Hoe raarder, hoe beter

Joshua Foers boek over geheugentraining verschijnt deze week in het Nederlands.

Met de technieken die hij beschrijft werd hij zelf geheugenkampioen.

Een van de trucs die Foer beschrijft, is de locimethode. Wie een losse reeks woorden wil onthouden, loopt door een gebouw en visualiseert de woorden op opeenvolgende plekken langs de route. Bijvoorbeeld voor de deur, in de lift, op de wc. Het helpt om de woorden zo raar (grappig of obsceen) mogelijk te visualiseren: een schoen dus niet als een gewone, bruine herenschoen, maar als een jaren-70-plateauzool (waar eventueel nog een tong uitsteekt). Foto Noordbrabants Museum

Voor Joshua Foer is journalistiek meestal participerende journalistiek. Zo schreef hij twee jaar geleden een artikel over waterglijbanen voor het Amerikaanse buitensporttijdschrift Outside. „In Duitsland nemen ze waterglijbanen heel serieus”, vertelt hij. „De sport is er zo snel mogelijk doorheen te gaan. Eigenlijk mogen alleen je schouderbladen de glijbaan raken.” Foer ging naar de Duitse kampioenschappen. Hij werd tweede.

Bijna hetzelfde recept dus als in zijn eerder dit jaar verschenen succesboek Moonwalking with Einstein. Foer kwam maandag in Amsterdam aan om de vertaling, Het geheugenpaleis, te promoten. In 2005 zou hij voor Slate een artikel schrijven over de Amerikaanse geheugenkampioenschappen. „Over weirdo’s dus, dacht ik eerst. Een alternatief universum van gekke mensen.” Deelnemers moeten onder meer binnen vijf minuten de volgorde van een geschud pak kaarten in hun hoofd stampen. Na de wedstrijden belandde Foer met de Britse kampioen Ed Cooke in de kroeg. Jij kunt het ook, zei die, en bood aan zijn geheugencoach te worden.

Dagen, weken, maanden zat Foer met oordoppen in en een veiligheidsbril met heel kleine kijkgaatjes op te oefenen in de kelder van zijn ouderlijk huis. Wat hij oefende? Zo snel mogelijk zo wild mogelijke visuele associaties oproepen bij neutrale objecten. Die voor je geestesoog op een bepaalde plek neerleggen in een gebouw dat je goed kent. Vaste (liefst grappige of obscene) associaties leren voor speelkaarten en cijfers. Dat zijn in het kort de belangrijkste trucs. In 2006 deed Foer mee aan de Amerikaanse geheugenkampioenschappen – en hij won.

Vervolgens werd zijn artikel een boek. Een mooi boek, dat lang niet alleen zijn eigen training beschrijft. Foer gaat uitgebreid in op allerlei gevalsbeschrijvingen uit de geheugenwetenschap en neemt ook de geschiedenis van de mnemonische technieken door, die begon bij de oude Grieken. En natuurlijk beschrijft hij die maffe subcultuur van ‘geheugensporters’. Die uiteindelijk minder maf bleek dan hij dacht, zegt Foer. „Het zijn mensen van alle leeftijden, uit alle lagen van de bevolking.” Met een hobby. „Tja, of je nou gaat bowlen of geheugensporten.”

In zijn boek vraagt Foer zich zelfs af of de als autistische savant beroemd geworden Daniel Tammet wel zo’n bijzondere man is.

Foer: „Tammet beweert dat hij een aangeboren gave heeft en niet de technieken van de geheugensporters gebruikt. Hij beweert dat hij de antwoorden van rekenopgaven op een unieke manier ziet materialiseren.” Tammet zou getallen in duidelijke kleuren en vormen voor zich zien die, bij het rekenen, in en uit elkaar vallen.

Als het gesprek hierover gaat, kiest Foer zijn woorden nog zorgvuldiger dan hij al deed. „Ik heb heel hard geprobeerd om dit onderwerp zo zorgvuldig mogelijk te benaderen.” Waar het op neerkomt: Foer denkt dat Daniel Tammet „mogelijk” bekende snelrekentrucs gebruikt en dezelfde technieken als de geheugensporters. Tammet heeft een paar jaar vóór Foer aan dezelfde geheugenkampioenschappen meegedaan.

„Het is heel moeilijk”, zegt Foer, „om erachter te komen wat er in iemands geest omgaat. Het is vreemd”, zegt Foer, „dat het niveau van zijn vaardigheden sterk overeenkomt met dat van mensen die aan competitieve geheugenwedstrijden en wedstrijden hoofdrekenen meedoen en daar geen bijzondere verklaring voor geven.”

In zijn boek beschrijft Foer hoe hij Tammet bij drie verschillende gelegenheden vraagt te beschrijven hoe het getal 9.412 eruitziet. Hij krijgt drie verschillende antwoorden. Ook lijkt Tammet wel erg sociaal, voor een autistische savant.

Dus is Tammet een oplichter? „Ik denk dat dit ingewikkelder is dan simpel bedrog.” Bedoelt hij dat Tammet bepaalde psychische problemen heeft? Behoefte aan aandacht? Foer, ongemakkelijk: „Ik weet het niet.”

Wat is eigenlijk de aantrekkingskracht van iemand als Tammet? Ah, daar wil Foer wel graag iets op zeggen: „We willen graag geloven dat er uitzonderlijke en unieke mensen onder ons zijn. Maar wat ik nóg spannender vind is dat deze talenten voor ons allemáál beschikbaar zijn. Als we maar de moeite nemen om ze ontwikkelen.”

Joshua Foer: Het geheugenpaleis. De vergeten kunst van het onthouden. De Bezige Bij, vertaling Janneke Zwart, € 19,90