Ongericht werven van EU-studenten is duur

Universiteiten en hogescholen krijgen van de staat 6.000 euro per buitenlandse EU-student. Kan dat geld niet beter worden besteed, vraagt Ferdinand Mertens zich af.

Wervingsadvertentie van de Universiteit Utrecht. Met dank aan de Universiteit Utrecht.

De groei van het aantal niet-Nederlandse studenten in het Nederlandse hoger onderwijs wordt gezien als een weldaad, een noodzaak en een compliment.

Maar als de studenten uit EU-landen komen, komen ze volledig ten laste van het Nederlandse budget voor hoger onderwijs en dat groeit niet automatisch mee. Dat budget is naar het oordeel van het hoger onderwijs nu al te laag en dus wordt de spoeling alleen maar dunner. Dat zou dus reden tot zorg. Bovendien lezen we hier niet dat Nederlandse instellingen actief werven in het omringende buitenland, zoals deze advertentie van de Universiteit Utrecht laat zien en er alles aan doen om deze studenten te accommoderen. Voor universiteiten en hogescholen is er alleen maar winst, omdat de overheid automatisch op elke buitenlandse EU-student 6.000 euro per student toelegt.

Van het voorjaar konden we lezen dat de Rijksuniversiteit Groningen ‘de vlag uit stak’ omdat Engelse studenten ten gevolge van de kostenverhogingen in Engeland bereid waren naar Groningen te komen. Onlangs zagen we een tevreden rector van Groningen in het Journaal, trots op zijn eerste vangst.

Niet alleen wordt er actief geworven, soms worden er zelfs opleidingen in een specifieke taal verzorgd bijvoorbeeld in het Duits zodat het nog aantrekkelijker wordt om deel te nemen. Jaarlijks wordt er een hitlijst gepubliceerd ‘wie de meeste heeft’, daarmee suggererend dat het een relevante indicator is voor kwaliteit.

Het hoger onderwijs noemt deze ontwikkeling ‘internationalisering’ en dat is een jubelwoord – dat verder niet gepreciseerd wordt. Uiteraard is de wetenschap een ‘wereldgebeuren’ per definitie. Nederland blies en blaast een stevige partij mee in het internationale wetenschapsconcert en territoriaal provincialisme is mij – ik ken vijf Nederlandse universiteiten van binnenuit – op dat terrein niet bekend. Maar de geneigdheid van de Nederlandse studenten om elders te gaan studeren is niet groot. Een andere taal en cultuur kan een geweldige verrijking zijn maar waarom zou de Nederlandse student naar elders gaan terwijl ons hoger onderwijs zo goed is? De buitenlandse studenten komen juist hierheen! Bovendien spreekt in het Nederlandse hoger onderwijs nu al bijna iedereen Engels en aan andere talen doen we nauwelijks nog.

Internationalisering lijkt me meer dan alleen studentenmobiliteit. Deze mobiliteit binnen Europa komt ten laste van het ontvangende land en dat loopt in het Nederlandse geval inmiddels in de honderden miljoenen. Bij uitgaven uit de publieke middelen behoor je goed na te gaan of dit geld goed besteed is en of alternatieve aanwendingen niet meer profijt zouden kunnen opleveren. Dat is niet eenvoudig te doen, zeker niet wanneer instellingen met veel Europese buitenlandse studenten in hun calculatie opnemen ‘het belang van de BV Nederland’. Dat is lastig rekenen, waarbij het wel zo is dat opbrengsten vaag zijn en ver weg liggen en de kosten nu gemaakt worden. Wat ik zou willen bepleiten is dat nog eens goed gekeken wordt naar wat we nu eigenlijk willen met studentenmobiliteit en de middelen die we daarvoor uitgeven en dat afzetten tegenover andere bestedingen voor onderwerpen waar het Nederlands hoger onderwijs nu niet aan toe komt.

De vergroting van studentenaantallen is ongericht: er kunnen er heel veel bij sommige instellingen en bij bepaalde studierichtingen. Vaak wordt de beweging bepaald door motieven die te maken hebben met omstandigheden in het land van herkomst. Bijvoorbeeld in Duitsland kent men meer numerus-fixusstudierichtingen dan in Nederland. In Engeland zijn de financiële condities voor studenten verslechterd. Bovendien is de studentenstroom, eenmaal op gang gekomen, moeilijk beheersbaar: er is binnen de EU vrij verkeer van personen en die is moeilijk – voor zover al gewild – te beïnvloeden. Ik denk dat het niet passend is om studenten uit EU-landen te werven omdat onduidelijk is waartoe dit zal leiden en in welke mate dit vervolgens nog hanteerbaar is.

Wanneer het om internationalisering gaat zijn andere delen van de wereld dan Europa minstens zo belangrijk. Nederland kan daar goede mogelijkheden laten ontstaan die voor het Nederlandse hoger onderwijs profijtelijk zijn doordat het betalende deelnemers kan opleveren. Om dat soort stromen effectief op gang te brengen is een investering vooraf vaak noodzakelijk. Daar zouden veel meer middelen voor beschikbaar moeten zijn, misschien wel ongeveer zoals Duitsland dat doet met een zeer omvangrijk en gericht beurzenprogramma. Nederland kent zo’n programma helemaal niet. Bovendien zou het Nederlands hoger onderwijs meer geïnternationaliseerd worden door aan talen veel meer aandacht te schenken.

Wanneer we echt de inhoudelijke relatie met Duitsland willen bevorderen, dan kan dat heel goed door het leren van de Duitse taal. Momenteel zijn de voertalen Duits en Frans in het Nederlandse hoger onderwijs geheel geëlimineerd. Is dat verstandig? Wanneer we daar wat willen, is geld nodig want er moet dan veel opgebouwd worden omdat alles weg is. En dat geldt helemaal voor de aandacht voor taal en cultuur van de opkomende economieën zoals China en dus de Chinese taal en cultuur. Voor zo’n gericht beleid is geld nodig en dat is er nu niet. Dan kan beter terughoudend worden omgegaan met de ‘willekeurige studenteninstroom’ uit omringende landen.

In vergelijking met andere EU- landen geeft Nederland niet veel uit aan buitenlandse instroom. Maar bij andere landen is die instroom een gevolg van de taal die men deelt (Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, België, Frankrijk) en heeft het in een vrij Europa iets onvermijdelijks. Een land als Duitsland heeft een ‘willekeurige instroom’ maar zoekt zijn buitenlandse studenten op grond van ‘beleid’ zelf uit via een omvangrijk beurzenprogramma. Op dit ogenblik vinden er heftige politieke gesprekken plaats in Zwitserland en Oostenrijk over de massale instroom van studenten uit hun grote buurland, waar ze de taal mee delen. Dat die studentenstroom er is, is begrijpelijk. In die discussie heeft overigens niemand het over ‘internationalisering’ en wordt het niet gezien als iets wat perse goed is voor het ontvangende land. Het is het gevolg van een open en transparant Europa, maar ook van ‘beleidsverschillen’ tussen landen. Nederland zou er verstandig aan doen er voor te zorgen niet in een situatie terecht te komen dat het ‘ons te veel’ wordt. Het buitenland is nu eenmaal veel groter dan het binnenland.

Ferdinand Mertens gaat morgen met emeritaat als hoogleraar toezicht aan de TU Delft.