De dertig gepasseerd en eindelijk wereldkampioen

Carmelita Jeter nam bij de 100 meter de macht over van de Jamaicaanse sprintsters.

De kiem voor haar succes werd gelegd in 2008, het jaar van de Spelen in Peking.

Soms moet een sprintster eerst rijpen om wereldkampioen te worden. Carmelita Jeter was op jonge leeftijd veelbelovend maar won zelden. En al helemaal geen grote wedstrijden. Pas na haar dertigste is de Amerikaanse atlete ontbolsterd, met als voorlopig hoogtepunt haar wereldtitel op de 100 meter sprint. Jeter nam gisteren op 31-jarige leeftijd in het Zuid-Koreaanse Daegu de macht over van de Jamaicaanse olympische kampioenen Shelly-Ann Fraser-Pryce en Veronica Campbell-Brown.

De kiem voor Jeters succes werd gelegd in 2008, het jaar van de Olympische Spelen in Peking, waar Fraser-Pryce en Campbell-Brown hun grote geluk beleefden door de gouden medaille te winnen op respectievelijk de 100 en 200 meter. Weliswaar in de schaduw van hun ontketende landgenoot Usain Bolt, maar toch. Thuis in Los Angeles zat Jeter zich te verbijten voor de televisie. Nadat zij bij de Amerikaanse trials buiten de olympische ploeg was gebleven had ze zich voorgenomen haar leven te beteren. „Die teleurstelling, dat onbeschrijfelijke gevoel wilde ik nooit meer meemaken. In de jaren dat ik nog zou sprinten nam ik me voor nooit meer achter te zullen blijven voor belangrijke toernooien. Want dat deed pijn, heel veel pijn.”

Zelfreflectie leerde Jeter dat ze serieuzer moest leven. Dat ze minder moest snoepen en verantwoord moest eten. De pijn van Peking maakte haar mentaal bestand tegen de verlokkingen van de vele lekkernijen. En Jeter nam nog een andere belangrijke beslissing: ze veranderde van trainer. Ze ging naar John Smith, de man achter de successen van onder anderen tweevoudig olympisch en vijfvoudig wereldkampioen Maurice Greene. Overigens een trainer wiens naam regelmatig met doping in verband is gebracht. Dennis Mitchell, de huidige trainer van de Nederlander Churandy Martina, en Alta Bolden waren ooit sprinters van hem die positief werden getest.

Jeter wordt naar haar smaak te veel verbonden met doping. Vanwege haar connectie met trainer Smith, maar ook vanwege haar progressie op latere leeftijd. De sprintster zegt zich er niet meer druk over te maken. In een interview met de Britse krant The Guardian zei de atlete daarover: „Bij succes wordt er hoe dan ook over je gepraat. En ik heb als opvolgster van Marion Jones ook nog eens de schijn tegen. Ik kan echter geen invloed op de publieke opinie uitoefenen. Wat moet ik dan doen? Langzamer lopen?”

De loopbaan van Jeter wekt weinig verdachtmakingen. Ze is al jaren bezig, leed onder een losse levensstijl en had veel pech. Zij miste de Olympische Spelen van 2004 in Athene door een hamstringblessure, opgelopen tijdens de trials. Het herstel kostte Jeter meer dan een jaar. Die periode maakte haar mentaal sterk, een eigenschap die haar deze week in Daegu goed van pas kwam. Jeter moest de druk weerstaan van de Jamaicanen, die vinden dat hun land momenteel ’s wereld beste sprintsters heeft. Dat is jaren zo geweest.

Tot gisteren op een zwoele zomeravond in Zuid-Korea. Hoewel Jeter op de eerste meters gelijk opging met Fraser-Pryce sloeg ze aan het eind met een tempoversnelling toe. Fraser-Pryce bleef met de vierde plaats zelfs buiten de medailles. Die gingen verder naar haar landgenote Campbell-Brown (zilver) en, verrassend, naar Kelly-Ann Baptiste uit Trinidad en Tobago.