Taak politiemissie Kunduz blijft de coalitie beproeven

De Nederlandse politiemissie in Kunduz is nog niet echt begonnen, maar de broze politieke steun, cruciaal voor de coalitie, wordt al steeds op de proef gesteld.

Dat de papieren werkelijkheid van Den Haag nog steeds niet helemaal lijkt te sporen met de praktijk in de Afghaanse provincie Kunduz, blijkt deze week opnieuw.

Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal (VVD) voelde zich gisteren gedwongen te reageren na berichten dat Afghanen een andere politiemissie voor ogen hebben dan de Nederlandse regering. Ditmaal was het de hoogste politiecommandant in Kunduz die zich tegenover nieuwszender RTL liet ontvallen dat Afghaanse politieagenten, opgeleid door Nederland, wel degelijk mogen vechten tegen de Talibaan.

Rosenthal herhaalde de officiële visie: „De Nederlandse regering heeft met de Afghaanse autoriteiten afgesproken dat door Nederland getrainde politieagenten ingezet worden voor civiele taken, zoals beschreven in de Afghaanse Nationale Politie Strategie. De door Nederland op te leiden politie wordt dus niet ingezet voor offensieve militaire acties.”

Rosenthal wil koste wat kost onzekerheden over het doel van de missie wegnemen. Immers, de coalitie heeft zich voor de missie ternauwernood verzekerd van de steun van de oppositie. Bij gebrek aan het fiat van gedoogpartner Wilders – en van grootste oppositiepartij PvdA – zochten regeringspartijen VVD en CDA begin dit jaar steun bij GroenLinks, ChristenUnie en D66.

Om de partij met de meeste aarzelingen te overtuigen, GroenLinks, deed het kabinet de ene na de andere toezegging. De belangrijkste: door Nederland opgeleide agenten zouden niet worden ingezet voor (para-)militaire taken. Daarvoor was een schriftelijke toezegging van de Afghaanse regering nodig. Voor het pacifistische deel van GroenLinks was dat essentieel, maar hoe broos de steun is blijkt uit het feit dat Kamerlid Ineke van Gent – ex-lid van de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP) – alsnog tegenstemde.

Meteen werd echter duidelijk hoe moeizaam het Haagse compromis zich verhoudt tot de Afghaanse werkelijkheid. In Afghanistan woedt immers een oorlog. Eind januari berichtte NRC Handelsblad op basis van uitgelekte diplomatenpost dat de provincie Kunduz steeds verder afgleed. Al een dag nadat een Kamermeerderheid akkoord was met de missie, zeiden betrokkenen in Kunduz tegen deze krant dat politieagenten slechts nuttig zijn als ze gaan vechten.

En zo gaat het door: in maart kwam de politiecommandant in Kunduz om bij een aanslag; deze maand bleken politietrainers niet het juiste materiaal te hebben, en vandaag herhalen Afghaanse burgers in de Volkskrant dat ze de buitenlanders niet vertrouwen en dat de politie maar één taak moet hebben: vechten tegen de Talibaan.

Het roept de vraag op hoe stevig de steun voor de missie is, als blijkt dat de politie ook vecht. Zal GroenLinks steun dan weer intrekken? Zo ja, vervalt de missie dan? Zover is het nog lang niet, reageert een GroenLinks-woordvoerder. „Het moge duidelijk zijn dat de Afghaanse politie andere taken heeft dan de Nederlandse politie, en dat was altijd bekend bij ons.”

De heikele steun voor de missie heeft echter geen invloed meer op de legitimiteit, zegt hoogleraar staatsrecht Douwe Jan Elzinga. „Een beetje recht bestaat niet; deze missie heeft 100 procent legitimiteit.” Maar er bestaat ook zoiets als informele legitimiteit. Elk gelost schot zal de achterban van GroenLinks doen opschrikken, laat staan wat er gebeurt bij eventuele Nederlandse slachtoffers. De grens voor GroenLinks kan in zicht komen, zie de op het partijcongres aangenomen motie van treurnis.

De vorige missie, in Uruzgan, liet zien hoe snel politieke steun kan wegsijpelen. De wederopbouwmissie werd meer een vechtmissie, verloor de steun van regeringspartij PvdA, en leidde in februari 2010 tot de val van het kabinet.

Commentaar: pagina 2

    • Huib Modderkolk