Met de lift? Enger dan je denkt

Liften moeten periodiek worden gekeurd.

Maar hoe veilig is het als het onderhoudsbedrijf zelf opdrachtgever is? De Arbeidsinspectie slaat alarm.

Inspectie van de lift in een flat aan het Zernikehof in Badhoevedorp. Foto Olivier Middendorp Badhoevendorp 27-08-2011. Liftinspectie in flats Zernikehof in Badhoevendorp. Foto: Olivier Middendorp

Met een zaklampje schijnt liftinspecteur Marco Mensink langs de vettige kabels van één van de liften in het Haagse appartementencomplex Château Bleu. Mensink staat bovenop de lift, in de schacht, en laat de kooi vanaf de vijfde verdieping steeds een stukje de diepte in zakken. Steekproefsgewijs controleert hij de vier kabels waar de lift aan hangt.

Als Marco Mensink een klein, bijna onzichtbaar horizontaal streepje op één van de kabels vindt, gaan zijn ogen glimmen. Hij poetst met zijn werkhandschoenen het vet aan de kant: „Hier zit een heel breukennést.”

Een liftinspecteur moet precies zijn, zegt Marco Mensink. Nooit gemakkelijk worden. Want dat is een groot gevaar. Risico twee, abstracter, maar gevaarlijker, is dat de inspecteur zich kan laten beïnvloeden door de monteur die bij de liftcontrole assisteert. Die monteur komt vaak van het bedrijf dat de lift onderhoudt, en heeft daarmee belang bij een goede uitslag van de keuring. „Vindt een monteur het niet leuk dat ik een probleem constateer? Dat is dan jammer, ik schrijf het gewoon op.”

Het klinkt logisch: een onafhankelijke deskundige die vaststelt of een lift veilig is. Zo staat het ook in de wet: keuringsinstanties moeten onafhankelijk opereren van partijen die belang hebben bij de keuring. De slager mag zijn eigen vlees niet keuren.

Maar de praktijk is niet altijd zo zuiver. Vier van de zes bedrijven die van de overheid de 84.000 liften in Nederland mogen keuren, zijn voor het grootste deel van hun omzet afhankelijk van de liftonderhoudsbedrijven. Dat werkt bijvoorbeeld zo: die onderhoudsbedrijven doen het liftonderhoud voor een kantoorpand. Storingen, deuren die klem zitten, knopjes die niet werken – werk voor het onderhoudsbedrijf. Die onderhoudsbedrijven bieden steeds vaker aan er ook voor te zorgen dat de lift op tijd wordt gekeurd. Zíj worden op die manier opdrachtgever van de keurder, in plaats van dat kantoorpand of bejaardenhuis waarin de lift hangt. En dat kan problemen opleveren. Want wie betaalt, bepaalt.

Of, zoals de Arbeidsinspectie in haar vertrouwelijke nota van bevindingen over de keuringsinstanties schrijft: „Iedere organisatie die voor haar omzet in belangrijke mate afhankelijk is van één klant, zal die klant niet willen verliezen.”

Dat is waarom het Liftinstituut, marktleider onder de liftkeurders, geen contract sluit met onderhoudsbedrijven. „Daar vinden we onze onafhankelijkheid te belangrijk voor”, zegt directeur Michael Douqué van dit bedrijf. En de veiligheid van liften valt of staat met een goede, onafhankelijke keuring.

Een voorbeeld van een ongewenste gang van zaken, zoals de Arbeidsinspectie die in haar rapport constateert: het komt voor dat het keuringsrapport eerst naar het onderhoudsbedrijf gaat, dat het vervolgens doorstuurt naar de eigenaar van de liften. Wie zegt dan dat het rapport in de tussentijd niet is aangepast? ‘De eigenaar heeft minder inzicht in de technische staat van de lift’, schrijft de inspectie.

Erger nog: de keurder zou zijn werk anders kunnen doen. Hij zou minder streng kunnen zijn of de keuring sneller afhandelen, onder druk van de liftonderhoudsfirma.

De Arbeidsinspectie deed geen onderzoek naar de kwaliteit van de keuringen. Michael Douqué kan zich voorstellen dat die te lijden heeft onder inspecteurs die worden beïnvloed door onderhoudsbedrijven. „De firma’s kunnen zeggen: nou, je hebt nu vijf keer dat probleem geconstateerd, dat willen we nu niet meer. Of: we willen dat je schrijft dat die en die specifieke onderdelen moeten worden vervangen.”

Hoe moet de onafhankelijkheid van liftkeuringsbedrijven dan worden gewaarborgd? De keurders die nu voor een groot deel van hun inkomen afhankelijk zijn van onderhoudsbedrijven, erkennen dat er risico’s bestaan door die economische afhankelijkheid. Maar ze zeggen ook dat ze genoeg maatregelen nemen om onafhankelijk te werk te gaan. „Zo leggen ze die onafhankelijke werkwijze bijvoorbeeld expliciet vast in het contract”, zegt de woordvoerder van de Arbeidsinspectie.

Toch oordeelt de inspectie hard. „Er komt een moment waarop de macht van de onderhoudsfirma’s zo groot is dat de keuringsinstantie niet meer in staat is om haar onafhankelijkheid te borgen.” Het Liftinstituut vindt dat het ministerie van Sociale Zaken actie moet ondernemen. „Als je de keuringen niet serieus neemt, hef dan de wettelijke verplichting op”, zegt directeur Douqué. „Óf zorg dat elke keurder op dezelfde, onafhankelijke manier zijn werk doet.” Periodieke keuringen in opdracht van onderhoudsbedrijven moeten worden verboden, vindt hij.

Ironisch is dat het ministerie in 2004 ook al constateerde dat het risico op afhankelijkheid van onderhoudsbedrijven bestond. Waarom is niet eerder ingegrepen? De Arbeidsinspectie wilde de liftkeurders de tijd geven voor aanpassingen om hun onafhankelijkheid te verzekeren, zegt de woordvoerder. Douqué: „Als duidelijk wordt dat de liften werkelijk onveiliger worden, dan zou het ministerie wel in actie komen.”

    • Freek Staps
    • Annemarie Kas