Wij verhuren zelfs Tiroler jurken in maat 54

Driekwart van Nederland is platteland, een op de drie Nederlanders woont er. Daarom deze zomer de wereld van het dorp Opende. Vandaag: het bedrijf dat kostuums verhuurt.

Nederland - Opende - ( Groningen ) - 04-07-2011 Bert Eringa van Eringa kledingverhuur, op de achtergrond zijn dochter. Foto: Sake Elzinga

Aan de rand van Opende, op de grens met buurdorp Kornhorn, huist het grootste kostuumverhuurbedrijf van Nederland. In de etalage danst een Afrikaanse medicijnman, luipaardstaarten om zijn middel. Een Azteekse hogepriester kijkt peinzend toe.

In dit pand vestigde Gerard Eringa zich in 1957 als kleermaker. Hij naaide zondagse pakken en uniformen voor het plaatselijk muziekkorps. Tot de opkomst van de confectie-industrie in de jaren zestig. Toen stapte hij over op verhuur van rokken, smokings en jacquetten. Van het een kwam het ander. De collectie kleding dijde uit.

Waar vroeger de bedstee was, liggen de pruiken. In de vroegere woonkamer hangt galakleding voor dames. Schotse kilten en holbewonerspakken vullen de ruimte waar vroeger de slaapkamer van zijn ouders was. Bert Eringa leidt rond door het labyrint van 37 kamers waar hij elk pak feilloos weet te vinden. Zeker 18.000 stuks.

Elk vertrek heeft zijn eigen thema. Hier: Middeleeuwen. Daar: Charles Dickens. Ook: Balkan, dierenpakken van katoen, dierenpakken van bont, prinsessenjurken. Legeruniformen, naaktpakken, bekende figuren, zoals tante Es, Jomanda en de Toppers. Er komt geen einde aan.

Telefoontje van een supermarkt. De nieuwe haringen zijn binnen. Natuurlijk heeft Bert een Volendammer pak.

Nog een telefoontje. „Het gouden pak van die ene nachtwacht op dat schilderij van Rembrandt? Geen probleem. Het pak van Rembrandt zelf kan ook.”

Bert Eringa was nooit van plan in het bedrijf van zijn vader Gerard te komen. Het liep niet tussen die twee. Bert deed de lts: metaal. Kleermaken liet hem toch niet los. Hij werd chef van een naaiatelier.

Het was het jaar 2001. Het kledingverhuurbedrijf verslofte. Tegen de komst van de euro zag zijn vader huizenhoog op. Bert heeft de zaak toen toch overgenomen. Op voorwaarde dat hij eigen baas zou zijn.

Hij begon meteen op te ruimen en weg te gooien om overzicht te krijgen. Zijn vader verweet hem dat hij de zaak naar de donder hielp. De zaak is juist opgebloeid. Dat ziet zijn vader nu ook wel. Hij woont een paar huizen verderop.

Straks komt een groep leraren „sprookjesfiguren passen”. Voor een vossenjacht. Assepoester, Hans en Grietje hangen al klaar.

Vooraan in de winkel staan rekken met kleding uit de jaren 50, 60, 70, 80. Die laatste loopt op het moment het beste. „Schoentjes, tasjes, petticoats. Wij kleden mensen voor zo’n themaparty helemaal aan.”

Feestvierders komen van verre naar Opende. Bert Eringa snapt dat wel. „Het is hier gratis parkeren. We zitten twintig minuten van de stad Groningen. Zo’n aanbod vind je nergens. Zelfs Tiroler jurken, maat 54. Wat we niet hebben, dat maken we zelf.” En: „Klanten winnen prijzen met onze pakken. Laatst nog: ‘Mister Oosterwolde’. Van praat komt praat.”

Dick Wittenberg