Sirenesignaal via je radio, briljant!

Hulpdiensten ondervinden hinder van automobilisten die hun sirenes niet opmerken.

Een alternatief systeem, Flister, komt niet van de grond. Hoe kan dat?

Hulpdiensten toonden zich blij, maar Flister bleek een knuffelinnovatie.

De gouverneur van Sint Petersburg laat zich graag met loeiende sirenes door de stad naar zijn kantoor vervoeren. Maar de laatste tijd doet hij dat in alle stilte. Behalve voor automobilisten die voor zijn dienstauto rijden. Zij horen de sirenes via hun autoradio, en wijken uit. De gouverneur is blij, hij kan rustig doorwerken tijdens zijn snelle rit zonder het geloei van de sirene van zijn eigen auto te horen.

De gouverneur experimenteert met de Nederlandse vinding Flister. De twee ondernemers Eric Geelhuysen en Toine van Buul kwamen in 2005, tijdens een lunch op een Amsterdams terras, op het idee om een speciaal apparaatje voor hulpdiensten te maken.

Het idee is simpel. Auto’s zijn steeds geluiddichter geworden, geluidsinstallaties steeds beter. Daardoor horen automobilisten sirenes vaak niet meer en komen ambulances, brandweerauto’s en politiewagens niet meer snel door het verkeer.

Geelhuysen en Van Buul bedachten als oplossing: bouw een kastje in de hulpvoertuigen waarmee ze kunnen inbreken op de frequenties van de radiozenders. De automobilisten die rijden in de buurt van de hulpvoertuigen en hun autoradio aan hebben, staan horen dan vijf seconden de sirenes via hun autoradio, tijd genoeg om aan de kant te gaan.

Hulpdiensten toonden zich blij. Politici steunden het initiatief via moties in de Tweede Kamer. Kranten en televisie wijdden er positieve stukjes en items aan. Van de brandweer in Parijs tot de politie in Qatar is er belangstelling. De Nederlanders werden gebeld om mee te doen aan innovatieprijsvragen. Flister was een knuffelinnovatie.

Nu is de euforie voorbij. Radiozenders weigeren mee te werken en dreigen met schadeclaims tegen de overheid. Die krabbelt terug. Geelhuysen en Van Buul wachten na zes jaar nog op de eerste order. Buitenlandse belangstellenden begrijpen niet dat zij op hun thuismarkt geen opdracht krijgen. En een concurrent probeert met een ander systeem dezelfde markt te veroveren.

De tijd dringt voor de ondernemers, die na zes jaar wel klaar zijn met het steken van hun spaarcenten in dit avontuur. In hun kantoor in Almere, in een bedrijvenpark dat vooral opvalt door de vele borden ‘Te Huur’ – „maar het is hier goedkoop en goed bereikbaar” – groeit hun ongeduld.

Hoe liep dit innovatieve bedrijf vast? Terug naar die zonnige middag op het Amsterdamse terras. Geelhuysen en Van Buul werken dan nog bij Zenitel, een bedrijf dat communicatieapparatuur levert. Ze zoeken een eigen avontuur. „Wij waren niet de eersten met dit idee. Maar het is technisch moeilijker uitvoerbaar dan je zou denken. Twee technici die we kenden, hebben het voor ons ontwikkeld”, vertelt Van Buul. Een producent vinden ze ook, ProDrive in Eindhoven, die ook voor hoogtechnologische bedrijven als Philips en ASML produceert.

Dat een technische vinding niet voldoende is voor commercieel succes, realiseren ze zich van meet af aan. Om draagvlak te creëren richten ze een stuurgroep op met daarin vertegenwoordigers van Binnenlandse Zaken, Ambulancezorg Nederland, politie en brandweer.

Van de Vereniging van Commerciële Radio-exploitanten (VCR) krijgen ze in 2008 een bemoedigende e-mail. De vereniging schrijft dat „de radiostations verenigd in de VCR het een prima idee vinden en aan het experiment willen meewerken, ervan uitgaande dat ook de publieke radiozenders dat zullen doen”.

In Sander de Rouwe van het CDA vinden ze een Kamerlid dat zich hard wil maken voor Flister. „Ik had bij hulpdiensten gezien hoe moeilijk het is om door het verkeer heen te komen. Flister vroeg niet om geld, men had toestemming nodig om in te mogen breken op de frequenties van radiozenders. Daar kan alleen de overheid voor zorgen.”

De Rouwe kaart Flister aan bij zijn collega’s in de Kamer en bij minister Eurlings (Verkeer en Waterstaat). Het resulteert in een kleinschalig experiment met twee ambulances in het noorden van het land, snel gevolgd door een grotere proef in 2009 met veertig systemen in zieken-, brandweer- en politiewagens door heel Nederland. Het ministerie betaalt. Doel is om uit te zoeken of met Flister de verkeersveiligheid in gevaar komt. Nee, is het antwoord. Eurlings geeft in mei 2010 groen licht voor verdere invoering.

De hulpdiensten zijn enthousiast. Met een overheidssubsidie van 20.000 euro onderzoekt TNO voor Flister hoe de in de proef ondervonden nadelen kunnen worden weggenomen. „TNO is er zo trots op dat men er zelfs mee op beurzen gaat staan”, zegt Geelhuysen.

Maar dan stuurt staatssecretaris Ank Bijleveld (Binnenlandse Zaken) in september 2010 een brief naar de Tweede Kamer, waarin ze aangeeft dat het kabinet geen vergunning wil verlenen om in te breken op de radiofrequenties. Het onderzoek van Verkeer en Waterstaat had volgens haar uitgewezen dat bij gebruik van Flister de aanrijtijden van de hulpvoertuigen niet afnemen en de radio-ontvangst onder niet-weggebruikers teveel verstoring ondervindt.

Einde oefening? Nee, dat niet. De Rouwe kaart het opnieuw aan in de Kamer en dient een motie in. Hij vraagt aan minister Schultz van Hagen (Verkeer en Waterstaat) om invoering van Flister vóór de zomer van 2011 mogelijk te maken zonder dat de overheid er zelf aan meebetaalt. De motie wordt met ruime meerderheid aangenomen. Er is een wetswijziging nodig die alle zendgemachtigden op de FM-band verplicht kortstondige onderbrekingen toe te staan.

De publieke omroepen laten eind maart weten dat ze „graag” willen meewerken, als het systeem beperkt blijft tot ambulances én als ook de commerciële omroepen meedoen. Maar die liggen dwars. Zenders als Sky Radio en Veronica (van de Telegraaf Media Groep) hebben net een verlenging van de vergunningen voor gebruik van de etherfrequenties gekregen en daar miljoenen euro’s voor betaald. Zij willen niet dat daar zomaar inbreuk op wordt gemaakt.

De domper voor Flister komt vlak voor de Kamer met reces gaat. Op 21 juni meldt minister Schultz van Hagen dat ze de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie heeft verzocht om Flister mogelijk te maken, maar wel zo dat de commerciële omroepen worden uitgezonderd van deelname. Ze vreest schadeclaims uit die hoek.

Prompt trekken de publieke omroepen per brief van NPO-voorzitter Henk Hagoort „de voorwaardelijke steun” in, omdat de commerciëlen niet meewerken. Ook Hagoort dreigt met schadeclaims en schrijft bovendien dat „de technologie van Flister inmiddels is achterhaald”, omdat „er een innovatieve vorm van alarmering van de automobilist is ontwikkeld, genaamd BlauwBlauw”.

Inderdaad timmert ook deze concurrent aan de weg, met een eigen Kamerlid, VVD-politicus Charly Aptroot, als voorvechter. BlauwBlauw is al in 2003 ontwikkeld door uitvinder Hans van der Made. Hij ontwikkelde een ledlampje dat automobilisten onder hun achteruitkijkspiegel kunnen plakken. Ambulances kunnen met een kastje een signaal naar dat lampje sturen, waardoor vijf lichtjes gaan flikkeren om de automobilist te waarschuwen.

Van der Made dringt, met steun van Aptroot, aan op een eigen proef met BlauwBlauw. CDA’er De Rouwe wil daar verder niet op ingaan. Hij vindt dat de hulpdiensten moeten zelf beslissen aan welk systeem ze de voorkeur geven. BlauwBlauw heeft volgens hem geen steun nodig.

Geelhuysen en Van Buul vestigen hun hoop nu op het buitenland. Deze maand reizen ze naar Abu Dhabi, waar de politie graag gebruikmaakt van een mogelijkheid die in Nederland niet gebruikt zal worden. Via een microfoon kan de politieagent de automobilist die voor hem rijdt rechtstreeks toespreken. Maar het gebrek aan voortgang in Nederland frustreert ook hun buitenlandse kansen. „Het wekt argwaan als je je innovatie op je thuismarkt niet kunt slijten.”