Bank stelt waarde beter voor dan hij is

Het is onduidelijk hoeveel pijn banken lijden met hun mediterrane leningen.

Sommige bankiers taxeren zélf hun verlies in plaats van de koersen te gebruiken.

Banken in Europa gaan zeer verschillend om met de verliezen die zij lijden op de Griekse staatsleningen. Dat baart de wereldwijde toezichthouder op boekhoudregels grote zorgen. Die vreest dat banken zich aan internationaal afgesproken regels onttrekken.

Hans Hoogervorst, de voormalige VVD-minister en ex-bestuursvoorzitter van de Autoriteit Financiële Markten, plaatst als kersvers voorzitter van de IASB – de organisatie die verantwoordelijk is voor de internationale boekhoudregels – grote vraagtekens bij de manier waarop financiële instellingen met de waarde van hun Griekse obligaties omgaan.

Europese banken bezitten voor miljarden euro’s aan staatsleningen van Griekenland, Italië, Spanje en Portugal. Die leningen zijn het afgelopen anderhalf jaar sterk in waarde gedaald.

Maar de vraag is wanneer financiële instellingen die verliezen ‘nemen’ en die aan de buitenwereld rapporteren. Hoogervorst waarschuwt ervoor dat diverse banken niet de marktwaarde van Griekse obligaties rapporteren, maar met zonniger taxaties werken. Dat betekent dat de waarde van hun bezittingen hoger wordt voorgesteld en hun verliezen kleiner uitvallen.

Hoogervorst waarschuwt hiervoor in een brief aan collega-toezichthouder Steven Maijoor, ook een oud-bestuurder van de Autoriteit Financiële Markten, die sinds kort de net opgerichte ESMA leidt – een instantie die Europese toezichthouders controleert. Hoogervorst schrijft zich er ‘bewust van te zijn’ dat zijn organisatie niet de bevoegdheid heeft om ondernemingen te dwingen zich aan de boekhoudregels houden. Maar volgens hem is het in beider belang dat de internationale boekhoudregels juist worden toegepast. ‘Hoewel we normaal gesproken geen uitspraken doen hoe onze regels toe te passen (...) zijn wij ervan overtuigd dat het goed is om dit onder je aandacht te brengen’, schrijft Hoogervorst in zijn brief.

In Nederland hanteren, voor zover bekend, alle banken de koersen van eind juni. Eureko, moeder van onder meer Achmea, Zilveren Kruis en Interpolis, maakte gisteren een verlies bekend van 48 miljoen euro op Grieks schuldpapier, eenderde van de waarde. ING, de financiële instelling met de meeste Griekse leningen van Nederland, heeft inmiddels 310 miljoen euro afgeschreven. ING heeft van alle Nederlandse financiële instellingen veruit de meeste leningen in mediterrane landen uitstaan. Het concern bezit 11,1 miljard euro aan obligaties uit Italië, Spanje, Portugal en Griekenland. ABN Amro heeft niets afgeschreven, omdat de bank geen Griekse staatsleningen bezit.

Banken, bijvoorbeeld in Frankrijk, die van de regels afwijken, berekenen hun verlies op basis van de voorstellen van Europese regeringsleiders om een tweede ronde steun aan Griekenland te geven. Het voorstel is om banken mee te laten betalen waardoor zij gemiddeld 21 procent op hun lening zouden verliezen. Dat percentage, en dus verlies, is aanmerkelijk lager dan de koersdaling van Griekse leningen in het afgelopen jaar.

De ironie is dat Nederlandse banken met het nieuwe steunprogramma voor Griekenland zicht hebben op winst op hun leningen. De private betrokkenheid waar het Nederlandse kabinet zo op hamerde, verzacht de pijn bij Nederlandse banken. Sterker, het is zelfs mogelijk dat winst wordt gemaakt op staatsleningen. Wie vrij recent instapte mag straks wellicht tegen hogere koersen de obligaties terugverkopen aan de Griekse overheid.

Voor directe leningen aan Griekse bedrijven gelden andere boekhoudregels, omdat deze minder goed verhandelbaar zijn. ABN Amro heeft voor 1,4 miljard euro aan Griekse bedrijven geleend. Deze leningen zijn wellicht 0,3 tot 0,5 miljard euro minder waard, maar omdat de schuldenaren keurig aan hun verplichtingen voldoen hoeft de bank hier (nog) geen verlies op te nemen.

    • Jeroen Wester