Internationaal Strafhof onderzoekt verkiezingsgeweld Kenia

Beelden van de rellen in Kenia begin 2008. Schermafbeelding Al Jazeera / Youtube

Het Internationale Strafhof (ICC) in Den Haag heeft het verzoek van de Keniaanse regering afgewezen om af te zien van een onderzoek naar het geweld na de presidentsverkiezingen van 2007.

Volgens het Hof heeft Kenia onvoldoende bewijs geleverd dat aantoont dat zij in een zelfstandig onderzoek dezelfde zes verdachten willen doorlichten, meldt persbureau Reuters. Daarom oordeelt het ICC dat er geen reden is om het Haagse onderzoek stop te zetten.

Dit is belangrijk nieuws, laat correspondent Koert Lindijer weten vanuit de Keniaanse hoofdstad Nairobi. Deze aankondiging komt aan de vooravond van het proces in Den Haag. Donderdag begint namelijk de rechtszaak tegen drie van de zes verdachten: voormalig onderwijsminister William Samoei Ruto, parlementslid Henry Kiprono Kosgey en journalist Joshua Arap Sang. Lindeijer:

“Het is niet de eerste keer dat Kenia probeert om de zaak bij het ICC te blokkeren nadat het land het hof eerder zelf verzocht had om de zaak te onderzoeken. De zaak is groot in Kenia, de verdachten bevinden zich namelijk in de Keniaanse politieke toplaag en twee van de zes willen meedoen aan de presidentsverkiezingen volgend jaar. De samenwerking met het ICC werd daarom onder hoge politieke druk ingetrokken.”

De Keniaanse oppositie diende begin 2008 een klacht in bij het ICC tegen de regering wegens misdaden tegen de menselijkheid. Volgens de oppositie in Kenia gebruikte de politie buitensporig geweld tijdens betogingen na de verkiezingen. Naar schatting kwamen in het hele land 1.300 tot 1.500 mensen om het leven bij het geweld.

Beelden uit Kenia in januari 2008

Op 30 december 2007 won de zittende president Mwai Kibaki met een krappe meerderheid de presidentsverkiezingen van Kenia. Onmiddellijk daarna braken rellen uit. Volgens de oppositie was er gesjoemeld met de uitslagen en ook westerse topdiplomaten noemden de uitslag ongeloofwaardig.

Aan het geweld kwam in februari 2008 een einde door een overeenkomst tussen Kibaki en zijn politieke rivaal Raila Odinga. Odinga werd premier onder president Kibaki. In het akkoord werd opgenomen dat de schuldigen aan het geweld zouden worden vervolgd – door het ICC of door lokale rechters. Veel parlementariërs leken lange tijd te opteren voor het ICC, omdat de daders in Kenia vrijuit zouden gaan.

Eind vorig jaar sprak het Keniaanse parlement zich echter in grote meerderheid uit voor opzegging van de samenwerking met het ICC nadat hoofdaanklager Luis Moreno-Ocampo, zes Kenianen beschuldigde van verantwoordelijkheid voor de geweldsgolf in Kenia van eind 2007 en begin 2008.

    • Hans Klis