Onze rechtspraak kan leren van Amerikaans ondervragen

In een strafzaak krijgt de verdachte het voordeel van de twijfel. Daarom is het belangrijk dat getuigen uitgebreid getoetst worden op hun betrouwbaarheid, meent Bart Stapert c.s.

De keuze van de publieke aanklager Vance om de aanklacht tegen Dominique Strauss-Kahn in te trekken was de enige juiste. Wij menen dat het Nederlandse strafrecht in grote lijnen zelfs gebaat zou zijn bij een meer Amerikaanse aanpak waar het bewijs en het ondervragen van getuigen betreft. Deze zaak illustreert dat mooi.

De aanklager was na uitgebreid onderzoek overtuigd dat een veroordeling niet kon, of zelfs maar moest volgen. Hij verzocht de rechtbank derhalve om de zaak in te trekken.

Om te kunnen stellen dat dwang door DSK bewezen is – en de aanklager draagt de plicht om zijn verwijt te bewijzen – moet de standaard beyond a reasonable doubt gehaald worden. Alleen de verklaring van Nafissatou Diallo was voorhanden. Die verklaring moest dus heel betrouwbaar zijn.

Deze mevrouw legde al zo vaak valse verklaringen af, dat de aanklager die sterke overtuiging niet meer had. Het voordeel van de twijfel ligt dan bij de verdachte, zoals dat altijd het geval is. Dat wil niet zeggen dat de aanklager Diallo niet gelooft, maar dat de betrouwbaarheid van de verklaring te beperkt is. Zulk dun bewijs rechtvaardigt geen strafrechtelijke veroordeling.

Vervolgens vraagt hij de rechtbank de zaak te schrappen. In tegenstelling tot zijn Nederlandse collega kan de Amerikaanse aanklager niet vragen de verdachte vrij te spreken. Hij moet daarom de zaak stoppen voordat deze ter zitting komt.

Met Nederlandse ogen wordt kritisch naar die beslissing gekeken. Daarbij wordt met afkeuring gesteld dat de beslissing om niet te vervolgen voortkomt uit het scherpe ondervragen van getuigen in Amerika door de advocaten van de verdachte. Diallo zou nooit op kunnen boksen tegen de sluwe advocaten van Strauss-Kahn.

De manier waarop in het Amerikaanse systeem getuigen worden gehoord is echter juist heel zorgvuldig en draagt bij tot een zuivere waarheidsvinding. Daarbij staat de betrouwbaarheid van de getuige, in dit geval ook de aangeefster, centraal. Aanklager en verdediging kunnen beide ten overstaan van de jury of de rechter(s) de getuige uitgebreid bevragen, binnen het zeer specifiek uitgewerkte kader van de rules of evidence. Onder deze regels wordt in eerste instantie toegestaan dat de getuige bevraagd wordt over eerdere verklaringen die zij over de feiten heeft gedaan. Dat is vanzelfsprekend relevant. Diallo had tegen de politie en de aanklagers tegenstrijdig verklaard over haar activiteiten na het vermeende incident en wie ze had gesproken. Ze had zelfs onder ede tegen de grand jury een verkeerde voorstelling van zaken gegeven.

Ook kan de betrouwbaarheid van de getuige in bredere zin worden getoetst. Heeft deze persoon vaker gelogen? Zo ja, waarover? Wat waren de omstandigheden? Is er een motivatie om ook in de onderhavige zaak te liegen? Volgens ons zijn ook die vragen voor het beoordelen van een getuigenis relevant. Diallo vertelde namelijk in de verhoren een lange reeks leugens en onwaarheden. Daarmee is niet gezegd dat ze het incident met Strauss-Kahn ook verzonnen heeft. Maar het is wel een relevante factor in het beoordelen ervan, in ieder geval wanneer er verder geen bewijs is.

Een dergelijke toetsing van de betrouwbaarheid van een getuige is noodzakelijk voor de waarheidsvinding. Zij vindt in het Nederlandse systeem (te) weinig plaats. Daarvan zijn veel voorbeelden te vinden, waaronder het ‘proces van de eeuw’ tegen Willem Holleeder. De verklaringen van de overleden Willem Endstra speelden de hoofdrol. De feiten die werden gesteld door Endstra pasten goed binnen de zaak van het Openbaar Ministerie, maar hoe het met de betrouwbaarheid van Endstra zat, bleef in het midden.

De verdediging trachtte aan te tonen dat de gesprekken niet gebruikt konden worden: niet vanwege onwaarheid, maar omdat de betrouwbaarheid onduidelijk was. Dat lukte niet, zelfs niet toen er deskundigen aan te pas kwamen. In het Amerikaanse systeem zou die betrouwbaarheid veel zwaarder zijn getoetst.

Bij zijn aanhouding werd Strauss-Kahn als een reeds veroordeelde bijna bewust in handboeien aan de verzamelde media getoond. Dat was niet een onderdeel van het Amerikaanse strafrecht dat navolging verdient. De manier waarop de betrouwbaarheid van de aangeefster werd getoetst en de zaak nu is afgerond doet dat wel.

Bart Stapert is advocaat in de VS en Nederland, partner bij Böhler advocaten en voorzitter van de Stichting Rechtshulp Terdoodveroordeelden. Dirk van Leeuwen is juridisch medewerker bij Böhler advocaten.