, de speld is niet de enige manier om te protesteren tegen het gebrek aan vrijheid van meningsuiting”, aldus een woordvoerder van de mensenrechtenorganisatie.

Ze zegt ook dat Amnesty nooit heeft gezegd dat de schrijvers niet naar de beurs moesten gaan. „Juist wel. Maar we vinden het jammer als schrijvers vervolgens niet van de gelegenheid gebruik maken om de onderdrukking van Chinese collega’s aan de kaak te stellen. De beurs biedt die gelegenheid.”

De koopman en de dominee trekken in Nederlandse handelsmissies vaak samen op. In de uitgevers- en schrijverswereld is het niet anders, hoewel de koopmannen getalsmatig domineren in de China-delegatie.

„Mooie kans om eens te kijken of we hier wat deuren kunnen openen en wat rechten kunnen verkopen’’, zegt Prometheus-directeur Mai Spijkers. Deuren openen naar China met een uitgeefmarkt waar dit jaar 155 miljard euro omgaat, 7 miljard boeken in omloop zijn en jaarlijks 320.000 nieuwe titels verschijnen is in essentie de Nederlandse missie in Peking, waar ook kinderboekenschrijfster en prinses Laurentien van Oranje aan deelneemt.

Henk Pröpper, directeur van het Nederlandse Letterenfonds, verklaart de groeiende belangstelling in China voor buitenlandse titels (literatuur, non-fictie en kinderboeken) door het enorme verlangen naar kennis. „Lezen is ook een opmaat naar succes. Dit is een markt waar voor Nederlandse schrijvers en uitgevers grote mogelijkheden zijn.”

Natuurlijk weten we wat er in China aan de hand is, aldus Pröpper. „Het is waar dat de situatie er niet beter op is geworden voor schrijvers en journalisten. Ik zeg, en gelukkig velen met mij, dat dat juist een reden is om te gaan. Dat is ook wat alle Chinese schrijvers en leden van de internationale schrijversorganisatie PEN zeggen. Komen, niet wegblijven, is het advies. We laten ons dus niet leiden door het provinciaalse gedoe van een deel van Nederland.”

De Chinese schrijfster Dai Qing (71), lid van het Chinese en Internationale PEN, bevestigt dat na een aparte ontmoeting met staatssecretaris Zijlstra. „Hoe meer buitenlandse schrijvers naar hier komen om te praten over hun werk en ideeën, hoe beter het is”, denkt Dai.

Dat literatuur en non-fictie streng gereguleerd worden is een bekend feit. Chinese topauteurs als Ma Jia werken en wonen in Hongkong of Londen. Hun werk bereikt via ondergrondse en digitale kanalen meestal toch de Chinese lezers wel.

Dai Qing, ooit spionne en raketgeleerde, was een van de eerste Chinese schrijvers die de verloedering van het milieu aan de kaak stelde. Haar destijds als „ondermijnend” betitelde kritiek is nu gemeengoed aan het worden, ook in de partij. „Schrijven over milieuvervuiling en over sociale kwesties is nu toegestaan”, zegt Dai. „Grenzen oprekken en doorbreken in China verloopt heel langzaam.”

    • Oscar Garschagen