Europarlement zoekt rol in de eurocrisis

Het Europarlement hoorde gisteren ECB-baas Trichet en anderen over de eurocrisis. „Het is kiezen tussen solidariteit of ineenstorting”, zei een Poolse minister.

Er waren Europarlementariërs die vonden dat ze gisteren met de Franse president Sarkozy en de Duitse bondskanselier Merkel hadden moeten debatteren. „Die nemen op hun eigen mini-topbijeenkomsten de beslissingen in Europa”, zei de Griekse Europarlementariër Nikolaus Chountis. Maar het Europees Parlement kan hen niet ter verantwoording roepen en ook voorzitter Herman Van Rompuy van de Europese Raad van regeringsleiders vond het niet zijn taak om op te treden in de speciale hoorzitting over de eurocrisis gisteren in het Europees Parlement in Brussel.

Wie er wel waren: de president van de Europese Centrale Bank Jean-Claude Trichet, eurocommissaris Olli Rehn van Economische Zaken, de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker, die voorzitter is van de eurogroep (ministers van Financiën in de eurozone) en de Poolse minister van Financiën Jacek Rostowski, omdat Polen nu EU-voorzitter is. Dat het er zoveel waren – en dat het er nog meer hadden moeten zijn – was volgens Europarlementariërs ook meteen een van de grootste problemen in de financiële crisis: er was een „kakofonie”.

En hoe clichématig het langzamerhand ook is om Henri Kissinger erbij te halen (‘wie moet ik bellen als ik Europa wil spreken?’), hij werd in het debat toch weer genoemd. Wie had nu echt de leiding in Europa?

Het Europees Parlement zelf vindt dat het een veel grotere rol verdient in de crisis. Het beetje macht dat de Europarlementariërs nu hebben – ze beslissen mee over nieuwe wetgeving om de regels voor economische coördinatie in Europa strakker te maken – gebruiken ze voluit. Het parlement eist dat er automatische sancties komen als een land zich niet aan de strengere regels houdt, maar Frankrijk verzet zich daartegen. „Als er geen deal over komt”, zegt GroenLinks-Europarlementariër Bas Eickhout, „laten we zien dat ook de Europese instituties er niet uitkomen. Dat maakt een slechte indruk op de financiële markten.”

De Poolse minister zei gisteren dat Europa voor solidariteit moet kiezen of de „ineenstorting”. Trichet noemde de financiële crisis „de ergste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog” en hij moedigde, net als eurocommissaris Rehn, het parlement aan in de stevige rol die het wil spelen.

Ze kregen luid applaus. Juncker, die de ministers van Financiën vertegenwoordigt, werd minder hartelijk ontvangen. Maar hij maakte zich populair door zijn commentaar op het idee van Sarkozy en Merkel om de eurozone een economische regering te geven. Niemand moest denken dat „de rest van de planeet als bij toverslag verbaasd, verrast, bewonderend neerknielt voor een tweejaarlijkse bijeenkomst” van zo’n regering.

Het was een nuttig debat, vond CDA-Europarlementariër Corien Wortmann die de onderhandelingen met de lidstaten leidt over de regels voor economische coördinatie. „We laten zien dat de tijd van handjeklap tussen regeringsleiders, die Sarkozy en Merkel terug willen, voorbij is.”

    • Petra de Koning