Amnesty: Syrië martelt massaal in gevangenissen

In de afgelopen vier maanden zijn zeker 88 gevangenen in Syrië overleden. In minstens 52 gevallen is er bewijs dat „marteling of andere mishandeling het overlijden heeft veroorzaakt”. Dat heeft mensenrechtenorganisatie Amnesty International gisteren gezegd.

„Het aantal doden in de gevangenis heeft enorme proporties aangenomen, en lijkt een verlengstuk van dezelfde brute minachting voor leven die we dagelijk op straat in Syrië zien”, zei Neill Sammonds, de onderzoeker van Amnesty. Ter vergelijking: in de afgelopen jaren stierven er jaarlijks vijf mensen in Syrische gevangenissen.

De slachtoffers, allen mannen of jongens, werden opgepakt nadat de opstand tegen het regime van president Assad in maart begon. Ze zouden allemaal verdacht zijn van betrokkenheid bij protesten. De meeste voorbeelden in het rapport vonden plaats in de steden Homs en Deraa.

In het rapport staat het verhaal van Hamza Ali al-Khateeb, een 13-jarige jongen die op 29 april verdween tijdens een protest tegen de bezetting van Deraa en die later dood werd gevonden met zware verwondingen en een doorgesneden penis. Het rapport beschrijft ook de zaak van een arts uit Aleppo, wiens lichaam – gevonden langs de kant van de weg een paar dagen na zijn arrestatie – zwaar was verminkt. Zijn ribben, armen en vingers waren gebroken, zijn ogen waren uitgestoken en zijn genitaliën waren verminkt.

Amnesty heeft de VN-Veiligheidsraad opgeroepen om de situatie in Syrië door te verwijzen naar het Internationaal Strafhof in Den Haag, om een wapenembargo tegen Syrië in te stellen en de tegoeden van president Assad en zijn hoogste adviseurs te bevriezen.

De Verenigde Staten hebben gisteren nieuwe sancties tegen Syrië aangekondigd. Amerikanen mogen niet langer zaken doen met de Syrische minister van Buitenlandse Zaken en twee andere hoge regeringsfunctionarissen. Ook worden eventuele tegoeden die Syrische functionarissen hebben in de VS, bevroren. (AP)