De macht van de leider en zijn clan

Er bestond de laatste 42 jaar nooit twijfel over wie de besluiten nam in Libië, hoe grillig die ook konden zijn. Kolonel Moammar Gaddafi had altijd het laatste woord. Maar ook hij kon zich niet zonder bondgenoten handhaven en die zocht hij – naar oud tribaal gebruik – in de eerste plaats binnen zijn familie en zijn eigen stamclan van de Gadadfa, die uit de omgeving van de kuststad Sirte komt.

Geliefd maakte de familie zich niet met haar schaamteloze nepotisme, te meer omdat de nakomelingen van de Broeder-Leider er dikwijls een bijzonder decadente levenswijze op na hielden. Van het koketteren met tijgerwelpen van Seif al-Islam, tot grote overdekte zwembaden bij hun huizen en partijtjes met befaamde artiesten als de zangeres Beyoncé, die eerder dit jaar erkende dat ze zich voor een miljoen dollar naar Libië had laten lokken.

Maar effectief was het familiebewind wel, althans wanneer als maatstaf het voortbestaan van het bewind wordt gehanteerd. Zorgvuldig spreidde kolonel Gaddafi familieleden over essentiële diensten in het land, met name de strijdkrachten waaruit hij zelf voortkwam en die cruciaal waren voor zijn regime. Verscheidene van zijn zeven zoons kregen daarom hoge militaire functies. Maar ook het economische leven werd gedomineerd door leden van de familie Gaddafi.

Zijn zoon Khamis, die gisteren door de rebellen werd dood verklaard omdat hij bij de strijd in Libië om het leven zou zijn gekomen, was bevelhebber van een speciale brigade die tot hoofdtaak had de familie Gaddafi te beschermen. Khamis stond bekend om zijn wreedheid en wordt ook in verband gebracht met recente bloedbaden onder gevangenen in Tripoli.

Mutassim werd nationale veiligheidsadviseur van Gaddafi en leidt eveneens een eigen eenheid in het leger. Typerend was de wijze waarop hij hierbij te werk ging. Uit onlangs via WikiLeaks uitgelekte documenten van 2008 bleek dat hij simpelweg de belangrijkste oliefunctionaris in het land om 1,2 miljard dollar had gevraagd om zijn eigen militie op te kunnen zetten. Hij wilde niet achterblijven bij zijn broer Khamis. Nog weer een andere zoon, Saadi, leidde ook al jaren een elite-eenheid.

Een andere zoon, Seif al-Islam, die tot voor kort gold als de belangrijkste kandidaat om Gaddafi senior op te volgen, was lange tijd het meer liberale gezicht van de familie. Hij was deels opgeleid in het Westen en promoveerde aan de London School of Economics. Hij wordt beschouwd als de meeste getalenteerde van de zeven zoons maar ontpopte zich juist de laatste maanden als een aanhanger van de harde lijn. Dat kwam hem te staan op een aanklacht van het Internationaal Strafhof, dat hem verdenkt van misdaden tegen de menselijkheid.

Seif was naar verluidt ook in het bezit van enkele grote mediaondernemingen en andere bedrijven. De oudste zoon, Mohammed, uit het eerste huwelijk van Gaddafi, heerste over de Libische post- telecommunicatiesector alsof het zijn particulier bezit was. Saadi was naast zijn militaire werk ook actief in de oliesector.

Voor de pater familias was het niet alleen van belang familieleden op sleutelposten te hebben om zijn eigen greep op het land te bestendigen maar ook om zijn kinderen tegen elkaar uit te spelen. Je wist immers nooit of een van hen niet zou proberen hem uit het zadel te wippen. Op een gegeven moment verdacht Gaddafi daarvan zijn zoon Mutassim, die daarop naar Kairo vluchtte. Zijn vader vergaf hem echter en zo keerde Mutassim terug naar Tripoli.

De verstandhouding tussen sommige zoons, met name Mutassim en Seif al-Islam, is al jaren gespannen, omdat ze elkaar als rivalen beschouwden voor de opvolging.

De Gaddafi-clan had overigens ook weer bondgenoten nodig en vond die lange tijd in twee andere stammen, die van de Warfallah en de Maqartha. In de loop van de opstand van de laatste maanden kozen echter leden van de Warfallah de zijde van de rebellen, waardoor de greep van de Gaddafi’s op het land snel verslapte. De leider van de Warfallah-stam, Akram al-Warfalli, lichtte de koerswijziging van zijn omvangrijke groep in maart toe met de gedenkwaardige woorden: „Wij vertellen de Broeder Gaddafi dat hij niet langer een broeder is.”

    • Floris van Straaten