Waar is het eurokompas van het kabinet?

Het kabinet-Rutte dobbert stuurloos op de golven van de eurocrisis. De premier wekte na de Europese Raad van 21 juli verwarring met een „niet handige rekensom”. De Duitse bondskanselier Merkel en de Franse president Sarkozy decreteerden in een bilateraal onderonsje alvast ‘oplossingen’, terwijl de Finnen Nederland verrasten met een pecuniaire waarborg voor steun aan Griekenland. Het kabinet was de kluts kwijt.

De staatssecretaris van Europese Zaken, Ben Knapen (CDA), wees in zijn journalistieke loopbaan steevast op de noodzaak van ‘politieke regie’. Die vraag kan hij nu zichzelf stellen: er was van alles, behalve regie. Finland bedong op 21 juli een waarborg van Griekenland. Toen die bekend werd, reageerde het kabinet verward. De deal mocht niet en was zelfs slecht, maar als de Finnen een waarborg kregen, dan Nederland ook. Waarom was het kabinet overdonderd? In de brief aan de Kamer stelde het „van technische onderhandelingen tussen Finland en Griekenland op de hoogte te zijn”. De Duitse minister van Financiën, Wolfgang Schäuble, voerde vanaf zijn regenachtige vakantieadres telefoongesprekken over de waarborg. „Finland heeft binnenlands politieke problemen en soms moet je elkaar een beetje helpen”, zei hij in de Welt am Sonntag van 21 augustus. Nederland heeft die problemen ook, maar bedong niets. Het schoot daarentegen de ‘waarborg in cash’ af. Finland zoekt intussen een andersoortige waarborg. Wil Nederland ook iets, of niets?

Waar is het Nederlandse kompas? Europese politiek is Chefsache geworden; een zaak van regeringsleiders nadat het integratiecentrum verschoof van de Europese Unie met 27 naar de eurozone met 17. Door de monetaire unie, en vooral de eurocrisis, staat de eurozone voor fundamentele keuzes. De tien niet-eurozoneleden binnen de EU observeren het proces met opluchting, zoals de Britten, Zweden en Denen, die hun nationale munt behielden. Een regeringsleider in de eurozone kan zich geen missers veroorloven. Dat merkte premier Rutte.

In een Europese Raad van de 27 EU-lidstaten heeft Rutte bondgenoten, zoals de Britse premier David Cameron. Beiden hebben dezelfde filosofie over de Europese begroting. De Britse voorbereiding is goed; het tactische spel uitgekookt. Een Britse premier die thuiskomt met de opmerking in Brussel een ‘onhandige rekensom’ te hebben gemaakt, wordt in het Lagerhuis geradbraakt. Rutte heeft een bondgenoot aan Cameron die voor zijn onderhandelingspositie steun zoekt bij EU-landen in Noord- en Oost-Europa. Londen staat nooit alleen.

In een top van de eurozone is Ruttes uitgangspositie anders. Duitsland en Frankrijk zijn de baas; de permanente voorzitter van de Europese Raad, Herman Van Rompuy, hun zetbaas. Er is geen Cameron. Nederland behoort tot de zes ‘rijke landen’ (met Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk, Luxemburg en Finland) met een AAA-status op de obligatiemarkt. Duitsland is de natuurlijke bondgenoot. Nederland zegt vaak openlijk wat Berlijn denkt, maar niet durft te zeggen. Maar toch, als het erop aankomt spant Frankrijk Duitsland voor zijn politieke agenda, zoals tijdens de top Merkel-Sarkozy. Duitsland is mentaal zwak; de Fransen zijn gehaaid. Luxemburg steunt Parijs en Oostenrijk volgt Duitsland. Uiteindelijk staan Nederland en Finland, met hun ‘binnenlandspolitieke probleem’, in een ongemakkelijk isolement. Finland beseft dat; Nederland niet.

Ruttes probleem in de eurozone is structureel: hij staat alleen. Hij is bovendien nieuw onder regeringsleiders en het opbouwen van gezag vergt tijd. Die tijd dringt. Merkel en Sarkozy vinden dat de EU moet beslissen tot de invoering van een financiële transactietaks en ook een EU-tarief voor de vennootschapsbelasting. Schäuble daarover: „Als de financiële transactietaks niet lukt in de EU van 27, dan maar in de eurozone.” Die taks wordt vaak gerechtvaardigd als ‘middel tegen speculatie’: een vakkundige drogreden. Berlijn en Parijs zien de transactietaks als een cash cow, maar riskeren daarbij financiële dienstverlening uit de eurozone te jagen. Een schot in eigen voet. Hetzelfde geldt voor een EU-tarief in de vennootschapsbelasting dat – na een Frans-Duits opzetje – ook in de eurozone zal worden beslist. In Frankrijk ligt het tarief op 35 procent, veel hoger dan in Nederland. Een hoog tarief is funest voor het investeringsklimaat van een kleine handelsnatie. Wederom zit Rutte klem.

In het Kamerdebat van 17 augustus zei Rutte dat EU-landen hun begrotingsafspraken moeten nakomen. Logisch. De Europese Unie ontwierp een toezichthoudend systeem met ‘semi-automatische sancties’ tegen landen die hun begroting laten ontsporen. Het is de vraag of dit toezicht werkt: niet regelgeving maar naleving is het grootste systeemgebrek van de EU. Bovendien gaan de markten sneller dan Europese beleidsvorming. Nederland tekende voor een monetaire unie; niet voor een schuldenunie. Maar sluipenderwijs dreigt de monetaire unie een schuldenunie te worden: steeds minder kredietwaardige landen moeten opdraaien voor steeds meer landen die onkredietwaardig zijn. Een schuldenunie via euro-obligaties gijzelt Nederland en laat Griekenland, Italië, Spanje en Portugal de keuze regels na te leven, of niet, want voor hen is de euro intussen een pinautomaat met onbeperkt krediet. In dat glijdend proces staat Rutte voor het blok: dwarsligger met opt-outs of burgemeester in oorlogstijd. Premier, uw kompas?