Nog steeds geen koosnaampjes voor de euro

Handig, maar onbemind. Dat is de euro. Veelgehoorde kritiek is alles duurder is geworden. Dat klopt, maar dat is normaal en heet inflatie. In werkelijkheid zijn de prijzen stabieler dan voor de komst van de euro.

Weet je het nog? De eerste keer dat er geen geeltjes, meiers of, voor de rijken, ruggen uit de pinautomaat kwamen. Nooit meer die kunstwerkjes waar je ook nog mee kon betalen. Daarvoor in de plaats kwamen euro’s. De biljetten waren kleiner en fletser. Maar je kon er wel mee betalen in twaalf Europese landen. Welke dat waren werd van tevoren goed ingepeperd in de uitgebreide voorlichtingscampagne. Doet het, inmiddels achterhaalde, ezelsbruggetje Ding Flof Bips nog belletjes rinkelen?

Voor een hele generatie politici en centralebankiers was de euro het sluitstuk van een unieke fase van het Europese project. Voormalig president van De Nederlandsche Bank Nout Wellink noemde de invoering van de euro het hoogtepunt in zijn carrière.

Het concept van een muntunie is niet uniek. Centraal- en West-Afrikaanse landen voeren dezelfde munt, acht Caribische eilandstaatjes doen dat ook. Zij genieten geen monetaire onafhankelijkheid, maar laten de Eastern Caribbean Central Bank dat doen vanaf St. Kitts.

De euro is uniek, omdat machtige landen die elkaar zo vaak economisch, politiek en militair hadden bestreden, bereid waren hun eigen munt op te geven ten faveure van een gezamenlijk betaalmiddel.

De eurozone beleeft de diepste crisis in haar 12½-jarig bestaan. Gezaghebbende economen noemen de muntunie een mislukking en denken dat de euro gedoemd is. Als de niet-representatieve steekproef van deze krant, waarvan de resultaten hierboven en -onder staan, iets zegt, is het dat weinig Nederlanders zullen treuren als de euro zou vallen.

De relatie is op zijn best zakelijk. De euro kan handig zijn, maar is niet geliefd. Dat er na een decennium nog geen koosnaampjes zijn, is misschien veelzeggend. De meest positieve opmerking is dat de euro wel handig is op vakantie. Geen gedoe meer met het omrekenen, geen potjes met verzameld Europees muntgeld meer.

Maar wat voor vakantiegangers een kleine bijkomstigheid is, is voor bedrijven een groot voordeel. Handelen in andere valuta’s levert risico’s op, want koersen kunnen schommelen.

Grotere bedrijven dekken dit risico bij banken af, maar dat kost ook weer geld. Als een Nederlandse meubelmaker bent en je haalt je leer voor je banken uit Italië, je hout uit België en je graniet voor die exclusieve tuintafel uit Spanje, dan lopen de risico’s op. Een forse en ongunstige koersbeweging en je winst verdampt.

Met het koppelen van de wisselkoersen en de werkelijke invoering van de euro verdween het valutarisico in Europa. Hoeveel dat sec oplevert, is voor economen moeilijk uit te rekenen. Er zijn zo veel invloeden op handelsstromen dat het lastig is het valuta-effect te isoleren.

De Duitse Bundesbank deed, om het 10-jarig bestaan van de euro te vieren, toch een poging. De economen van de Duitse centrale bank concludeerden dat alleen het wegvallen van nationale munten 3 tot 5 procent extra handel opleverde. Andere onderzoeken komen tot grotere voordelen, schrijven ze.

Een nog minder hartstochtelijk pleidooi voor de euro is, dat het beter is om de munt te houden, omdat wij haar inmiddels hebben en er toch geen alternatief is. Dat is de ultiem pragmatisme. Een geïnterviewde wijst naar Zwitserland, als alternatief. Dat land is welvarend en heeft de eigen munt behouden.

Dat klopt, maar Zwitserse politici en centralebankiers worden wel helemaal gek van de eurocrisis. Beleggers zijn in de Zwitserse frank gevlucht. Als gevolg is de munt zó hard gestegen, dat de concurrentiepositie onder grote druk staat. Sommige bedrijven willen dat hun werknemers meer uren gaan werken voor hetzelfde geld om de productiviteit op te krikken.

Als de Nederlandse gulden sterk stijgt omdat de landen die wél de euro hebben er een zootje van maken, is dat slecht voor de export. Door de dure gulden worden Nederlandse producten duurder, zullen buitenlandse bedrijven op zoek gaan naar alternatieven. Minder opdrachten betekent dat er minder mensen nodig zijn en zo stijgt de werkloosheid.

Mark Cliffe, de Britse hoofdeconoom van de Nederlandse bank ING liet zijn fantasie onlangs de vrije loop. Wat zou er gebeuren als de eurozone uit elkaar zou vallen? Cliffe voorziet een diepe financiële crisis en een recessie. Grensoverschrijdend betalingsverkeer zou stokken, banken zouden transacties niet kunnen uitvoeren en bedrijven zouden geen opdrachten meer buiten de landsgrenzen durven gunnen. De koers van de euro zou instorten, vermogen verdampen. Huizen, aandelen en spaargeld zouden rap minder waard worden, banken zouden wankelen. De economieën van noordelijke eurolanden zouden met 10 procent krimpen en die van zuidelijke landen met 15 procent. Met andere woorden: er is dus altijd een alternatief voor de euro, alleen is de vraag of Nederland daar ook beter van wordt.

Veruit de meest gehoorde kritiek op de euro is dat alles, van brood tot joints, veel duurder is geworden. Dat klopt. Vergeleken met 2001 zijn prijzen gestegen. Dat is normaal en heet inflatie. Toen de euro werd ingevoerd was vooral Duitsland beducht voor inflatie. Onder invloed van Italië en Frankrijk, die niet keken op een procentje inflatie, zou de prijsstabiliteit in de eurozone te grabbel worden gegooid. Maar de prijzen waren stabieler dan voor de komst van de gezamenlijke munt.

De Duitse Bundesbank analyseerde prijsstijgingen in de eurozone in 2004, twee jaar na de invoering. Net als in Nederland klaagden Duitsers kort na de invoering dat het leven duurder was geworden. Dat klopt, concludeerden de Duitse inflatiehaviken. Maar dat had vooral te maken met hogere energieprijzen.

En het gedrag van winkeliers. Er werd opeens veel geadverteerd in een nieuwe munteenheid. Dat werd aangegrepen om achtergebleven prijswijzigingen door te voeren, aldus de Bundesbank. Ook prijzen in restaurants en cafés stegen snel kort na de invoering, maar stagneerden daarna. Daardoor leek het effect heftig, maar op langere termijn viel het eigenlijk mee. Met één uitzondering: bioscopen werden wel blijvend een stuk duurder.

Het klopt echter niet dat de euro alles duurder maakt. Nederland profiteert ook van de huidige malaise. Handelaren zoeken hun toevlucht in veilige beleggingen, zoals Nederlandse staatsobligaties. Doordat de vraag toeneemt, daalt de rente die Nederland betaalt op staatsleningen. Het financieren van de staatsschuld is zelden zo goedkoop geweest. Dat levert ons allemaal indirect voordeel op.

Het probleem is echter dat de euro een economisch project is met politieke motieven. Als de economische theorie over monetaire unies van de gezaghebbende Canadese hoogleraar Robert Mundell was gevolgd, hadden Italië en Griekenland nooit de eurozone gehaald. Hij laat namelijk zien dat deelnemende landen gelijksoortige economieën moeten zijn, anders kan één centrale bank nooit een effectief rentebeleid voeren.

Maar Europa moest één worden. Politieke motieven wonnen het van economische ratio. Eén munt voor één Europa. Maar één munt betekent nog geen gelijkheid. Een Nederlander verdient niet evenveel als een Griek. En een Fin werkt niet even lang voor zijn geld als een Portugees. Gelijkheid is de kern van een optimale muntunie. En ongelijkheid is precies de kern van onze huidige crisis.

    • Melle Garschagen