Verrukkelijke vruchtenvlaaien

Op vakantie in het mooie, heuvelachtige zuiden van Limburg zie ik mij geconfronteerd met het verschijnsel vlaai. Ik ben nooit een groot liefhebber geweest, maar als ik in de theetuin naast mijn huurhuis een verse vlaai met pruimen krijg geserveerd, is mijn interesse ineens gewekt. Hij komt van bakkerij Vermeeren, sinds 1895 gevestigd aan de

Op vakantie in het mooie, heuvelachtige zuiden van Limburg zie ik mij geconfronteerd met het verschijnsel vlaai. Ik ben nooit een groot liefhebber geweest, maar als ik in de theetuin naast mijn huurhuis een verse vlaai met pruimen krijg geserveerd, is mijn interesse ineens gewekt. Hij komt van bakkerij Vermeeren, sinds 1895 gevestigd aan de Dorpsstraat in Slenaken.

Ralph en Mariëlle Vermeeren behoren tot de vierde generatie die de bakkerij (annex dorpswinkel, annex postkantoor, annex toeristisch informatiecentrum) bestieren en ze willen deze vlaaien-leek uit de Randstad best wat meer vertellen over hun taarten. In een enorme vitrine staan ze prachtig te wezen. Kersen- en abrikozenvlaaien met het kenmerkende rasterpatroon bovenop, vlaaien met custardvulling, seizoensvlaaien met pruimen en bosbessen en hun persoonlijke favoriet: de rijstevlaai, gemaakt met melk van de koeien van Mariëlles ouders.

Trots laten ze de bakkerij zien waar in de nacht voor een druk zomerweekend zo’n 900 vlaaien worden gebakken. Met de Paasdagen piekt dat naar 1.200. Ja, het is hard werken. Ralph bakt zes nachten per week van half 11 tot ’s morgens vroeg. Veel mensen zeggen dat hij mee moet met de tijd en op zondag open moet gaan, maar daar begint hij niet aan. „Ik wil m’n kinderen ook nog wel eens zien.”

Als ik nou straks thuis in de Randstad zelf een vlaai wil bakken, hoe pak ik dat dan aan? Een recept krijg ik niet, maar Ralph raadt me aan om te beginnen met een linzenvlaai, die heeft een simpel appeltaartachtig deeg. Een vlaai van gistdeeg lukt een stuk beter als je een speciale rijskast hebt zoals hij, met de ideale temperatuursomstandigheden.

Zorg dat je vulling niet te koud is als je ’m op het deeg legt. En dat je oven goed heet is. Dan zal het best lukken. Hij geeft me nog een appel-amandelvlaai mee en als ik het hem niet kwalijk neem, gaat hij nu naar bed. Vannacht moet hij weer 900 vlaaien bakken.

Zeef het bakmeel, de basterd- en de vanillesuiker met een snufje zout, doe de boter en het ei erbij en kneed het tot een mooi deeg. Laat dit in de koelkast een uurtje rusten. Was, halveer en ontpit de pruimen. Haal het deeg uit de koeling, rol het uit op uw met bloem bestoven aanrecht en bekleed er een flinke, lage taartvorm mee. Leg de pruimen in een mooi patroon op het deeg – halveer ze eventueel nogmaals – en zet de taart veertig minuten in de oven (175 graden).

Bestrooi ’m als ie nog warm is met een paar eetlepels rietsuiker en laat de taart goed afkoelen. Laat ’m bij voorkeur een dagje staan voordat u ’m opeet, want daar wordt een vlaai nóg lekkerder van.

Pruimenvlaai

200 gr zelfrijzend bakmeel

100 gr basterdsuiker

100 gr boter in stukjes

1 ei

zakje vanillesuiker

±1 kilo pruimen

3 el rietsuiker

    • Roos Ouwehand