David Rudisha is gewoon niet bij te houden

Het klinkt zo simpel: je gaat direct op kop lopen en zorgt dat niemand je inhaalt.

Het is de tactiek van David Rudisha, en al twee jaar lukt het niemand hem te passeren.

De Keniaan David Rudisha wint met afstand de 800 meter bij de WK. De Soedanees Abubaker Kaki wint zilver, de Rus Borzakovski brons. Foto AFP Gold medallist Kenya's David Lekuta Rudisha (R) leads Sudan's Abubaker Kaki (2R) and Russia's Yuriy Borzakovskiy (3R) as he crosses the line to victory in the men's 800 metres final at the International Association of Athletics Federations (IAAF) World Championships in Daegu on August 30, 2011. AFP PHOTO / ANTONIN THUILLIER AFP

Van een man die op fluistertoon spreekt zou je geen dominantie op de atletiekbaan verwachten. Maar anders dan zijn stemgeluid zou vermoeden is David Rudisha als hardloper meedogenloos. Als de 22-jarige Keniaan zijn benen laat spreken is er geen houden aan. Op de 800 meter is Rudisha al twee jaar niet bij te houden; hij won in die periode alle wedstrijden waarin hij startte. In die zin was het niet meer dan logisch dat het lid van de Masaai-stam gisteren in Deagu wereldkampioen werd.

In het pre-Rudisha-tijdperk stond de 800 meter te boek als een moeilijke afstand. Het kwam naast een goed tactisch inzicht aan op een juiste verdeling van de krachten om op de laatste meters niet te worden verrast. Talrijk zijn de voorbeelden van winnaars op wie niet was gerekend.

De Noor Vebjørn Rodal werd verrassend olympisch kampioen in Atlanta (1996), evenals vier jaar later de Duitser Nils Schumann in Sydney. En wat te denken van de Oostenrijker Zwitser André Bucher, die in 2001 in Edmonton de wereldtitel veroverde. Ook Bram Som mag als Europees kampioen van 2007 in Göteborg tot die one day flies worden gerekend.

Natuurlijk, er waren ook voorspelbare kampioenen, zoals de Rus Joeri Borzakovski bij de Spelen in Athene (2004). Of de Marokkaan Rashid Ramzi die voor Barhrein liep en in 2005 in Helsinki wereldkampioen werd. En dat de wereldtitel twee jaar geleden in Berlijn naar de Zuid-Afrikaan Mbulaeni Mulaudzi ging was evenmin een verrassing.

Maar zelden werd de 800 meter zo gedomineerd door één loper als vandaag de dag Rudisha. Dat was zelfs ondenkbaar ten tijde van de twee legendarische Britten Sebastian Coe en Steve Ovett. Eigenlijk slaagde alleen de tot Deen genaturaliseerde Keniaan Wilson Kipketerer er in de jaren negentig in een overheersing van een vijftal jaren te handhaven. Hij werd drie keer op rij wereldkampioen, maar greep steeds naast goud op de Olympisch Spelen.

Rudisha lijkt de moeilijkheidsgraad van de 800 meter tot eenvoud te hebben gereduceerd. Hij nestelt zich simpelweg op kop om die positie niet meer af te staan. Al twee jaar slaagt niemand erin hem te passeren. Het lijkt zo simpel. Dat had toch eerder bedacht kunnen worden? Natuurlijk. Maar voer het maar uit. Wat Rudisha doet vereist naast natuurlijke aanleg mentale kracht en een excellente conditie. De beruchte verzuring na zo’n 600 meter lijkt op de Keniaan totaal geen vat te hebben. Als het moet is hij zelfs in staat om de laatste meters te versnellen. Rudisha is een fenomeen.

Ook gisteren in de finale van de 800 in Daegu stond bij voorbaat vast dat Rudisha het veld zou aanvoeren. De vraag was alleen of hij deze keer weer stand zou houden. Want een WK is toch een graadje moeilijker dan een willekeurig Diamond-Leaguewedstrijd. Maar voor Rudisha maakt dat geen verschil. Hij nestelde zich onmiddellijk op kop en liep in twee ronden onbedreigd naar zijn eerste belangrijke internationale titel. Achter de Keniaan streden de Soedanees Abubaker Kaki en de Rus Borzakovski om zilver en brons. Kaki won, zij het net. De overige finalisten in het bepaald niet kinderachtige veld speelden geen rol van betekenis.

De basis voor zijn tactiek legde Rudisha twee jaar geleden bij de WK in Berlijn. De Keniaan was destijds een beginnende, wat naïeve loper die zich in de groep ophield. Het geduw en gedrang, evenals allerlei tactische spelletjes leverde vaak slachtoffers op. Dat gold twee jaar terug ook voor Rudisha in Berlijn. Tot zijn frustratie plaatste hij zich niet voor de finale.

In Berlijn nam de loper vervolgens een besluit: nooit zou hij zich meer het tempo door anderen laten opleggen. Hij wilde niemand meer voor zijn voeten hebben. Hij alleen zou het tempo bepalen. En zo geschiedde.

Dat is moeilijk en risicovol, erkent Rudisha. Maar voor een loper met zijn kwaliteiten haalbaar. „Je moet altijd in goede conditie verkeren en controle over de race houden. Een fout is snel gemaakt. Dat vereist opperste concentratie. En ik loop altijd voluit. Ik spaar zeker geen energie voor de laatste 150 meter.”

Rudisha is vooralsnog niet van plan zijn tactiek aan te passen. Waarom zou hij? Het bracht hem vorig jaar twee keer de verbetering van het wereldrecord – dat nu op 1.41,01 minuut staat – evenals de uitverkiezing tot Atleet van het Jaar door de internationale atletiekfederatie. Die eretitel droeg hij op zijn vader Daniel, die in 1968 bij de Spelen in Mexico-Stad een zilveren medaille won met de estafetteploeg op de 4x400 meter.

Nu Rudisha de wereldtitel binnen heeft wil hij de resterende wedstrijden van dit seizoen gebruiken om als eerste 800-meterloper de grens van honderd seconden (1.40,00) te slechten. Hij denkt dat het mogelijk is. Het podium dat hij daarvoor in gedachten heeft is de Diamond League. Daarvoor heeft de Keniaan nog twee kansen: op 9 september in Zürich of op 16 september tijdens de finale in Brussel.