Dickens' kloof tussen arm en rijk is terug

Hard, romantisch, exotisch. Elke wereldstad heeft zijn eigen imago. NRC Handelsblad ging deze zomer op zoek naar de werkelijkheid achter het cliché van de wereldstad. Deze week de laatste stad in de serie: Londen

Canary Wharf, financial district, London Britain Foto Alex MacNaughton

Lunch in het financiële centrum van Londen, Canary Wharf. Tussen de glimmende hoofdkantoren van banken als HSBC en Barclays eten jonge bankiers hun focaccia’s met parmaham, mozzarella en rucola. Even verderop genieten ze in een mooi Japans restaurant van zeebaars en tonijntartaar. Er wordt gesproken over verre vakanties, nieuwe horloges, het lidmaatschap van een gym en privéclubs waar de drank rijkelijk vloeit.

Maar dat is niet het hele verhaal van de deelgemeente Tower Hamlets, in het oosten van Londen. Op nog geen tien minuten lopen van Canary Wharf ligt Chrisp Market. Ook hier zitten mensen buiten te lunchen: 30 pence voor een geroosterde witte boterham, 20 pence extra voor de jam. Een pakje sap kost 80 pence, want, zo zegt Lorraine van Chris’s Cafe: „We zijn hier niet aan de overkant.”

In Tower Hamlets wordt een deel van de hoogste salarissen van Londen verdiend, al is het echte grote geld hier niet eens te vinden. Maar tegelijkertijd zijn de cijfers over langdurige werkloosheid, armoede onder kinderen en gepensioneerden de hoogste van de stad. Er heerst tuberculose en de levensverwachting is er twaalf jaar lager dan elders.

Zo is Londen opgebouwd: arme buurten in rijke wijken en vice versa, sociale woningbouwflats om de hoek van nette Victoriaanse rijtjeshuizen, volgepropte flats op een estate voor de allerarmsten en door bewakers afgesloten straten voor de superrijken in één deelgemeente. De goedkope Iceland-supermarkt voor de een, de delicatessenzaak voor de ander. Een openbare school of een privéschool. Ontbering of voorspoed. Twee werelden die elkaar zien, maar zelden ontmoeten.

Zo is Londen ook altijd geweest, en dat zou niet erg hoeven zijn. Maar de kloof tussen arm en rijk wordt steeds groter. Geen enkele Europese stad kent zúlke tegenstellingen. Want met al zijn rijkdom is de Britse hoofdstad ook een van de meest ongelijke steden: de rijkste 10 procent heeft 273 keer zoveel te besteden als de armste 10 procent. En bovendien wordt de stad door een gebrek aan goedkope huizen onbetaalbaar voor steeds meer gewone Londenaren.

„We zijn terug in de tijd van Dickens”, zegt sociaal geograaf Danny Dorling, hoogleraar aan de Universiteit van Sheffield. Niet dat de levensstandaard met de Victoriaanse tijd is te vergelijken, maar de kloof tussen arm en rijk is dat wel, en is het grootste in 200 jaar – ondanks de belofte van de Labour-partij van Tony Blair in 1997 om die te dichten.

De armste Londenaren, signaleert Dorling op basis van censusonderzoek, hebben niet geprofiteerd van de economische bloei in de jaren negentig, noch van de vernieuwing van hele wijken. Lonen, de kans op werk en carrièrekansen zijn niet gestegen. De rijken daarentegen zijn aanzienlijk rijker geworden.

Dorling heeft het niet eens over de bankiers in Canary Wharf, maar over de superrijken, die volgens de Rich List van de Sunday Times’ vorig jaar hun bezit zagen groeien met 18 procent. Het aantal miljardairs steeg naar 73, negen van hen zagen hun bezit stijgen met 1 miljard pond of meer. In die lijst kom je alleen met dan 70 miljoen pond. Ter vergelijking: het gemiddelde nationale inkomen is 21.000 pond.

Het probleem is, zegt Dorling, dat een stad met zulke tegenstellingen moeilijk te besturen is. „Steden met eenzelfde ongelijkheid, zoals je die in Latijns-Amerika ziet, zijn geen gelukkige plekken.” Daar is meer criminaliteit, er is een tekort aan huisvesting en dus groeit het aantal daklozen. En zijn er grote problemen in de geestelijke gezondheidszorg.

Een tweede probleem is dat zowel aan de boven- als aan de onderkant mensen zich afsluiten van de maatschappij. De rijken hoeven zich niets van de rest van de samenleving aan te trekken, de armen voelen zich onbegrepen en uitgesloten.

En de groepen kruisen elkaar niet: „Het is te vergelijken met een Indiaas kastenstelsel, waar men alleen mengt met anderen uit de eigen inkomensgroep. Probeer hier in Londen eens een nachtclub voor de rijken binnen te komen. Of bevriend te raken met een arme Londenaar. Dat is heel moeilijk.”

Hetzelfde signaleert John Pitts, criminoloog en adviseur van de gemeente Londen over jeugdbendes. „In de afgelopen weken is met de rellen zichtbaar geworden wat voor veel mensen onzichtbaar was”, zegt hij: „De enorme kloof tussen de bevoorrechten en diegenen die op de rand van de afgrond leven en niet het gevoel hebben dat ze deelnemen aan de maatschappij.” Dat leidt tot frustratie, zegt hij.

Het niveau van die ongelijkheid heeft „dat van de jaren twintig” bereikt, vindt Pitts. „En als je kijkt naar het overheidsbeleid, de manier waarop gesneden wordt in jongerenwerk, onderwijs en huursubsidies, dan is het bijna alsof we worden teruggedreven naar het negentiende-eeuwse Londen.”

Want de ongelijkheid in Londen is niet alleen een probleem voor de allerarmsten. Ook voor gewone Londenaren is het steeds moeilijker om in de stad te wonen en te leven. Hoewel de gemiddelde huizenprijs in Londen 441.000 pond is (500.000 euro), is het aanbod goedkope huizen gering, zeker in het centrum.

Uit recent onderzoek van makelaar Knights Frank blijkt dat in zone 1, het centrum, het aantal huizen boven het miljoen ten opzichte van vorig jaar met 11 procent is gestegen. Het meeste vastgoed wordt gekocht door rijke buitenlanders; Chinezen besteden er gemiddeld 6,4 miljoen pond voor een huis. Russen, Egyptenaren en Maleisiërs ruim 5 miljoen.

Het gevolg is dat mensen die zich zone 1 niet meer kunnen veroorloven, naar de randen van zone 2 verhuizen. Degenen die daar wonen, trekken naar zone 3 en verder. Londen dreigt zo een stad te worden waar alleen de rijken en mensen die huursubsidie krijgen, kunnen wonen. Zij die de stad draaiende houden, zoals verpleegsters en agenten, trekken steeds verder weg.

„Gezinnen worden steeds verder verdreven uit hun gemeenschappen, en dus van de ondersteuning die ze anders zouden krijgen van familie en vrienden”, waarschuwt daklozenorganisatie Shelter. Shelter signaleert een groot tekort aan betaalbare huizen. „Kinderen moeten van school veranderen, ouders forenzen steeds verder.”

Daar komt bij dat ook de huren stijgen: de gemiddelde huurprijs in Londen is inmiddels duizend pond per maand voor een eenkamerflat. Uit onderzoek van Cambridge University bleek onlangs dat 72 procent van het brutoloon van minima opgaat aan huur.

De regering wil bovendien een maximum stellen aan de huursubsidie, tot 400 pond per week voor een vierkamerappartement. Als de maatregelen doorgaan, zullen vooral mensen die bijstand krijgen maar in de private sector huren, het moeilijk krijgen. Shelter vreest dat „de meeste centrale wijken vanaf 2016 volledig onbetaalbaar worden voor huurders met lage inkomens” en zegt dat naar schatting 85.000 gezinnen dakloos kunnen worden.

Het probleem wordt door de politici niet onderschat. In zijn nieuwe London Plan, een blauwdruk voor de stad tot 2031, signaleert burgemeester Boris Johnson dat er 13.210 betaalbare huizen per jaar moeten worden gebouwd om de stad leefbaar te houden. Johnson zelf heeft beloofd 50.000 betaalbare woningen voor gezinnen te bouwen, volgens zijn woordvoerder ligt dat project op schema.

Volgend jaar worden er burgemeestersverkiezingen gehouden. Huisvesting, banen en de ongelijkheid zijn de belangrijkste thema’s.

Titia Ketelaar

    • Titia Ketelaar