Aanval op het blauwehemeldenken

Al vanaf zijn vroegste jeugd is Kester Freriks een wolkenliefhebber. Volgens hem was de afgelopen zomer zeker niet overbewolkt.

A woman jogs as storm clouds gather in the sky over Havana's seafront boulevard 'el Malecon" July 11, 2011. REUTERS/Desmond Boylan (CUBA - Tags: SOCIETY ENVIRONMENT CITYSCAPE) REUTERS

Wolken zijn de stiefkinderen van een zonovergoten zomerse dag met strakblauwe hemel. Hoe vaak hebben mensen deze zomer niet met afkeer omhoog gekeken naar loodgrijze wolken, de zogenaamde nimbostratus, een grijze deken waaruit het regent, regent en regent.

Hoeveel onrecht wordt wolken niet aangedaan! Boven Nederland koepelen de prachtigste wolkenluchten, maar weinig mensen hebben er oog voor. Het begrip „wolkenspotter” is niet echt in ons taalgebruik doorgedrongen. Wolken vormen de zetels van de goden, het zijn de kunstwerken van het uitspansel. Liggend op mijn rug kan ik urenlang naar voorbijtrekkende wolken kijken, hoe ze veranderen, oplossen in het niets, wegzeilen over de einder, dichter opeenpakken als torenhoge stapelwolken totdat er regen, onweer en bliksem uit voortkomt.

Hoe bewolkt een dag ook kan zijn, vergeet de wolken niet. Het meest opwekkende boek hierover is De wolkengids van de Britse cloudspotter Gavin Pretor-Pinney. Zijn boek is een aanval op het ‘blauwehemeldenken’ van de zonverslaafden. Dat hij de zeventiende-eeuwse barokschilder Jacob van Ruisdael met zijn Gezicht op Haarlem „geniaal” noemt en de eerste schilder die „levensechte wolken” in zijn werk introduceert, is niet zomaar een geste. Nederlandse schilderkunst is geboren uit de wolkenluchten en de reflectie van zonlicht op de wolken. Fotografie mogen we niet veronachtzamen. In Hollandse wolkenluchten. Een onvergelijkbaar schouwspel toont wolkenkenner Harry Otten ons de schoonheid van het „plaveisel van de hemel”, zoals Pretor-Pinney wolken noemt. De expositie Zó Hollands in De Hallen, Haarlem, over het Hollandse landschap in de schilderkunst, is vooral een loflied op de Nederlandse wolk. In alle vormen zijn ze afgebeeld, realistisch en abstract, als streepjes, lijnen, vegen. In goud, geel en loodgrijs.

Een wolk bestaat goeddeels uit water. Dát zal de reden zijn van de gespannen verhouding tussen de Nederlander en zijn wolkenschappen. Ten onrechte. De Latijnse namen zijn op het eerste gezicht ingewikkeld, maar wie eenmaal het onderscheid heeft kunnen maken tussen lage wolken (cumulus), middelhoge wolken (altocumulus) en hoge wolken (cirrus), en het fascinerende aantal variaties, komt dicht bij een ereplaats onder de cloudspotters. Het paradoxale aan wolken is dat ze de geliefde zon voor ons wegnemen, maar het is dankzij wolken dat we de zon ongehinderd kunnen waarnemen. Nooit is de zon mooier dan verscholen achter een nevelachtige wolkenlaag (stratus) of achter helwitte bloemkoolwolken met een zilverrand erlangs. Maar de allermooiste wolken zijn de loodgrijze onweerswolken, donker, dreigend, elk ogenblik kan het gaan hozen of hagelen. Dan openbaart een wolk zich niet alleen in al zijn schoonheid, maar ook in zijn volle kracht. Want wolken zijn verschijnselen waarin zich reusachtige krachten voordoen. Elektriciteit. Turbulentie. Energie.

Kijk naar wolken, lees erover, probeer ze aan de hand van een gids te identificeren, en nooit zal een zomer meer overbewolkt zijn.

Wolkenliefhebbers verenigen zich op cloudappreciationsociety.org