De meeste arme kinderen in Nederland krijgen het later beter

In Nederland leeft bijna één op de tien kinderen in armoede. Maar kinderen uit een arm gezin ontsnappen vaak op latere leeftijd aan die situatie. Van de kinderen die in 1985 arm waren, was nog maar 7 procent arm in 2008. Ofwel: 93 procent van de kinderen ontstijgt die armoede met het opgroeien. Dat is de belangrijke conclusie uit het onderzoek Voorbestemd tot achterstand? dat het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) gisteren publiceerde.

Kinderen uit een arm gezin hebben op volwassen leeftijd wel bijna twee keer zoveel kans om later arm te zijn dan kinderen uit een welvarend gezin. De kans dat iemand uit een arm gezin later ook arm is, wordt ook groter wanneer een kind op jonge leeftijd (0-7 jaar) arm was of tijdens de jeugd langere tijd in armoede leefde. Onderwijs is de belangrijkste factor om aan armoede te ontsnappen.

Het SCP vroeg circa duizend mensen van 32 tot 39 terug te kijken op de laatste 25 jaar van hun leven. Arm ben je in Nederland volgens het SCP wanneer je een inkomen hebt onder het niet-veel-maar-toereikend-criterium. Mensen met een inkomen onder dat niveau hebben in principe genoeg geld voor voedsel, kleding, en huisvesting, maar houden niks over voor sociale contacten en ontspanning. Die grens lag in 2008 op 11.532 euro per huishouden.

Dat laatste is juist belangrijk, omdat armoede vaak samengaat met sociale uitsluiting en die twee kunnen elkaar versterken. Arme kinderen in Nederland namen in 1985 door geldgebrek minder deel aan sociale activiteiten, zoals sport en kinderfeestjes. Ook moest er thuis vaak zuinig geleefd worden en gingen ze minder vaak op vakantie dan niet-arme kinderen. Dat tekort aan geld en sociale participatie heeft op latere leeftijd nog steeds invloed. Volgens het SCP zijn de mensen uit een arm gezin als volwassene vaker sociaal uitgesloten dan de mensen die als kind niet arm waren. Sociale uitsluiting speelt dus langer een rol dan armoede.

Het goede nieuws is dat arme kinderen in Nederland niet meer ‘ontoelaatbaar’ gedrag vertonen, zoals spijbelen en diefstal, dan hun niet-arme leeftijdgenoten. Een armoedecultuur die dergelijk gedrag zou bevorderen bestaat volgens het SCP in Nederland niet. Opvallend is dat het niet spreken van de Nederlandse taal in arme gezinnen niet sneller leidt tot sociale uitsluiting en armoede op latere leeftijd.

Ook met de toegang tot basale sociale rechten, zoals onderwijs en een veilige buurt, is het in Nederland goed gesteld. Een kind uit een arm gezin heeft daar gemiddeld evenveel toegang toe. En dat blijkt cruciaal om aan de armoede te ontsnappen.