Nederland steunt olieboycot Syrië in Europees verband

Nederland zal zich in Europees verband blijven inspannen voor een olieboycot van Syrië. In dat land heeft het bewind van president Assad in de laatste maanden vermoedelijk duizenden slachtoffers gemaakt onder haar tegenstanders. In massale demonstraties uiten zij hun onvrede met de president en zijn regering.

Op een informele bijeenkomst van ministers van buitenlandse zaken van EU-lidstaten, komende vrijdag in het Duitse Gymnich, zal het onderwerp weer ter sprake komen. Of de lidstaten dan tot een beslissing komen, blijft onduidelijk: de besluitvorming verliep tot nu toe uiterst moeizaam. De Nederlandse inzet is wel duidelijk, zo bevestigt een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken: Europese bedrijven zouden geen Syrische olie meer mogen afnemen.

De buitenlandspecialisten van de Tweede Kamer breken vandaag het zomerreces af om vanmiddag achter gesloten deuren te praten met Shell-topman Dick Benschop over een olieboycot van Syrië. De linkse oppositiepartijen zullen in dat gesprek een moreel appel doen op Benschop en Shell om uit eigen beweging alle activiteiten in Syrië te staken. „De tanks van Assad rijden op de diesel van Shell”, zegt Kamerlid Harry van Bommel (SP). Ook D66 meent dat Shell een van de steunpilaren van het regime is.

Van Bommel verwacht dat als Shell de activiteiten in Syrië opschort, de EU-sancties „veel dichterbij komen”. Ook PvdA, D66, GroenLinks en de Partij voor de Dieren zullen Benschap vanmiddag vragen om zich terug te trekken uit Syrië. Shell wil daarentegen wachten op een Europese boycot van regime van Assad. De regeringspartijen trokken tot nog toe dezelfde lijn.

Van Bommel verwacht overigens niet dat Benschop vanmiddag van positie zal veranderen. Dat betekent dat Benschop vanmiddag tegenover zijn eigen partij (PvdA) komt te staan. Benschop was staatssecretaris Europese Zaken in het tweede kabinet Kok. Sinds mei dit jaar is hij president-directeur bij Shell Nederland.