Gezocht: meetinstrument voor Bruto Nationaal Geluk

Een geldwagen verloor gisterochtend honderden biljetten. Foto Rudy Bouma

Het koninkrijk Bhutan, een bergachtig landje in de Himalaya, prikkelt al jaren de geesten van economen. Het vorige staatshoofd heeft namelijk de term ‘Bruto Nationaal Geluk’ geïntroduceerd. Maar hoe meet je dat? En is het nodig dat nieuw beleid wordt getoetst aan een BNG-cijfer?

Volgens econoom Winton Bates nam de koning van Bhutan er tot voor kort genoegen mee de smile van zijn inwoners op te meten. Zelf zocht Bates naar objectievere parameters: nationaal inkomen per hoofd, gemiddelde levensverwachting, geletterdheid, het armoedecijfer en het gemiddelde vertrouwen in de samenleving.

Ten opzichte van mensen in India hebben de Bhutanen het goed voor elkaar, concludeerde Bates voorzichtig. “Maar op veel welzijnsgebieden is nog verbetering mogelijk.”

Offers voor ‘geluk’
Daar komt de koning goed mee weg. Er is immers nogal wat af te dingen op zijn eenzijdige streven naar een ‘gelukkige samenleving’. Bhutan behoort namelijk tot één van de armste en minst ontwikkelde landen ter wereld. Een toestand die mogelijk in relatie staat tot het ‘geluksbeleid’. Wie een boom kapt, moet direct een nieuwe planten. En hoewel het land bij uitstek geschikt is voor energieopwekking uit stromend water, dwarsboomt de regering de aanleg van dammen met extreme milieueisen. Miljoenen euro’s spoelen weg. Diezelfde milieucriteria maken ook een toerisme-industrie onmogelijk.

Ondertussen ontvangt Bhutan ontwikkelingshulp (o.a. uit Nederland), maar tot wasdom wil het niet echt komen: onderwijsprojecten zijn gehouden aan strenge restricties voor behoud van de traditionele cultuur. Terwijl de koning uitkijkt over het bosrijke gebied, verhongeren de Bhutanen onder een boom. Roken mogen ze trouwens ook al niet. Bhutan is het eerste land ter wereld waar je er buiten niet eentje mag opsteken. De smile van de Bhutanen is er dus niet een van oor tot oor.

Eerst de basisbehoeften
Ondanks de barre leefomstandigheden wordt Bhutan geroemd. ‘Bruto Nationaal Geluk’ klinkt namelijk zo sympathiek. Recent bezochten tientallen experts de hoofdstad Thimphu voor een conferentie. Eén van de organisatoren was de vooraanstaande hoogleraar economie Jeffrey D. Sachs van de Columbia University. In een artikel op debatsite Project-syndicate.org doet hij een bewonderenswaardige poging om het Bruto Nationaal Geluk te objectiveren. Hij stelt als voorwaarde dat eerst basisbehoeften, zoals voldoende voedsel, schoon water, gezondheidszorg en onderwijs, veiliggesteld moeten worden. En dat er daarna pas kritisch gekeken mag worden naar de invloed van economische groei op immateriële zaken, zoals schone lucht, rechtvaardigheid en onderling vertrouwen (geen corruptie).

Eigenlijk is het heel simpel, stelt de professor, die tevens adviseur Millenniumdoelen bij de VN is. “Als individuen zijn we ongelukkig als we een tekort hebben aan materiële basisbehoeften. Maar we worden ook ongelukkig als ons streven naar een hoger inkomen ten koste gaat van onze relatie met familie en vrienden.” Mensen hebben snel door als ze uit balans raken, redeneert Sachs. Een gevoel dat we zouden moeten vermaatschappelijken.

Geluk brengt elders ongeluk
Over die vermaatschappelijking heeft Sachs wel ideeën. Zo wil hij de fastfood-industrie beteugelen en consumenten beschermen tegen reclame voor verslavende producten (gokken, roken, alcohol). Alles waarvan hij denkt dat het slecht is voor de mens wil hij aan banden leggen. Daarmee gaat hij voorbij aan de klassieke twist tussen bourgondiërs en calvinisten.

En daar zit hem het venijn. Politiek leiders kunnen het Bruto Nationaal Geluk ideologisch inkleuren. Vandaar dat politici graag met het idee flirten. Leg snelwegen aan, want mensen worden chagrijnig van files. Of: stop de uitbreiding van het wegennet, want omwonenden snuiven graag frisse lucht op. Het is maar net waar je gelukkig van wordt. En wie, want de een zijn geluk is de ander zijn ongeluk.

Geluk is handelswaar
Uiteindelijk is het dus nogal een subjectieve operatie, die invoering van het Bruto Nationaal Geluk. En nu we het toch over wegen hebben: zouden de ‘A2 graaiers’, de automobilisten die gisteren verloren bankbiljetten van het asfalt pikten, nu gelukkig zijn? Of vreet er misschien iets aan hun geweten? Dat laatste is misschien een betere indicator, met een meer globale uitstraling: Het Nationaal Geweten. Een land dat een schoon geweten nastreeft, investeert vanzelfsprekend veel in ontwikkelingslanden. Zoals Bhutan…

Zolang geluk niet objectiveerbaar is, kunnen we er misschien maar beter over blijven onderhandelen. Wie gelukkig wordt van natuur, stemt GroenLinks. Wie gelukkig wordt van wegen, stemt VVD. Daarvoor hebben we geen Bruto Nationaal Geluks-cijfer nodig. In een echte democratie bepalen mensen zelf waar ze gelukkig van worden.

Eerder in deze serie:
Voorlichters, besef: niets is leuker dan jezelf bijna in coma zuipen
Er is genoeg voor iedereen. Op naar de 10 miljard mensen
Hoe de transactiestaat normen en waarden privatiseerde
Het totalitarisme van opgedrongen behoeftebevrediging
Wees nu eens echt principieel. Eet uit de vuilnisbak
Kibbelen over het korte lontje
De gebroken spiegel van de samenleving
Hoe belangrijk is plezier in je werk?
Speeddaten kan veel sneller, want romantiek is biochemie
Communisme, Kapitalisme, Kannibalisme
Moet groei? Bekende economen aan de tand gevoeld (boekbespreking)
In het rijk van genot houdt deugd onmogelijk stand
Het seculier fatalisme van de moderne burger
Ook ontwikkelingsorganisaties en media vermarkten Dag des Oordeels
De maakbare markt
Geef communisme een tweede kans. Echt, nu zijn we er wel klaar voor
Alles gaat dood of kapot. Zet u schrap voor de volgende revolutie
Ontwikkel Somalië en breng krijgsheren voor het Strafhof
Dit had niet uitgesproken mogen worden: ‘Westen schuldig aan honger Afrika’
Doorbreek de hongercyclus, maak Afrikanen weerbaar tegen natuur
Ben Knapen ziet diplomaten graag als marktkooplui
Kredietbeoordelaars: rookmelders die brand veroorzaken
Koop goud, koop goud, zegt iedereen. Dat is eigenlijk heel raar
Prijs benzine kan fors omhoog. Hoeveel heeft u er voor over?

    • Steven de Jong