Nelsons kan nog wat leren van Jansons

Robeco Zomerconcerten: KCO o.l.v. Andris Nelsons. Gehoord 29/8 Concertgebouw, Amsterdam. ****

Chef-dirigent Mariss Jansons van het Concertgebouworkest heeft een semisabbatical. Hij laat veel over aan gastdirigenten, zoals zijn oud-leerling Andris Nelsons, die de programma’s van de komende tournee deze week vast „warmspeelde”.

Nelsons maakte in Amsterdam al vaker indruk met zijn joyeuze energie, muzikaliteit en haarzuiver gevoel voor orkestrale spanningsopbouw, vooral waar die uitmondt in grootse climaxen. Zijn tweede programma van deze week speelde op dat temperament maar deels in, en leek daarom des te spannender.

Nelsons deed in Wagners Ouverture Rienzi met pralend koper en heroïsche uitbarstingen verlangen naar de rest (Rienzi duurt vijf uur). Minder overtuigend was de Sluierdans uit Strauss’ opera Salome. Het orkest speelde fraai en Nelsons putte hoorbaar plezier uit Strauss’ trouvailles, maar de perverse dubbelzinnigheid van Salomés verleidingskunsten eist meer stroperigheid, meer oorkrullend orkestraal gefluister.

Sjostakovitsj’ Achtste is een van zijn meest zwarte, broze en lastige symfonieën. Nelsons excelleerde in de boosaardige marspassages en wikkelde langzame delen af tot bijna-stilstand zonder de spanning te breken. Meestal.

Hij kan in Sjostakovitsj nog wel iets afkijken van de theatrale impact van Jansons of de introspectie van Semyon Bychkov. Maar de ingrediënten heeft hij al in huis.

    • Mischa Spel