Bang? Op mij schieten ze vast niet

Al bijna een maand worden automobilisten beschoten op de snelweg, vooral in de regio Rotterdam. „Het zou wel heel toevallig zijn als ze net jou kiezen.”

Automobilisten langs de A15 bij Rhoon. V.l.n.r.: Ina Vlaming, Johan Dries, Tamara Bedeaux, Carlos Bastiaanse, Marcel van den Beemt. Fotograaf Bas Czerwinski kreeg vragen van de politie nadat hij was doorgereden naar de Heinenoordtunnel, waar meerdere schietincidenten hebben plaatsgevonden. Czerwinski parkeerde zijn auto op een parallelweg nabij de tunnel. De politie verscheen ter plaatse, en vroeg om zijn gegevens. "U begrijpt dat we alert zijn." Foto's Bas Czerwinski 31-08-2011, Barendrecht. A-15 Shell tankstation. Johan Dries. Foto Bas Czerwinski

Wie is er bang voor de snelwegschutter? Die vraag is relevant nu automobilisten op Nederlandse snelwegen al bijna een maand lang worden geteisterd door een of meer schutters. De eerste beschieting was op 7 augustus, nu zijn het er 37. De meeste zijn in de regio Rotterdam-Rijnmond. Gisteren, eergisteren en zondag was het weer raak. Geen van de inzittenden van de getroffen auto’s raakte gewond. De politie gaat ervan uit dat een luchtdrukpistool is gebruikt. Automobilisten horen een harde knal en dan sneuvelt de achterruit. Of zijruit. De rest van Nederland leest erover, of ziet tv-items.

Wie is er bang voor de snelwegschutter(s)?

Automobilisten hebben zo hun psychologische strategieën. Luister naar de bestuurders van personenwagens die deze morgen tanken bij Shellstation Portland langs de A15, tussen Rhoon en afslag Barendrecht. „De kans op een ongeluk is klein”, zegt Johan Dries (44). Dries rijdt regelmatig door de Heinenoordtunnel, waar verscheidene schietincidenten waren. „Ik volg het nieuws. Maar angst heb ik niet. Er wordt toch geschoten met een luchtdrukpistool.” Tamara Bedeaux (33), op weg van Spijkenisse naar Tilburg: „Het zou wel heel toevallig zijn als ze net jou uitkiezen. Ik betrek het niet op mezelf.” Carlos Bastiaanse (45): „Gisteren dacht ik er aan, toen ik op de autoradio hoorde over de laatste beschieting. Maar de gedachten zijn vluchtig. Het verandert mijn gevoel van veiligheid niet. Hoe groot is de kans dat ik een kogel in mijn nek krijg? Bovendien: geen enkele kogel is tot nu toe dodelijk geweest.”

Marcel van den Beemt (44), die van Vlaardingen naar Rotterdam IJsselmonde rijdt: „Ik weet dat er een schutter actief is. Maar onderweg denk ik niet: het kan míj gebeuren. Als ik daar op moet letten, heb ik helemaal geen rust meer.”

Anders dan in Washington (2002) of Malmö (2010) waar een scherpschutter actief was, lijkt autorijdend Nederland niet in de greep van de angst. Hoe komt dat? Natuurlijk, er zijn nog geen doden gevallen. En, zegt sociaal psycholoog Wilma Otten, „mensen zijn moeilijk uit hun dagelijkse leven te halen. We gaan uit van de situatie zoals die nu is, en veranderen die niet snel.” Psychologen spreken hier van de ‘status quo bias’: de menselijke voorkeur om de dingen te laten zoals ze zijn. Otten: „Bij grote rampen dringt het vaak ook langzaam door dat je bijvoorbeeld écht je huis moet verlaten.”

Lang beklijft het optimisme: de verwachting dat het onheil de eigen persoon zal overslaan. Dat optimisme is niet onrealistisch, in het geval van de snelwegschutter: de Nederlandse snelwegen zijn drukbereden.

De ‘status quo bias’ hangt samen met de weerzin tegen verlies. In dit geval het verlies van de auto als dagelijks vervoermiddel. „Dat is een sterke prikkel om niet te zwaar te tillen aan het gevaar van een snelwegschutter”, zegt psycholoog Niels van de Ven. „Die reactie zou anders zijn bij zwaar geschut.”

    • Ingmar Vriesema