Fusieblad mét seksrubriek

Marcel van Roosmalen gaat langs bij de redactie van het nieuwe Folia Magazine.

„Eigenlijk is fuseren heel simpel, je verzint wat nieuws en al het slechte gooi je eruit.”

Directeur Paul van de Water (links) ziet hoofdredacteur Jim Jansen vaker dan zijn eigen vrouw. Foto Jan-Dirk van der Burg Nederland, Amsterdam, 29-08-2011 De hoofdredactie van het studentenblad Folia. Paul van de Water (groene blouse) en Jim Jansen. Voor de rubriek 'Marcel Werkt' ©Jan-Dirk van der Burg

Volgende week verschijnt het eerste nummer van Folia Magazine, een fusieproduct van de studentenbladen (UVA) en (HVA).

We werden ontvangen in het keukentje van de redactieruimte. Hoofdredacteur Jim Janssen (40) lag languit in een stoel, de benen op tafel. Directeur Paul van de Water (59) lag er naast. Jim gooide het nulnummer van de totaal vernieuwde en gefuseerde Folia naar me toe.

„Met seksrubriek!” zei Paul.

We bladerden er meteen naartoe.

Het ging over een stagiaire die het met een zeventigjarige had gedaan. Hoewel de zaak was geanonimiseerd, toch een stukje unieke onderzoeksjournalistiek.

Het tijdschrift zag er mooi uit.

Een verbetering, constateerden we.

Paul: „Haaaa..., een verbetering?! De oude bladen waren niks. Troep, rotzooi... Toen ik als puinruimer bij Havana werd gedropt, klopte er niets. Een zootje was het. Dan verschenen we niet, dan weer wel. En elke week was het maar afwachten hoe dik het nummer zou worden... En bij Folia was het ook een zooitje, toch Jim?”

Jim begon over Paul.

Die wist niets van journalistiek.

Paul: „Inhoudelijk ben ik een nul. Vergeleken met Jim, dan. Jim en ik runnen de handel hier met z’n tweeën. Ik vind het flauw om Jim hoofdredacteur te noemen en mij af te schilderen als een manusje van alles. We zijn alle twee directeur. Jim is directeur inhoud. En ik ga over de P, de F en de O.”

Jim: „Personeel, Financiën en Organisatie.”

Paul: „Maar ik kijk over zijn schouder. Als er iets niet klopt, of als we buiten de lijntjes pissen, kaart ik het aan... Dat kan ook.”

Jim: „We zijn als broers.”

Paul: „Om de situatie te schetsen: ik zie Jim vaker dan mijn vrouw, dat mag je gerust opschrijven. Dat geeft ook aan hoe hard we werken. We hebben al twaalf advertenties, ik bel me suf. Dit is geen 9 tot 5 job, dit is.... Dit is zo veel meer.”

Jim: „Wij willen een opleidingsinstituut worden voor andere media. Folia moet een platform worden. Voor debat, voor radio, voor tv, voor andere activiteiten. We hebben een eigen voetbalteam. En we zijn trots op onze nieuwe site.”

Paul: „De oude site was troep. Niet informatief.”

Jim: „We hebben al de nieuwtjes uit het magazine gesloopt. Die droppen we nu op de site. Dan ben je veel actueler.”

Paul stond op.

„Ik zit op hete kolen”, zei hij. „Ik moet weg. Ik bemoei me binnen de organisatie met zo veel dingen....”

Jim: „Pak een tomaatje...”

Paul met een cherrytomaatje in de mond: „Ik ben aan de lijn. Ik eet niets meer. Straks ga ik weer een rondje hardlopen.”

„Heel vreemd om hem met een tomaatje te zien”, zei Jim. „Bij redactievergaderingen staat er altijd een pot snoep. Daar zag ik ’m altijd in graaien. Hij vrat ’m helemaal leeg.”

Paul: „Maar nu niet meer.”

Jim: „Nee, nu eet je een tomaat.”

Paul: „Twaalf kilo kwijt!”

Hij wreef over zijn buik.

„En straks weer hardlopen! Als ik vroeger na het hardlopen thuis kwam, pakte ik meteen een zak chips uit de keukenkast. Cheese-onion, paprika, naturel... Elke dag een ander smaakje, anders wordt het leven zo saai.”

Hij stond op.

„Nu ga ik, daaaag!”

Daarna ging hij weer zitten.

„Ik blijf nog even.”

Een van de redacteuren kwam een kop koffie uit de automaat halen.

„Die hebben we via Skype aangenomen!” zei Jim.

„Enorm modern”, zei Paul. „Ook op die gebieden moet je meegaan met de tijd.”

Paul die op de financiën lette, had het dure Nespresso-apparaat – „17 cent per cupje, ammehoela!” – laten vervangen door het espressoapparaat van zijn vrouw. Een beslissing waar Jim volledig achter stond.

„We hadden vorig jaar een redacteur die twintig koppen Nespresso op een dag dronk. Als je dat uitrekent.... Die is ontslagen.”

Er viel een stilte.

Opeens riep Paul: „Dit is gi-ga! Denk even mee: tachtigduizend studenten, tienduizend medewerkers... We bedienen ze allemaal! En... onze organisatie is zo plat als een dubbeltje!”

Jim: „Nu jij nog.”

Paul: „Haha, grappig. Vorig jaar was het saneren geblazen, nu bouwen we op...”

We – fotograaf Jan-Dirk en ik – moesten zeker op het lanceringfeest komen, het ging er wild aan toe, dat stond bij voorbaat vast.

„Mijn vrouw komt uit Zwitserland”, zei Jim. „Daar mag je als baas niet meedrinken op feestjes. Nou, daar ben ik niet van. Op onze laatste borrel was de drankrekening enorm. Dat hoort zo bij een studentenblad, vind ik. Maar Paul drinkt niet. Hij had 22 cola light op. Ik weet niet wat dat chemisch gezien met je doet...”

Helaas konden we het Paul niet meer vragen, hij was dan toch gegaan.

Jim: „Dirk, een van onze redacteuren, had tijdens ons laatste feest vijf flessen goedkope witte wijn op. Die was in een park gaan liggen. Toen hij opstond was alles weg. Ongelooflijk, toch? Ja, dat is Nederland, mijn vrouw is Zwitsers... Daar gebeurt niets... Hee, een bericht... Ze zit met de kinderen in de bioscoop... Wil je de foto’s zien? Heb je zelf kleintjes? Nee? Jammer. Kinderen maken is het beste wat ik ooit gedaan heb. Wil je die redacteur van die flessen wijn zien?”

We kregen een rondleiding.

In een aanpalende ruimte zaten zes redacteuren zwijgend achter computers. Op ieder bureau lag een bergje van ongeveer twintig pennen, waarop ‘FoliaWeb.nl’ stond.

„Foutje van Paul”, zei Jim. „Hij had tweeduizend pennen besteld omdat hij vond dat iedereen genoeg basismateriaal moest hebben. Tweeduizend te veel, het is uitgesproken.”

In de kamer van de directeur inhoud en de directeur PFO hing een bord met de planning.

Jim: „Ja, je kunt dat wel overschrijven, maar eigenlijk zijn alle geplande verhalen niet doorgegaan. Dus...”

Op de gang kwam hij een van de organisatoren van de introductieweek tegen.

„Hee, euhm, jij ja”, zei Jim. „Ik stuur straks even onze camjo op je af. Die moet een leuk filmpje over je maken. Goed?”

„Wanneer dan?”

„Meteen, dan knallen we het het web op.”

We liepen naar de kamer waar ze Folia TV maakten.

„Straks even naar die introgast”, zei Jim. „Lekker filmen.”

„Ja, goed idee”, zei de camjo, „maar ik heb nog steeds geen camera. De oude is gejat, weet je nog?”

Jim greep naar het hoofd.

„Neeeee, neeeeee...”

Daarna gingen we nog even in het keukentje bij het koffiezetapparaat liggen.

Jim bleef maar herhalen dat het ongelooflijk was.

We bladerden nog een keer door het nieuwe magazine.

Het zag er nog steeds goed uit.

Jim: „Eigenlijk is fuseren heel simpel, je verzint wat nieuws en al het slechte gooi je eruit. En dan stop je Paul erbij voor de P de F en de O.”

    • Marcel van Roosmalen