Oppositie wil dat Shell vertrekt uit Syrië - Shell wil sancties afwachten

Oppositiepartijen willen dat Shell vertrekt uit Syrië, maar Shell wacht liever eventuele EU-sancties tegen het land af. Foto Reuters / Morteza Nikoubazl

De Nederlandse oppositie vindt dat Shell zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid moet nemen in Syrië en de activiteiten daar moet staken. Later vandaag volgt een gesprek tussen leden van de Tweede Kamer en Dick Benschop, president-directeur van Shell Nederland B.V.

Waarschijnlijk wil Shell echter wachten op Europa; vrijdag vindt een bijeenkomst plaats waarbij de ministers van Buitenlandse Zaken van EU-lidstaten eventuele sancties tegen het land bespreken.

Shell is een van de belangrijkste investeerders in Syrië, waar al maanden onrust heerst omdat president Assad de betogingen van de bevolking gewelddadig neerslaat. De Verenigde Naties meldden vorige week dat het totaal aantal doden sinds de opstand in Syrië begon is opgelopen tot 2.200.

In De Volkskrant van vanmorgen stelt D66-leider Alexander Pechtold dat het bedrijf alle banden met het land moet verbreken. Shell heeft “meer macht dan de politiek”, zegt hij, want “zo’n 95 procent van de Syrische olie die geëxporteerd wordt, gaat naar Europese raffinaderijen, met name in Nederland, Groot-Brittannië, Frankrijk en Italië.”

Toch zal het waarschijnlijk aankomen op de bijeenkomst van aanstaande vrijdag, zegt politiek redacteur van NRC Handelsblad Pieter van Os:

“‘Tanks van Assad rijden op diesel van Shell’, zegt Kamerlid Harry van Bommel (SP). Hij meent dat als Shell de activiteiten in Syrië opschort, de EU-sancties ‘veel dichterbij komen’. Ook PvdA, D66, GroenLinks en de Partij voor de Dieren zullen vanmiddag een moreel appel doen op Shell om zich terug te trekken uit Syrië. Shell wil daarentegen wachten op een Europese boycot van het regime van Assad.”

Het gewicht lijkt dus op aankomende vrijdag te liggen, wanneer het onderwerp hoogstwaarschijnlijk weer ter sprake komt. Van Os:

“Of de lidstaten dan tot een beslissing komen, blijft onduidelijk. De besluitvorming verliep tot nu toe uiterst moeizaam. De Nederlandse inzet is duidelijk, zo bevestigt een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken: Europese bedrijven zouden geen Syrische olie meer mogen afnemen.”

    • Peter Zantingh