Ben je met een arme jeugd voorbestemd tot armoede later?

Nee, zeker niet. De meeste kinderen zijn later niet arm, of ze opgroeien in armoede of niet. Van de kinderen (0-17) die in 1985 arm waren, was nog maar 7 procent arm in 2008. Oftewel, met het opgroeien ontstijgt 93 procent van de kinderen de armoede.

Een kind uit een arm gezin heeft wel een grotere kans om op volwassen leeftijd arm te zijn dan kinderen uit een welvarend gezin. Die kans is bijna twee keer zo groot. Van de groep kinderen die in 1985 niet arm was, is in 2008 namelijk maar 4 procent wel arm.

De kans dat een kind uit een arm gezin later ook arm is, wordt bovendien groter wanneer het kind op jonge leeftijd arm was (0-7 jaar) of tijdens de jeugd langere tijd in armoede leefde.

Arme kinderen in Nederland namen in 1985 door geldgebrek minder deel aan allerlei sociale activiteiten, zoals sport en feestjes. Ook moest er thuis vaak zuinig worden geleefd en gingen ze minder vaak op vakantie dan niet-arme kinderen.

Dat tekort aan geld en daarmee sociale participatie heeft op latere leeftijd invloed. De mensen die toen arm waren, zijn als volwassene vaker sociaal uitgesloten dan mensen die als kind niet arm waren. Sociale uitsluiting speelt dus langer een rol dan armoede.

Het goede nieuws is dat arme kinderen in Nederland niet meer ‘ontoelaatbaar’ gedrag vertonen, zoals spijbelen en diefstal, dan hun niet-arme leeftijdsgenoten. In tegenstelling tot in veel andere landen bestaat een armoedecultuur die dergelijk gedrag zou bevorderen in Nederland niet. Het SCP heeft niet onderzocht waarom niet.

Ook met de toegang tot basale sociale rechten, zoals onderwijs en een veilige buurt, is het in Nederland goed gesteld. Een kind uit een arm gezin heeft daar gemiddeld evenveel toegang toe. En dat blijkt cruciaal om aan de armoede te ontsnappen.